Flickr / PARKER KNIGHT

Het genre Den Haag

This is what we call in Holland: ‘gezelligheid’. Only Holland has ‘gezelligheid’, you know.” Het wordt menig toerist of uitwisselingsstudent vol trots verteld. We beschikken in Nederland namelijk over weinig dat alleen ons nog eigen is. Immers, zelfs de Vlamingen en de Denen zijn dol op haring en de verdere écht eetbare delen uit onze nationale keuken komen stuk voor stuk uit de Oost of de West. Zelfs de Hollandse ‘koopmansgeest’ is tegenwoordig een mondiaal fenomeen. Alleen ‘gezelligheid’ blijft van ons, onvertaalbaar, onuitlegbaar; je ken er weinig over zeggen, je moet het ervaren.

Het is echter een weinig journalistieke deugd, die gezelligheid. Het is namelijk niet gezellig om te praten over macht, machtsrelaties en het opduiken en verdwijnen van miljarden euro’s. Daarmee is het ook een weinig politieke deugd. Toch is ‘gezelligheid’ exact de sleutel tot hoe in Nederland de macht gecontroleerd wordt. Maar wellicht op een andere manier dan u had gedacht.

Toch is ‘gezelligheid’ exact de sleutel tot hoe in Nederland de macht gecontroleerd wordt.

Wie lang naar parlementaire verslaggeving kijkt moet op een gegeven moment een gevoel van onbehagen bekruipen. Niet alleen vanwege het gemoedelijke contact tussen journalisten en politici dat afgewisseld wordt met over-oprechte verbazing en verontwaardiging. Pedanterie in de trant van “daar geef ik natuurlijk geen antwoord op” slaat net zo makkelijk om in persconferenties over een aanstaand vertrek, waarbij de tranen nog net niet over de wangen biggelen. Maar men moet vooral een gevoel van onbehagen bekruipen omdat de studio’s van Nieuwsuur en Pauw & Witteman vaak genoeg gevuld worden door de spreekwoordelijke ‘elephant in the room’.

De grootste elephant in the room van de afgelopen kabinetsperiodes, in mijn beleving, was de brief van CDA-onderhandelaar Ab Klink aan medeonderhandelaar Maxime Verhagen. Tijdens de kabinetsonderhandelingen tussen PVV, CDA en VVD verscheen er opeens een brief op de redactie van het NOS journaal waarin Klink aan Verhagen vertelde waarom het onverstandig was om met de PVV in zee te gaan. De openbaring van de brief kostte Klink z’n kop en zadelde Nederland op met een regering die direct verantwoording aflegde aan Geert Wilders.

Lang heb ik me afgevraagd waarom die brief zo gemakkelijk zonder consequenties voor anderen dan Ab Klink in het nieuws kon komen. Eerst dacht ik, ingegeven door Joris Luyendijks boekje Je hebt het niet van mij, dat de vreemdheid van de parlementaire journalistiek begrepen moet worden vanuit de economie van baantjes die speelt tussen Haagse journalisten, persvoorlichters, lobbyisten en politici. Het nauwe netwerk en het gevoel van afhankelijkheid dat heerst op het Binnenhof verklaart inderdaad uitstekend dat iemand een brief kan lekken aan de NOS en daarmee de kabinetsonderhandelingen op scherp kan zetten. Maar het verklaart niet waarom de NOS en de rest van het journaille ermee wegkomen. Waarom dacht niet iedereen die op die bewuste avond naar het nieuws keek: “Dat is raar, dit komt Verhagen wel heel goed uit. Waarom zit iedereen dan achter Ab Klink aan?”

Hoe is het überhaupt mogelijk dat we in bepaalde situaties ongelofelijke dingen accepteren?

Plotseling bedacht ik me echter hoe het überhaupt mogelijk is dat we in bepaalde situaties ongelofelijke dingen accepteren. Waarom accepteren we bijvoorbeeld wel dat in Close Encounters of the Third Kind alle plotlijnen leiden tot aliens, maar accepteren we dat bij Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull niet? Omdat Close Encounters valt onder het genre sci-fi en Indiana Jones niet. De Indiana Jones filmreeks blinkt nou niet bepaald uit in geloofwaardige, alledaagse plotwendingen. Nep-heilige gralen die de gebruiker in een mum van tijd tot een hoopje stof doen verkruimelen, altijd net op tijd voorbij komende watervliegtuigen die de held uit een peniebele situatie redden, dat is allemaal prima, maar de aanwezigheid van aliens was voor iedereen een brug te ver. Een filmmaker mag zo gek doen als ‘ie wil, mits hij of zij maar binnen de grenzen van het genre blijft.

Waarom accepteerden we de plotselinge verschijning van de brief van Klink aan Verhagen? Dat kan alleen maar verklaard worden door het feit dat parlementair nieuws een genre is. Zolang het drama binnen de grenzen van het genre blijft is alles acceptabel. Het is als de deus ex machina in de Griekse tragedie. Menig tragedie – toneelstukken die na tweeduizend jaar nog steeds uitblinken in emotionele diepgang – bereikte zijn finale plotwending met de komst van een acteur verkleed als een God die met een hefkraan het podium op getakeld werd. Voor de moderne lezer bevreemdend, maar voor de Griekse kijker niet minder logisch: zo ging dat binnen het genre tragedie.

We zijn eraan gewend geraakt dat dingen in Den Haag ‘gelekt worden’. Die formulering is op zichzelf al raar, een lek kan een waanzinnige wending geven aan het beleid van een Nederlandse regering, maar een lek ‘wordt gelekt’. Het is lijdend, passief, iets dat gebeurt zonder dat er een actieve handeling achter zit. In een hedendaaagse detectiveroman zou een schrijver er niet mee wegkomen om de plotwending te baseren op een plotseling onverklaarbaar verschenen document. In het ‘genre Den Haag’ is dat blijkbaar volkomen acceptabel. Niet alleen voor die vele journalisten die het Binnenhof rijk is, maar ook acceptabel voor de kijkers thuis.

Het grootste gevaar dat Nederland bedreigt is gezelligheid.

Blijkbaar verwachten journaalkijkers iets heel anders dan waarheidsvinding op het achtuurjournaal. Zij willen iets dat niet te veel stoort, te ingewikkeld of te akelig is. Liever willen ze iets begrijpelijks; liever dat dan begrip. Niet te moeilijk, niet te lang, met lekker veel plotwendingen.

Het is niet de terreur, niet een kruisraket is het grootste kwaad dat ons land bedreigt, maar ’s lands reflex om de gordijnen te sluiten en een ganzenbord op tafel te leggen onder het mom van de ‘gezelligheid’. Van alle serieuze media is de parlementaire journalistiek misschien wel het gezelligste genre. Ogenschijnlijk wordt de machtsmachinaties van ons land in beeld gebracht, maar altijd langs de herkenbare lijnen van het genre. In tijden van grote onzekerheid (en wanneer leven we nou niet in dat soort tijden?) zijn mensen geneigd tot het geloven van het eerste, meest knusse verhaal dat op een antwoord lijkt. Het grootste gevaar dat Nederland bedreigt is gezelligheid. Dat onvertaalbare, vertrouwde woordje ‘gezelligheid’ dat men altijd verkiest boven ongemak, knagende nieuwsgierigheid of gewoonweg waarheid.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Arjan Miedema,

    Hoe kom je tot de conclusie dat 'we' het O.K vinden wanneer er iets gelekt wordt? Ik erger me er vaak aan, wie zijn 'we'?

    Wanneer er iets uitlekt wat op de agenda voor de ministerraad van vrijdag staat, om de druk op te voeren of de media te bespelen, bespreekt Rutte het onderwerp niet en schuift het vrolijk door. Een strategie die volgens mij werkt, zijn kabinetten zijn bijna waterdicht. De aanname dat 'we' accepteren dat dingen uitlekken is moeilijk te onderzoeken omdat de media nooit boos zullen worden op lekkende politici, zij immers profiteren van het lekken. Burgers daarentegen zou het wel degelijk dwars kunnen zitten, maar hoe moeten zij dat kenbaar maken? Via de media..?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven