Flickr/Harald Groven

Het Kafkaëske Fyra-drama

In een analyse van het Fyra-drama in Trouw van afgelopen weekend, werd afgesloten met de conclusie dat het de minister (Schultz van Haegen) vooral zorgen moest baren dat haar ministerie (Infrastructuur & Milieu) weliswaar ‘vol zit met knappe ingenieurs die de mooiste bruggen en beste dijken kunnen ontwerpen, maar tegelijkertijd een goede politieke antenne ontberen’. Voor iedereen die de (infrastructurele) bouwwereld kent is dat een opmerkelijke conclusie. Voor hen ligt het probleem eerder omgekeerd: ambtenaren op het ministerie van I&M zijn te veel bezig met het afkopen en wegzetten van (politieke) risico’s bij marktpartijen en juist te weinig met het daadwerkelijk bouwen van wegen en dijken. Het ministerie aan de Haagse Plesmanweg zit vol met extern ingehuurde managers en juristen maar naar ingenieurs zal tevergeefs worden gezocht. In de praktijk leidt dit tot Kafkaëske toestanden omdat zowel bouwers als het ministerie zich verschuilen achter procedures en niemand daadwerkelijk de verantwoordelijkheid neemt voor het product dat het ministerie geacht wordt aan de samenleving te leveren. Hoe komt dat en waarom laat het Fyra-drama ons dit probleem zien?

Waar vroeger op het ministerie het motto gold ‘achter iedere deur een ingenieur’, hanteert zij al vanaf 2007 de slogan ‘de markt tenzij’. De voormalige bouwdienst van het ministerie, het vroegere kennishart, heeft voor dit beleid moeten wijken. Ingenieurs en technisch specialisten zijn geleidelijk omgeschoold tot auditoren en managers die de taak hebben toezicht te houden op de processen van de verschillende door het ministerie ingeschakelde bouwers, maar zelf geacht worden zowel geen kennis te hebben van het product als daar inhoudelijke oordelen over te vellen. Op deze wijze hield – tot verbazing van de Kamercommissie – het ministerie ook toezicht op de bouw van de Fyra. Verbaasd waren ze, want had het ministerie ook niet zelf zeker moeten stellen dat door haar een goed product werd ingekocht?

Kafkaëske toestanden waarin zowel bouwers als het ministerie zich verschuilen achter procedures

In 2007 vond het ministerie dat kennis van techniek niet paste bij haar rol als publiek opdrachtgever en daarom heeft zij vanaf die tijd sterk ingezet op het ontwikkelen van slimme (op Amerikaanse leest geschoeide) inkoopmethoden die het mogelijk maken opdrachten te gunnen aan bouwers die zowel de laagste prijs bieden als zo veel mogelijk risico’s van het ministerie overnemen of beheersen. In de verhouding tot bouwers kiest het ministerie er bewust voor zichzelf te zien als ‘leek’ en verwacht zij dat bouwers haar in het proces van ontwerp tot bouw van het product volledig ‘pamperen’. Het product zelf – de wegen, dijken of treinen – daar is niemand op het ministerie in geïnteresseerd. Waarom dat een probleem is laat het Fyra-drama zien.

De Kamercommissie en de media reageerden met afschuw toen ze vernamen dat het toezicht van de Nederlandse Spoorwegen (NS) op de Fyra werd uitgevoerd door ‘keurmeesters en juristen’. Had het ministerie dan geen technici kunnen inzetten? Dat was ook de vertwijfelde klacht van de topman van AnsaldoBreda. Volgens hem waren zijn treinen prima, maar ontbrak het de NS aan voldoende deskundigheid om ze te testen en te onderhouden. Hoongelach viel hem ten deel, maar helemaal terecht is dat niet. Hoewel de minister haar ministerie bijna liefkozend ‘een fysiek ministerie’ noemt, gebeurt er in de praktijk vrijwel niets fysieks meer op het ministerie zelf. In feite is het ontwerp en de bouw van wegen, dijken, en in dit geval treinen, in Nederland vrijwel geheel geprivatiseerd. Dat voelt onbehaaglijk. Het ministerie van I&M heeft de grondwettelijke taak om ons ‘leefmilieu te beschermen en verbeteren’ en dan kan het niet zo zijn dat zij zich bij het uitvoeren van die taak verschuilt achter ‘auditrapporten’ precies zoals de bouwer dat zelf ook doet en AnsaldoBreda in dit geval ook deed. In dit systeem voelt niemand zich en is ook niemand daadwerkelijk verantwoordelijk voor het product, en dat is gevaarlijk, want de ‘bescherming en verbetering van ons leefmilieu’ wordt niet geboden met juridisch dichtgetimmerde auditrapporten maar wel met goede wegen en dijken.

De bescherming en verbetering van ons leefmilieu wordt niet geboden met juridisch dichtgetimmerde auditrapporten

Van die grondwettelijke taak maakt het ministerie zich nu te eenvoudig af. Het ministerie kiest voor de juridische en politieke veiligheid van een systeem waarin zij niet zelf maar een ander een product gemaakt en ontworpen heeft, maar dat is niet wat wij van een ‘fysiek ministerie’ verwachten. Van zo’n ministerie verwachten wij dat zij daadwerkelijk de (grondwettelijke) verantwoordelijkheid neemt en kan nemen over het ontwerp en de bouw van producten die voor het welvaren en voortbestaan van ons land van vitaal belang zijn. Hoe zouden we het vinden wanneer het ministerie van Defensie zou besluiten in het vervolg militairen op de markt in te huren? Dat willen we niet en tegelijk is dat wel de praktijk op het ministerie van I&M. Het is tijd voor een discussie met als inzet de vraag wat publiek opdrachtgeverschap precies betekent voor het ministerie van I&M. Op dit moment neemt het ministerie die taken te licht op en kiest ze te snel de weg waarop zij zelf de minste politieke risico’s tegenkomt.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • This is one of my favourite foods to order when having yum cha! Now I can actually make it myself thanks to you! I di#9&d3n;t realize peppers were high in vitamin C! Great to know - delicious and healthy too!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven