Flickr / Daniel Kruczynski

Het impliciete cynisme van de moderne tijd

In 1776 schreef Adam Smith: ‘It is not from the benevolence of the butcher, the brewer or the baker that we expect our dinner, but from their regard to their self-interest.’ Smith stelt hier dat de interactie tussen mensen niet plaatsvindt op basis van zelfopoffering of solidariteit, maar op basis van eigenbelang. Smith sprak echter nadrukkelijk over het domein van de commercie, dat slechts een onderdeel vormt van de bredere maatschappij.

Wat echter veranderd is sinds de tijd van Smith, is dat het commerciële domein geen werkelijk tegenwicht meer heeft. Zo heeft de Kerk, met haar christelijke waarden als naastenliefde en zelfopoffering, haar dominante invloed verloren. En heeft de politiek, met name vanaf de jaren ’80, met een beleid van deregulering en privatisering, de rol opgegeven om stevig tegenwicht te bieden aan de commercie en haar marktwaarden.

Hiermee heeft het idee van ‘voor wat, hoort wat’ alle vrijheid gekregen om zich uit te strekken over onze maatschappij, ook tot ver buiten het eigenlijke domein van de handel.

Het idee van ‘voor wat, hoort wat’ heeft zich over de hele maatschappij uitgestrekt.

Na de recente ramp in de Filippijnen kwam een van de eerste oproepen om hulp te bieden van Simon. Van Nick en Simon. Hij vroeg zijn Facebookvolgers – ‘mocht u het kunnen missen’ – om te doneren aan Giro555. Zijn oproep kon rekenen op een stortvloed van kritiek. Naast vele rechts-nationalistische reacties (‘eigen volk eerst’), waren er de inmiddels gebruikelijke cynische reacties als het gaat over hulporganisaties (‘het verdwijnt allemaal in de zakken van directeurs’).

Dit beeld werd bevestigd in een opiniepeiling van het programma EénVandaag. De meerderheid van de Nederlanders was niet van plan te doneren. Scepsis over of het geld wel goed terecht zou komen werd hierbij genoemd als de hoofdreden.

Toch leek in een speciale tv-uitzending van Nederland 1, RTL 4 en SBS6 het cynisme het zwijgen te worden opgelegd: onder aanvoering van bevlogen BN'ers sloeg de gehele natie de handen ineen. Op het moment van schrijven is er – grotendeels dankzij de tv-uitzending – al 25 miljoen euro opgehaald voor de samenwerkende hulporganisaties.

Waar men zou verwachten dat de hulpactie voor de Filippijnen een voorbeeld was van solidariteit, en een teken dat cynisme en eigenbelang niet altijd de boventoon voeren, bleek de opzet ervan juist een bevestiging van het cynisme.

Om dit aan te tonen is het nodig om stil te staan bij de betekenis van het woord ‘cynisme’. Cynisme is het idee dat de mens door niks anders gedreven wordt dan door eigenbelang. Dus al heeft het soms de schijn ervan, de menselijke beweegredenen zijn nooit nobel of altruïstisch; nee, mensen handelen altijd uit egoïsme. De betekenis van cynisme komt dus min of meer overeen met de doctrine van Adam Smith. Al betrof Smiths uitspraak, nogmaals, enkel het domein van de commercie. (Smith voorstond zelf een ethische theorie die ook het principe van eigenbelang oversteeg.)

De wervingsactie voor de Filippijnen concentreerde zich, zowel op de radio als op tv, rond het feit dat BN'ers allerlei dingen van zichzelf veilden. Zo konden mensen bieden op een lunch met Marco Borsato of Roel van Velzen; zich tegen betaling in de watten laten leggen door Jochem Myjer en kreeg de hoogste bieder een masterclass van the one and only Ferry Mingelen. Ireen Wüst en Sven Kramer veilden hun schaatspakken en Jan Smit zijn trouwpak (overigens alle drie zonder hun maten erbij te vermelden; blijkbaar was het vooral bedoeld om naar te kijken). Topper Jeroen van der Boom vertelde trots dat zijn zanggroepje de zitplaatsen in de Koninklijke Loge in de Arena zouden veilen. Normaal worden deze plekken altijd vrijgehouden, maar deze keer werd er een uitzondering gemaakt. Ik hoop dat Jeroen dit wel even met het koninklijk paar heeft overlegd: voor je het weet keken ze hier al weken naar uit.

De constructie is in alle gevallen als volgt. De BN'er doet een klein, niet-financieel offer: hij of zij geeft iets van zijn tijd op, of biedt spullen aan die hij of zij niet meer nodig heeft (tenminste, ik ga er vanuit dat Wüst en Kramer in Sotsji niet ineens zonder schaatspak zitten). De hoogste bieder betaalt de BN'er, die het geld vervolgens doorsluist naar Giro 555.

Hier is geen sprake van een gift, maar van een transactie. Degene die zijn portemonnee trekt, krijgt er iets voor terug. De impliciete boodschap van deze constructie is dat de wanhoop waartoe mensen op de Filippijnen gedreven zijn, niet voldoende reden is om te helpen.

Het zou misschien cynisch zijn van mijn kant om ook nog te suggereren dat de BN'ers meedoen uit eigenbelang, namelijk omwille van zelfpromotie of hun imago. Toch is in dit licht het voorbeeld van Trijntje Oosterhuis interessant. De zangeres beloofde dat zij voor elke ‘like’ op haar Facebook-pagina een euro zou doneren. Toen meer dan tweehonderdduizend mensen op het virtuele duimpje klikten, reageerde ze dat ze geen twee ton niet kon missen. Desondanks beloofde ze ‘gul te geven’. En zoals ze daar zelf aan toevoegde: ‘tenslotte gaat het niet om mij.’ De ironie is dat ze het zelf om haar heeft laten gaan: ze had ook gul kunnen doneren zonder er ‘likes’ voor te vragen.

De vraag is echter: hoe erg is het, een cultuur van cynisme? In het geval van de Filippijnen zijn immers, mede dankzij de veilingen, miljoenen opgehaald. Dus wellicht kan het cynisme niet zoveel kwaad. Toch is het werkelijke antwoord zorgwekkender dan dat. Het is namelijk zeer de vraag hoe een cynische cultuur in staat is om te gaan met de grote problemen van de komende eeuw; welke oplossingen er mogelijk zijn als er geen beroep gedaan kan worden op waarden als medemenselijkheid, zelfopoffering en solidariteit.

Het is de vraag of een cynische cultuur in staat is om de grote problemen van de komende eeuw op te lossen.

De ramp op de Filippijnen wordt veelal beschouwd als een incident. Voor zover het een incident is, is het een incident binnen een systematisch probleem, namelijk klimaatverandering. Stormen van deze grootte zullen in de toekomst steeds vaker voorkomen. Niet alleen is het zo dat het commerciële systeem de oorzaak is van dit probleem en van vele andere (verspilling van hulpbronnen, uitbuiting van arbeidskrachten, etc.); het is bovendien onwaarschijnlijk dat oplossingen voor deze problemen kunnen komen via dezelfde cynische logica die dit systeem, vrijwel zonder tegenspraak, propageert.

Een cultuur van cynisme maakt elke poging om het eigenbelang te ontstijgen bij voorbaat ongeloofwaardig, naïef, of zelfs verdacht. In zo’n cultuur is het idealistisch potentieel om het systeem te veranderen per definitie beperkt. Wat overblijft is dan de schamele hoop dat bij de ‘incidenten’ van de komende eeuw Ireen Wüst en Sven Kramer nog genoeg overbodige schaatspakken hebben liggen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Beste Tim,

    Droevig , maar mooi verwoord.

    Zeer passend in de visie van Adorno en Horkheimer.

    Hartelijke groet, Kees-Jan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven