Wikimedia Commons

Het failliet van de belediging

Wie wil weten waar een grens ligt of graag een grens verlegt, kan overwegen die grens over te gaan. Gerard Reve schreef in de jaren ’60 dat wanneer God ooit terug zou keren op aarde, dat in de gedaante van een ezel zou zijn, en als dat moment er zou zijn, hij ‘hem drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening zou bezitten’.

Reve werd vervolgd voor godslastering. Hij betoogde dat het onrechtvaardig is dat God niet mag worden beledigd, maar Maria, Boedha of Krishna wel: wie heeft het recht om die grens te bepalen? De Hoge Raad sprak hem vrij. Reve stapte over een grens en verlegde hem daarmee. Dat maakt de belediging, in dit geval in de vorm van literair hoogstaande godslastering, tot een nuttige stijlvorm.

Belediging wordt al sinds mensenheugenis gejuridiseerd. De Romeinen zagen het als onderdeel van het bredere begrip iniuria, dat is te vergelijken met ons privaatrechtelijke begrip ‘onrechtmatige daad’: wie iemand onrecht aandoet en daarmee schade veroorzaakt, moet deze vergoeden. Onder het begrip iniuria viel  bijvoorbeeld het veroorzaken van lichamelijk letsel, maar ook geestelijk krenken kon voor het slachtoffer een reden zijn om genoegdoening te eisen.

Als je de juridische benadering van belediging door de eeuwen heen bestudeert, concludeer je dat het begrip steeds wordt aangepast aan de normen en waarden die in een bepaalde tijd gelden. Waar je om een moord te plegen ruwweg dezelfde gedragingen moet vertonen als tweeduizend jaar geleden, verandert de delictsomschrijving van de belediging constant.

De delictsomschrijving van de belediging verandert constant.

Een belangrijke oorzaak voor de worsteling van wetgevers is dat niet de verzender van een uiting bepaalt of hij beledigt, maar de ontvanger. Iets wordt ‘als een belediging opgevat’. Dat maakt de belediging juridisch een ongelooflijk ingewikkeld begrip. Het zwart schminken van de knecht van Sinterklaas werd in de jaren ’90 als relatief neutraal opgevat, terwijl het vijftien jaar later voor sommigen een grove belediging blijkt. Reve zou zich nu daarentegen bij niemand meer hoeven te verantwoorden voor zijn godslasterlijke proza.

Zolang tijden veranderen, zal de juridische omkadering van de belediging ook veranderen. En de tijden veranderen snel. Niemand hoeft meer zijn podium te verdienen, zoals Reve dat wel moest. Je maakt een account aan en je hebt een podium. Op sociale media gaat het om interacties, retweets, likes, shares en clicks. Wie geen reactie uitlokt, hoort er niet bij. Zie hier het voordeel van keihard beledigen. Een belediging wordt niet genegeerd, respons gegarandeerd.

Per dag vliegen er tienduizenden inhoudsloze beledigingen van scherm naar scherm, heel soms doet iemand aangifte. Het bewijs is gemakkelijk rond te krijgen voor een officier van justitie: een screenshot van het account van verdachte met de gewraakte tekst is voldoende.

Zo werd aangifte gedaan tegen Hans van der Liet, omdat hij iemand in een verhitte Facebook-discussie jodenhater noemde. Hij kreeg een boete van 170 euro. In een documentaire noemde ene Robert de J. Mohammed ‘een kleuterneuker’ en alle Arabieren ‘fervent kontenbonkers‘, hij hoorde 500 euro boete tegen zich eisen.

Vervolging is dé trofee voor elke matige belediger, de ultieme retweet, de hoogst haalbare like.

Ik wil het helemaal niet opnemen voor deze twee veroordeelde beledigers, maar ik kan niet anders. Het zijn weliswaar lompe schreeuwers die de kunst van het beledigen niet onder de knie hebben, maar de vervolging van deze gefrustreerde mannen is onredelijk en gebaseerd op totale willekeur. Waarom worden hun woorden wel strafrechtelijk veroordeeld en al die andere lompe, racistische en onnodige beledigingen niet? En welke belediging in welke vorm is strafbaar? De rechtszekerheid is in het geding.

Naast de rechtszekerheid is ook belediging zelf in gevaar. Reve verdiende een podium, en kreeg het dankzij de vervolging van zijn proza. De mannen die onlangs werden veroordeeld spinnen ook garen bij hun vervolging. Ze zijn in de ogen van velen geen irrelevante kneusjes meer, maar voorvechters van het vrije woord. Ridders van grondwetsartikel 7. Vervolging is dé trofee voor elke matige belediger, de ultieme retweet, de hoogst haalbare like.

Mede dankzij het geboden strafrechtelijke podium floreert de belediging van lage kwaliteit. Het soort dat elke discussie degradeert tot een schoolpleinruzie. Dat bleek bijvoorbeeld tijdens de algemene beschouwingen, waar Geert Wilders door Alexander Pechtold werd aangesproken op de ‘NSB-vlaggen’ die werden getoond tijdens een door de PVV georganiseerde demonstratie. Hoewel Pechtold een relevante vraag stelde, maakte Wilders gebruik van het recht van de beledigde. ‘U noemt mij - en daarmee al mijn kiezers - een nazi? Dat pik ik niet! U bent een miezerig mannetje!’ Het op zichzelf relevante discussiepunt was dood en begraven. Retorisch judo waar Wilders eigenlijk een rolletje voor passiviteit had verdiend voor het ontwijken van het échte gevecht.

De belediging op zichzelf is niets meer waard. Het faillissement is compleet.

Eenzelfde mechanisme ontstaat in de rest van de samenleving. Iedereen staat met iedereen in contact, maar we eisen tegelijkertijd zoveel mogelijk individuele vrijheid op. Beledigen en beledigd worden zijn middelen geworden om die vrijheden te claimen en het inhoudelijk onvermogen in het publieke debat te maskeren. Het gaat om de reactie die de belediging uitlokt, positief of negatief, als het maar gehoord wordt. De belediging op zichzelf is niets meer waard. Het faillissement is compleet.

Om de belediging de doorstart te geven die het verdient, moet het uit het Wetboek van Strafrecht worden verwijderd. Het geboden podium voor beledigers is schadelijk voor het debat én voor de belediging zelf. Daarnaast is het goed om te beseffen dat een podium ook verantwoordelijkheid meebrengt. Een echte liberaal kent zijn vrijheden, maar is terughoudend met beledigingen, omdat hij weet dat het een gevaarlijk wapen is.[1]

Onze laatste twee ministers-presidenten zullen niet de geschiedenis ingaan als grote denkers van onze tijd. Toch pleit ik voor een herwaardering van hun stokpaardjes: normen en waarden en eigen verantwoordelijkheid: niet onnodig schelden op het schoolplein, maar tegelijkertijd niet te snel verongelijkt naar de juf lopen. Terughoudendheid en incasseringsvermogen. Alleen dan maakt de failliete belediging kans op de doorstart die het verdient. Misschien kunnen we dan, zoals Reve, die prachtige stijlfiguur weer gebruiken om grenzen te verleggen in plaats van ze er angstvallig mee te verdedigen.

1) De Duitse liberale filosoof Jürgen Habermas stelt dat we voorzichtig om moeten gaan met taal, omdat onze samenleving sowieso al behept is met ongelijkheden op het vlak van taalgebruik.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Mark Visbeek,

    "Mede dankzij het geboden strafrechtelijke podium floreert de belediging van lage kwaliteit." Deze redenatie volg ik niet helemaal. In welke zin heeft de aanwezigheid van een strafrechtelijk podium invloed op de gemiddelde kwaliteit van beledigingen?

  • Er is een verschil tussen racisme, discriminatie en belediging. Iemand een nazi noemen is belediging, over diegene roepen dat deze moet opsodemieteren en menen dat deze ook minder rechten moet krijgen is discriminatie, als dat gebeurd op basis van afkomst dan is het racisme. Racisme en discriminatie zijn wel degelijk strafbare feiten die niet onder vrijheid van meningsuiting horen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven