Beste Frits,

Er wordt al aan alle kanten van een schande gesproken: je bent niet de eerste hoofdpersoon aan wie een brief is gezonden door deFusie. De vos Reynaerd en Robert Jordan viel de eer eerder ten deel. Maar niet getreurd Frits, een derde plaats levert ook nog eremetaal op. Je hebt ook wel een rotkarakter, dat moet gezegd. Onbewust was het misschien een beetje expres dat wij zo laat pas aan jou gedacht hebben. Nee, we hebben eerder al aan je gedacht; je bent gepasseerd. Laat we het hier maar bij laten waar het gaat om de late plaatsing.

Je ontwaakt op de Schilderskade 66, zo staat in het boek te lezen waarvan je de hoofdpersoon bent. Die kade bestaat helemaal niet. Wel bestaat er een straat in Amsterdam waarvan men denkt dat die straat bedoeld wordt: de Jozef Israælskade. Die man kon een lekker potje schilderen. Maar zo vlak na de Tweede Wereldoorlog had men wel andere dingen aan het hoofd dan potjes schilderen. Alhoewel, jij niet. Je doet zo de laatste dagen van december 1946 eigenlijk helemaal niets. Vervelen, morren, provoceren. Het zijn kwaliteiten die men meestentijds niet als deugd aanduidt. Anderzijds blink je er wel buitengewoon in uit; menigeen heeft een hekel aan je. Of je weet hen minstens op de kast te jagen. Een kleine groep prikt door alle onzin heen, vindt je lang geen slechte jongen.

Vervelen, morren, provoceren.

De laatste dagen van het jaar zijn sowieso altijd  zware dagen. Overal ligt de nadruk op: manieren, vriendschap, goede intenties. Je kunt er maar beter een broertje dood aan hebben. Als je dan die kwaliteiten bezit, dan kun je in ieder geval de schijn ophouden dat je uit principe dwars ligt. Je twee voornaamste groepen van slachtoffers zijn je ouders en de kalenden of kaalhoofdigen. In het geval van laatstgenoemde groep heb je liever te maken met degenen kalend zijn dan met de reeds geheel kaalhoofdigen. Het proces van verval is natuurlijk veel erger dan het vervallen zijn. Een derde draad in het boek is de zwartgallige humor. Zeer de moeite waard. Dit alles gaat natuurlijk gepaard met een ongezonde dosis sadisme.

Ik zal maar beginnen met je ouders. Zoals jij hen beschrijft zijn het verschrikkelijke lui met goede intenties. Wanneer je hen ziet in al hun ongeluk denk je: 'Het is niet erg ongelukkig te zijn [...] maar hoe het een mens te moede moet zijn, als hij weet, dat nergens buiten hem schuld is aan te wijzen? Het graf gaapt, de tijd zoemt. Arme man. Lekker zielig zijn.' Medelijden en minachting vloeien hier feilloos in elkaar over. Je doet er verder ook alles aan om hen behulpzaam te zijn en vooral troost te geven. Je moeder is verdrietig, ze gaat naar Den Haag. Niemand let haar volgens jou, gelijk heeft ze. Maar je bent een beetje een achterbaks mannetje, Frits. Dat arme mens je moeder vraagt je om jouw mening  wat betreft de combinatie van muts en jas die zij draagt. 'God beware ons', denk jij, 'wat een combinatie.' Om haar vervolgens te zeggen, 'Een leuke eenvoudige dracht, die bij je past. Stemmig, en niet te opzichtig.' De lezer lacht hier natuurlijk een beetje. De schrijver heeft zijn woorden goed gewogen. Hoe langer de lezer nadenkt over de situatie, hoe harder hij erom moet lachen.

Het graf gaapt, de tijd zoemt. Arme man. Lekker zielig zijn. Fijn medelijden hebben.

Wat betreft de kaalhoofdigheid ben je wat minder achterbaks. Daar probeer je mensen direct te kwetsen. Na de eerste begroeting is jouw vervolgvraag meestal: 'de kaalheid begint al flink door te zetten, he?' Het is heerlijk te zien hoe mensen in verlegenheid weet te brengen, te meer daar je zelf nog geen tekenen van kaalheid vertoont. De lezer weet dat je hen goed te pakken hebt. Je ziet de ander van onder zijn wenkbrauwen omhoog kijken naar jouw haardos, om dan met het schaamrood op de wangen een of ander onzinantwoord uit te kramen. Ja ja, er wordt gelachen in het boek. Of beter, door het boek. Soms lijk je nog een mild typetje, op de momenten dat je denkt dat het beter is je provocatie vroegtijdig te staken. Maar dan duikt je provocatiedrift weer vlijmscherp op. Louis is het slachtoffer. Frits zegt over zijn kaalheid: 'Maar als je je er niet zoveel van aantrekt, des te beter. Er bestaan kale mensen, die heel gelukkig zijn. Niet dat ik me dat kan indenken, want ik zou liever dood zijn, maar het bestaat.' En hier bescheurt de lezer het natuurlijk. Frits is de geniaalste klootzak ooit.

Stoer ben je echter allerminst. En je bent ook een beetje een mietje. Het moet gezegd. Meerdere malen in het boek sta je te janken als een klein kind. En waarom? Pure sentimentaliteit. Vaak is er een einde in zicht. Of die keer dat er een verhaal werd verteld over een jongen die met zijn ouders met de trein op vakantie ging. Vlak voor dat de trein zou vertrekken moet je kleine jongen nog even pissen. Hij was zo geobsedeerd door de gedacht dat hij de trein, de vakantie en zijn ouders zou missen als hij niet doorstraalde, dat hij eenmaal op het toilet niet anders kon doen dan treuzelen. Ja hoor, hij mist de trein. En jij stond een beetje te grienen in het bijzijn van je vrienden. Je zult wel snel weggelopen zijn om te verhullen wat er nog te verhullen viel. Om nog maar te zwijgen van die keren dat je oog in oog met de eindigheid kwam te staan.

Het is nu wel weer mooi geweest met je. Ik kan er moeilijk omheen; je bent een onmisbaar figuur. Een mispunt ben je tegelijkertijd ook. Niet zo een kleintje ook. Maar ach we kunnen om je lachen en je bent ook nog eens de hoofdpersoon van een buitengewoon invloedrijk boek. Het is te hopen dat je ophoudt met dat gejank, verder wacht heel Nederland op De Avonden II.

Het ga je slecht,

 J.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven