Flickr / Renaud Camus

Het geval Heidegger

Het hoge woord is eruit. Martin Heidegger, één van de belangrijkste filosofen van de twintigste eeuw, blijkt antisemitische ideeën in zijn filosofie te hebben verwerkt.

De publicatie van de Schwarze Hefte (Zwarte schriften), een set notitieboekjes waarin de Duitse denker tussen de jaren 1931 en 1941 zijn ideeën bijhield, heeft voor eens en voor altijd duidelijk gemaakt dat Heidegger niet alleen in zijn persoonlijke leven een haat en wrok tegen joden koesterde, maar dat deze sentimenten ook in zijn filosofie doorwerken: in een dozijn passages vinden we filosofische beschouwingen over de rol van de joden in de wereldgeschiedenis. Uit de berichtgeving in de internationale media klinkt het alsof dit een donderslag bij heldere hemel is, maar in feite is het oud nieuws. En voor zover het wel nieuws is, is het goed nieuws: het brengt de controverse over Heidegger eindelijk op een hoger plan.

Martin Heidegger is misschien wel de meest controversiële filosoof van de twintigste eeuw. Er woeden bijna vijfendertig jaar na zijn dood nog steeds heftige discussies over de zinnigheid van zijn filosofie: volgens sommigen is het briljant, volgens anderen onbegrijpelijke abracadabra. Maar meer nog dan om de filosofische inhoud van zijn werk is Heidegger omstreden om zijn persoonlijk leven: hij was lid van de NSDAP, verdedigde het bewind van de nazi’s in de jaren ’30 en ’40, en heeft na de oorlog nooit afstand genomen van dit politieke verleden.

Is Heideggers filosofie nazistisch?

Dat Heidegger als persoon foute keuzes heeft gemaakt is voor iedereen duidelijk. De grote controverse, die inmiddels al meer dan vijftig jaar speelt, gaat over de vraag of zijn filosofische ideeën en zijn politieke leven met elkaar samenhangen. Met andere woorden: de vraag of Heideggers filosofie een nazistische filosofie is.

Heideggers denken is altijd gedreven door een verlangen naar een natuurlijke, harmonieuze orde. In de moderne tijd heeft de mensheid de wereld aan haar wil onderworpen, met als gevolg een ontworteling van het menselijk bestaan, een verlies aan betekenis en een wijd verbreid nihilisme. Vanwege deze diagnose riep Heidegger op tot een andere, meer harmonieuze en gelijkwaardige verhouding tussen mens en wereld. Dit maakt hem één van de voorlopers van de huidige ecologische beweging – maar er zit een keerzijde aan. Om zo’n harmonieuze orde te herstellen, moeten de verstorende factoren worden opgeruimd.

In het geval van ecologie is dat niet zo’n probleem: we kunnen prima leven met het idee dat we op den duur van vervuilende fabrieken af moeten en we dienen te streven naar een duurzame industrie. Maar het idee van een harmonieuze orde is ook een van de drijvende krachten achter politieke en sociale xenofobie: het idee dat een land zonder storende factoren optimaal zou werken kan gemakkelijk gebruikt worden als rechtvaardiging om buitenstaanders uit te sluiten. Denk aan de populistische belofte dat zonder immigranten er voor iedereen banen zouden zijn en het straatbeeld een en al gezelligheid zou zijn. Ook het nationaalsocialisme dreef op deze logica. In nazipropaganda werden met name de Joden bestempeld als de storende factor die de bloei en harmonie van het Duitse volk blokkeerde.

Het politieke ideaal van Heidegger was een harmonieuze sociale eenheid – een filosofische gemeenschap naar het model van de oude Grieken. Hij hoopte in de jaren ’30 dat de nazi’s deze filosofische utopie zouden verwezenlijken. In 1935 beweerde hij dat de oude Grieken eigenlijk nationaalsocialisten waren. De keerzijde van dit ideaal – tot nog toe slechts impliciet aanwezig in zijn werken – is een haat en ressentiment tegen degenen die dit ideaal in de weg staan. Een afkeer tegen degenen die zich onttrekken aan de sociale harmonie, die buiten de maatschappij staan. Uit de Zwarte schriften blijkt nu dat Heidegger ook hierin de nazi’s volgde: als hoofdvertegenwoordigers van de vervreemding, ontworteling en technologisering noemt hij de Joden.

Hoewel Heidegger zich in een passage in de notitieboeken ook distantieert van het antisemitisme (hij was tegen bijna alle ‘-ismen’), is het duidelijk dat zijn anti-joodse uitspraken direct samenhangen met de propaganda van de nazi’s: hij gebruikt de term Weltjudenschaft, ook één van de sleuteltermen in Mein Kampf. Dit woord is afkomstig uit De protocollen van de wijzen van Sion, een pamflet dat lang werd gezien als bewijs dat een internationale Joodse samenzwering probeert de bestaande orde te verstoren en een Joodse wereldheerschappij te vestigen.

Het is dus onmiskenbaar dat Martin Heidegger antisemitische ideeën koesterde, en dat die ideeën nauw verbonden zijn met zijn filosofie. Maar dit zou geen verrassing moeten zijn: de Schwarze Hefte plakken alleen het langverwachte naamkaartje van ‘de Joden’ op een aspect van Heideggers denken dat al vaker als xenofoob is bestempeld.

Door de publicatie van de Schwarze Hefte kan het gesprek over Heidegger eindelijk op een volwassen manier  worden gevoerd.

Betekent dit nu dat Heideggers filosofie definitief achterhaald is? Hierover lopen de meningen nog steeds uiteen. Sommigen vinden van wel: als een filosofie zo doortrokken is van antisemitische ideeën kan de invloed ervan alleen maar verderfelijk zijn. Voorstanders van Heidegger wijzen erop dat zijn filosofie een grote inspiratie is geweest voor veel antifascistische joodse denkers – bijvoorbeeld Hannah Arendt, Emmanuel Levinas en Jacques Derrida. Deze filosofen hebben laten zien dat de waardevolle kanten van Heideggers denken prima kunnen bestaan zonder zijn provinciaal-Duitse xenofobie.

De discussie blijft dus woeden. Maar het mooie van de publicatie van de Schwarze Hefte is dat het gesprek over Heideggers nalatenschap eindelijk op een volwassen manier kan worden gevoerd, op basis van tastbaar bewijs. Vanwege het ontbreken van expliciete aanwijzingen voor de fascistische trekken in het denken van Heidegger konden voor- en tegenstanders eerder met al te simpele argumenten wegkomen. Het kwam bijvoorbeeld voor dat filosofen werden afgeserveerd met de drogreden ‘filosoof x is geïnspireerd door Heidegger; Heidegger was een nazi; dus filosoof x is ook een nazi’. En aan de andere kant gebeurde het dat mensen platweg ontkenden dat er een vreemdelingenhaat sluimerde onder Heideggers filosofische idylle van een Griekse utopie op het Duitse platteland.

Door de publicatie van de Zwarte schriften kunnen beide partijen eindelijk hun beweringen staven aan de geschriften van Heidegger zelf; daardoor is het nu voor het eerst mogelijk dat er vooruitgang in de controverse komt. Ontkennen is niet meer mogelijk, maar het is ook niet meer mogelijk om het hele werk van Heidegger en zijn volgelingen in één gebaar te verwerpen. Geleerden kunnen nu nauwkeuriger dan ooit ontleden waar het bij Heidegger fout gaat. We hoeven niet langer te speculeren over verborgen motieven die zijn hele filosofie suspect zouden maken: we kunnen nu met een chirurgische precisie de fascistische ideeën in zijn denken isoleren, en alles wat de moeite waard is redden. Zo kunnen alle filosofen leren van de politieke fout van één filosoof.

Gerelateerde artikelen
Reacties
5 Reacties
  • Beschaafde antipathie tegenover het joodse volk is eeuwenlang de norm geweest onder Duitse filosofen. Kant, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche ('er is waarschijnlijk geen weerzinwekkender wezen dan de jonge beursjood'), maar ook Marx, Wittgenstein en uiteraard Weininger waren alle in meerdere of mindere mate antisemiet. Misschien dat bij de volgende opwaardering van het debat, de vraag of als er zoveel diepzinnigs en waardevols in de filosofie van Heidegger schuilt, er dan niet ook veel waardevols en diepzinnigs in het antisemitisme steekt, ook uit de taboesfeer mag.

  • Over Arminius,

    Dat mag van mij wel, maar dat is niet wat jij nu doet. Het suggereren van de zin van antisemitisme is eigenlijk alleen maar een antisemitische uitspraak en geen uitleg van de principes die jij uit de taboesfeer wil halen. Dus als je dat zo graag wil, heb dan de moed om daar zelf mee te beginnen, zou ik zeggen.

  • Ik vroeg me nog af hè. Pierre Bourdieu heeft in de jaren zeventig (dus nog vóór de grootste oproer) een boek geschreven over de 'politieke ontologie' van Heidegger. Kortgezegd was zijn conclusie geloof ik dat in het licht van Heideggers gehele gedachtegoed  het Nazisme te gematigd zou zijn.

    Maar ik weet niets van Heidegger. Denk jij dat die chirurgische precisie in een totaalamputatie kan eindigen? Of schuilt er echt schoonheid in die woordenbrei? Zoveel dat we het nog jaren moeten bestuderen?

  • Interessant artikel. Een paar opmerkingen. Het is volgens mij absurd om te zeggen dat het “gesprek” over Heidegger (door Arendt, Celan, Levinas, Derrida of Victor Farias) nooit op een volwassen manier is gevoerd. Ook zeg je wel erg makkelijk dat Heidegger in zijn persoonlijke leven een haat en wrok tegen de joden koesterde (is dat zo? er zijn geloof ik passages in brieven aan Elfriede, maar die ken ik niet). Verder schrijf je dat er geen expliciete aanwijzingen waren voor “fascistische trekken” in het denken van Heidegger. Maar die waren er nu juist wel. Heidegger zag AH immers een tijdje als de belichaming van de collectieve wil van het Duitse volk en een Seinsgeschick. Er is de beruchte Rektoratsrede van 30 november 1933 (het Nazisme als de nieuwe realiteit) en in de Inleiding in de metafysica uit 1935 heeft hij het over de grootsheid van het nationaal-socialisme. Daar komt nu een nieuwe vorm van antisemitisme bij. De joden krijgen “zijnshistorisch” de schuld van het nihilisme en de planetaire heerschappij van de techniek (als ik het goed begrijp omdat ze geen Heimat hebben zoals de Duitsers en goed kunnen rekenen). Maar het fascisme was daar ondertussen ook aan uitgeleverd, volgens Heidegger. Heeft het dan nog zin om van fascistische of nazistische ideeën te spreken (die je kunt isoleren, etc.)?

  • Dit boekje is een mooi voorbeeld van het uit de context citeren van teksten. Een aantekenschrift is een aantekenschrift en geen formele en gestructureerde weergave van gedachten. Als Heidegger hier volledig achterstond zou het dit wel gepubliceerd hebben. Kijken we naar de officiële teksten dan is er geen spoor van raciaal anti-semitisme zodat dit door het nationaal-socialisme werd aangehangen. Daarentegen begeleide Heidegger tegen de stroom in Joodse studenten en had hij een Joodse minnares (Arendt).

    In de jaren na de 2e Wereldoorlog heeft Heidegger aangegeven dat de systematische deportatie en uitroeiing van miljoenen Duitsers die toevallig de pech hadden in het Oosten te wonen of de Japanners die toevallig de pech hadden in Nagasaki/Hiroshima te wonen niet anders was dan de holocaust met dien verschil dat de laatste moordpartijen publiekelijk gebeurde en niet in het geheim werden georganiseerd. Dit is nu precies het type "essentieloze" misdaden waar Heidegger in zijn filosofie voor waarschuwde.

    Dat hij als rector moest meewerken aan het gelijkschakelingsbeleid en dat hij ook positieve punten in het nationaal socialisme zag is waar. In de periode waar wij hier over praten werd AH over de hele wereld door miljoenen positief beoordeeld. Het is makkelijk om daar 60 jaar later in een vrije democratie met een vingertje naar te wijzen. Heidegger heeft echter vele Joodse collega's aan banen in het buitenland geholpen terwijl de Nederlandse vingertjes procentueel het hoogste aantal Joden in Europa hebben laten vermoorden. Waarbij aangetekend dat de Nederlandse overheidsdiensten het deportatie process tot aan Auschwitz onder beheer hadden. Het is dus ongepast om op zo een ongenuanceerde manier en zonder begrip van de historische context Heidegger te bekritiseren. Als men goed naar Heidegger geluisterd had waren de vele grote misdaden van de 20e eeuw immers nimmer gebeurd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven