Wikimedia Commons

Het mysterie van het ontbrekende conservatisme

Het is één van de meest interessante Nederlandse partijpolitieke vragen: waarom kende Nederland afwisselend wel communisten, centrumdemocraten en populisten, maar nooit een conservatieve partij? In dit eerste deel van een drieluik onderzoekt historicus en politicoloog Alexander van Kesteren ‘het mysterie van het ontbrekende conservatisme’, en betoogt hij dat een wending naar het conservatisme waardevol zou kunnen zijn.

Er zijn conservatieven die menen dat een zwangerschap na verkrachting uitgesloten is – en die een abortus zondiger lijken te vinden dan een verkrachting. Veel Nederlanders zien zo’n reactionaire, wanstaltige opvatting als exemplarisch voor het hele conservatisme.

Dat er eveneens welvoelende conservatieven bestaan die gruwen van dergelijke ideeën is in Nederland veel minder bekend. Dit zijn de conservatieven die een fundamentele kritiek uitoefenen op de wereld ‘als markt en strijd’, en die de fysieke, morele en existentiële kwetsbaarheid van de mens kennen en haar daarom willen beschermen en wapenen. Combineer dergelijke ideeën met het moedeloos makende gebrek aan politieke visie, en een passage gloort: waarom zou er niet een politieke partij of beweging putten uit het conservatieve ideeënarsenaal?

Het abortusvoorbeeld suggereert reeds het antwoord: het zou op dit moment electorale zelfmoord zijn. Het conservatisme heeft, om het op z’n eenentwintigste-eeuws te zeggen, een imagoprobleem. Dit probleem zit ingebakken in de gangbare Van Daledefinitie, namelijk “verkleefdheid aan het bestaande/behoudzucht”. Voor deze ene keer geeft de taalautoriteit niet alleen antwoord, maar neemt het ook stelling: “Dat het begrip conservatisme in Nederland is verworden tot een soort scheldwoord, valt te betreuren omdat het hier om een eerbiedwaardige politiek-filosofische traditie met waardevolle elementen gaat.”Zoals altijd heeft Van Dale gelijk.

De totstandkoming van deze pejoratieve conservatismedefinitie wordt in ‘Conservatieve gedachten’ (1977) door de socioloog J.A.A. van Doorn in 'Conservatieve gedachten' besproken: “Helaas heb ik ondanks nijvere naspeuringen geen conservatief kunnen vinden. Ik heb uit dit gedeelte van het onderzoek de indruk overgehouden dat het gaat om een door progressieve aanwending van milieuvijandige besproeiingsmiddelen uitgeroeide moerasplant.”

Een door progressieve aanwending van milieuvijandige besproeiingsmiddelen uitgeroeide moerasplant.

Het ideaaltypische conservatisme behelst altijd verzet tegen grote of te bruusk doorgevoerde veranderingen in een gegeven toestand. Het koestert de historisch gegroeide, ‘delicate organiek’ van de samenleving en bekritiseert de tegenwoordig veelgeproefde opvatting dat alleen het rationeel legitimeerbare bestaansrecht heeft. Het zijn de bestaande wetten, tradities en conventies die de beproevingen van de geschiedenis hebben doorstaan en hun geschiktheid hebben bewezen om het maatschappelijk fundament te vormen.

Nu bestaan er echter ook zogeheten herstelconservatieven. De opzienbarende combinatie tussen radicaliteit en conservatisme wordt verklaard doordat zij opereren nádat een samenleving van haar ‘juiste koers’ is afgeweken; deze conservatieven pleiten dan ook allereerst voor een ingrijpend herstel, om vervolgens weer een gematigde koers aan te kunnen houden.

In ieder geval meent ook iedere weldenkende conservatief dat soms verandering simpelweg geboden is, praktisch dan wel moreel. En daarnaast noodzaakt ieder behoud ook een bepaalde mate van verandering – denk Di Lampedusa’s Tijgerkat: “Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.”

Anti-dogmatiek
Maar welke inhoud – welke ideeën, waarden – heeft het ‘echte’ conservatisme? Deze vraag is pertinent onbeantwoordbaar – en dit verklaart natuurlijk ook een deel van het onbegrip. De specifieke vorm van het conservatisme is altijd afhankelijk van tijd en plaats, van historisch moment en culturele context. Aldus is het fel gekant tegen iedere vorm van dogmatiek, tegen van de praktijk losgezongen abstracte idealen – hoe welluidend ook – en tegen alle verschillen negerende ideologische blauwdrukken. Zie hier tevens de primaire reden voor de oppositie van het conservatisme tegen de andere twee grote ideologieën, het socialisme en liberalisme.

Vandaar ook de opmerkelijke verscheidenheid aan conservatief genoemde politici of politieke denkers. Een willekeurig rijtje: Burke, De Maistre, Disraeli, Spengler, Aron, Thatcher, Scruton, Palin of Romney’s running mate Paul Ryan.

Hierin is een grove historische driedeling mogelijk: het Britse conservatisme is het meest gematigd, prudent en op traditie gericht; het soms radicale Europees-continentale benadrukt de deugd en de tragische mens; en het meer groteske, hier verder buiten beschouwing gelaten, Amerikaanse conservatisme is daarentegen heel dynamisch, economisch liberaal en in de regel weinig intellectueel.

De broze mens heeft traditie, symboliek, deugd en conventie nodig.

De broze mens
Zoals vaker is het Burke die een meest waardevolle conservatismekern verwoordt. Hij doet dit in één van zijn prachtige schotschriften gericht tegen de Franse revolutionairen (het is veelzeggend dat conservatieven in de regel zoveel mooier schrijven dan andere politiek commentatoren): als je al het niet-rationele wegsnijdt, alle opsmuk rücksichtslos verwijdert, wat bedekt dan nog de “defects of our naked, shivering nature”?[1]

Dit betekent op individueel niveau: de broze mens heeft traditie, symboliek, deugd en conventie nodig als gids en als troost. En collectief gezien: met liberalisme alleen ‘houd je de boel niet bij elkaar’. Voor het voortbestaan van een samenleving zijn tenminste enige preliberale of traditionele waarden van absoluut levensbelang.

Dit geeft inhoud aan het grote conservatieve cultuurkritische potentieel: het fulmineert tegen zowel de excessen van marktwerking als tegen de uniformerende commerciële (beeld)cultuur en het vrijblijvende non-ethos van ‘je eigen ding doen’. Daarentegen huldigt het conservatisme juist zowel het historische en culturele verschil als bepaalde deugden.

Nieuw idealisme
Als gesteld schieten sommige zelfbenoemde conservatieven door in starre behoudzucht of stompzinnig autoritarisme, maar het hier verdedigde conservatisme doet dat juist niet. Evenmin als andere denkstromingen is het conservatisme zaligmakend. Maar zoals Van Dale zei, de onterecht vergeten Europese conservatieve traditie herbergt belangwekkende elementen. Tegenover het starre bourgeoisdenken kan het conservatisme als ‘het nieuwe idealisme’ staan, als een denktraditie met een zo zeldzame eigen visie op mens en samenleving.

Ten slotte moet ook worden toegegeven dat het conservatisme soms doorschiet in een wellustige, esthetisch prachtige onlogica, waaruit een langoureuze, melancholische toon kan klinken. De door Bart-Jan Spruyt, voortrekker van de conservatieve Edmund Burke Stichting (waarover in een volgend stuk meer), gegeven conservatismedefinitie mag hiervoor exemplarisch heten: conservatisme is “ideologie geworden heimwee, een gefluisterde schreeuw dat alles moet blijven zoals het nooit geweest is.”[2] Absurditeit, schoonheid en intuïtieve waarheid: zeldzaamheden waar het de huidige politiek zo vaak aan ontbreekt. Om nog maar eens te benadrukken dat dit conservatisme een vruchtbare inspiratiebron voor Nederlandse politici kan zijn.

--

[1] E. Burke (2005) [1790] Reflections on the revolution in France. The works of the Right Honourable Edmund Burke, VOL. III. (of 12). zie: http://www.gutenberg.org/files/15679/15679-h/15679-h.htm#REFLECTIONS: 332.

[2] Een parafrase van een zin van Benno Barnard. B.J. Spruyt (2009) Als je eenmaal hebt liefgehad. Over dr. J. T. Doornenbal. geloof, cultuur en politiek. Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum.

Gerelateerde artikelen
Reacties
5 Reacties
  • Ko van 't Hek,

    Hey Alexander,

    Mooi stuk!
    De nieuwe stand van zaken is dat de SGP sinds 2002 weer met 3 zetels in de kamer zit (terwijl de ontzuiling nog steeds huis houdt). Zouden we de SGP nu meer als conservatieve partij kunnen zien?

    Weet jij misschien niet, maar ik vroeg het me toch af.

  • Alexander van kesteren,

    Hai Ko, dank voor je reactie. En, heel toevallig, heb ik wel ideeën over het het conservatisme van de SGP: want binnen die partij is al enkele jaren, soms wat geluwd en dan weer oplaaiend, een discussie gaande over of de partij zich als conservatief dient te profileren, of dat zo'n opstelling haar te ver van haar (vrij streng-)gereformeerde identiteit zou verwijderen. Mijn stelling is dat de conservatismepropaganten binnen de SGP heel gestaag de overhand nemen - maar hierover wellicht in een later stuk meer!

  • Corey Robin betoogt in The Reactionary Mind op overtuigende wijze dat Burke geen conservatief maar een reactionair (wat jij een herstelconservatief noemt) was, en dat conservatieven vooral op het belang van 'traditie' hameren omdat zij willen dat dat inferieuren hun plaats kennen, en niet meepraten over de vraag hoe de samenleving zou moeten worden ingericht. De vraag of abortus is toegestaan kun je zo bezien niet beantwoorden door te kijken of anti-abortus 'traditioneel' is, maar of 'de elite' denkt dat het toelaatbaar is. (En meestal zie je dan dat de elite het wel mag maar het gewone volk het niet.. Zie o.a. Henry VIII en scheiden.) Waar Burke dus waarschijnlijk op doelde, toen hij schreef dat de "broze mens" traditie nodig heeft, is dat dat de "broze mens" sterke leiders nodig heeft, naar wie hij dient te luisteren (omdat de samenleving anders als een kaartenhuis in zou storten).

    (Zelfs als je het hier niet mee eens bent, of dit onvolledig vindt, zou ik je toch aanraden dit boek eens te lezen, omdat het iig duidelijk maakt waarom het bestaan van herstelconservatieven/reactionairen helemaal niet zo tegenstrijdig is als je op het eerste gezicht zou denken. Een van de hoofdstukken uit Robins boek kun je overigens hier lezen: http://leiterreports.typepad.com/files/raritan-essay.pdf ; enkele andere hoofdstukken zijn op zijn blog te lezen (www.coreyrobin.com).)

  • Alexander van kesteren,

    Ha Foppe, dank voor je reactie.
    Ik heb Cory Robin gelezen, maar ik vrees dat ik het volstrekt met hem, en dus met jou, oneens ben. Sterker nog: zijn hele werkwijze klopt niet.
    Ik denk dat Robins perspectief is vertroebeld door teveel Amerikaans conservatisme (waar zijn these (heel) misschien wel voor opgaat). Want Burke zag zeker de voordelen van sterke leiders, maar niet altijd. In ieder geval was hij zeker geen reactionair, zo steunde hij de Amerikaanse revolutie én de Ierse zaak.
    Robins eerste fout is dat hij van Burke bijna alleen maar de esthetische filosofie, en nergens bijvoorbeeld de Reflecties op de Franse Revolutie als bron aanhaalt ('on the sublime' e.d.). Nu, als je een goede esthetica vertaald naar de politiek wordt het al snel reactionair, of zelfs bijna-fascistisch, niet?
    Ten tweede, zoals NY Times-rescensent Mark Lilla over Robin zei: : He fails to see that it is based on a glaring fallacy of composition: he posits a class, isolates a characteristic of one of its members, and then ascribes that characteristic to every member of the class." Hij kijkt naar De Maistre, en gaat vervolgens diens kenmerken overhevelen naar alle andere conservatieven.
    Goed, er zijn hier nog duizend discussies over te voeren; dat komt vast nog wel.

  • Mooi stuk! Bekeken als nieuw idealisme lijkt het conservatisme een stuk aantrekkelijker. Al vond ik Van Doorn's beschrijving: 'een door progressieve aanwending van milieuvijandige besproeiingsmiddelen uitgeroeide moerasplant' weer erg doeltreffend... Bestaat de term 'conservatief' niet alleen bij de gratie van zijn tegenhanger 'progressief'? Zoals het begrip politiek links niet uit te leggen valt zonder een politiek rechts? En als het conservatisme het nieuwe idealisme is, waar laat dat de progressieven dan? Als het nieuwe realisme?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven