Still uit Monty Python and the Holy Grail (1975)

Het oog van de naald

Voor godsdienstige tieners gaat er een beangstigende werking van het werk van Nietzsche uit. Ze lezen liever iets anders van filosofieplank van de schoolbibliotheek, Kierkegaard bijvoorbeeld, maar vanuit hun ooghoeken bespieden ze de donkere kaften, waartegen ze zich zo lang mogelijk verzetten, de verboden vruchten van papier, tot ze er uiteindelijk toch ééntje van plukken. En God verhoede dat het Der Antichrist is. Ikzelf heb gelukkig mijn hele middelbare schoolcarrière kunnen doorstaan zonder aan de verleiding toe te geven, hoewel niet onvermeld moet blijven: met de hulp van anderen. Zij waren helaas niet even standvastig en sommigen van hun godvrezende zielen heeft niemand ooit teruggezien.

Het geloof bespraken wij eigenlijk niet, alleen de aanvallen op ons geloof en mogelijke verdedigingstechnieken. En Nietzsche dus, zonder hem te hebben gelezen. Het woord Nietzsche werd hierbij zo gewichtig uitgesproken, dat het leek alsof dat de naam met de persoon samenviel. Nietzsche! Een kwaadaardige vloek waarin de dood van god gepropageerd, chaos geleerd en het absolute Niets vereerd wordt. De moordenaar van God, voor minder hielden wij hem niet; een fout die oude koningen ook wel eens maakten, als zij de onheilsbode voor de stichter van dat onheil aanzagen en aldus berechtten.

Nietzsche: de moordenaar van God, voor minder hielden wij hem niet

Toen ik in mijn propedeusejaar dan toch met Nietzsche begon, werd mij door professor Gerardus Visser op het hart gedrukt dat ik niet bang hoefde te zijn. Hij kon het weten, hij was nog altijd Katholiek. ‘Als ik twee schrijvers naar het hiernamaals mee mocht nemen, waren dat Nietzsche en Meister Eckhardt,’ zei hij eens. En dus trad ook ik de chaos maar tegemoet. Eerst de Zarathustra, vervolgens Der Fröhliche Wissenschaft en zelfs Der Antichrist. Welnu: ik leef nog, ik houd nog van muziek, ik bid nog. Dat een christen Nietzsche niet zou hoeven vrezen echter, is een grove leugen. Doodsbang moet je zijn, reden tot iets anders is er niet. Veel banger dan voor de Darwinistische oerwoudgeluiden, het gemarcheer van Jurassische skelettenlegers en oerknallensalvo’s die je als christen in een rationalistische maatschappij constant van repliek moet dienen. Om nog maar te zwijgen van alle verkrachtingen, oorlogen enzovoorts waar je opeens medeschuldig aan bent. Want dat ‘geloof’ je immers, terwijl je ook iets anders had kunnen geloven. Waar haal je het gore lef vandaan een orde achter het leed en de chaos van de wereld te denken? Advocaat van God heeft het tegenwoordig moeilijker dan die van de duivel. Geloof is propositioneel en ook nog eens on-nominalistisch. Geloven is wishful thinking.

Toch hoef je voor Nietzsche niet minder bang te zijn als diezelfde rationalisten dat zouden moeten zijn. Hun krampachtige neigingen achter alles een mening te zoeken, iedereen tot een standpunt te veroordelen en alle (religieuze taal) als propositioneel, of op z’n minst instrumenteel op te vatten, is voor Nietzsche niets anders dan fundamentalisme binnen de dienst van Apollo. Het is niet de Bijbel die slaafs maakt, maar de zucht naar waarheid, die zowel in de kerk als in het lab de dienst uitmaken, met het verschil dat zij binnen de Testamenten als ijdelheid geldt en binnen de natuurwetenschap de grootste deugd genoemd wordt. Wetenschap en religie verschillen slechts aan de oppervlakte. Bij de een is de waarheidszucht een streven naar eenheid, bij de ander naar dichotomie. Dit is waarom geloven niet denken is (veeleer iets dat de lichaam-geestdistinctie overstijgt) en waarom er wetenschap kan zijn die kan beweren dat het bewustzijn een illusie is (het bewustzijn is immers niet deelbaar). En hoewel de wetenschap geprobeerd heeft de religie te verklaren en in zich op te slokken, zo kan dat makkelijk ook andersom. Begrip en bewijs als hoogmoedige en futiele neigingen tot macht, die alleen het Opperwezen toekomt, het is het hoofdthema van het Oude Testament. Waarom laat de doodsverklaring van Apollo eigenlijk zo lang op zich wachten?

Wetenschap en religie verschillen slechts aan de oppervlakte

Waar stoot Nietzsche’s hamer dan wel op bij gelovigen? Niet bij argumentatie, hij houdt geen logisch dispuut over metafysische noties of mogelijke werelden. Waarom de gelovige en eigenlijk ook God Nietzsche moeten vrezen, is, simpelweg, omdat hij beter schrijft dan God. De aantrekkingskracht van het Christendom ligt niet in het diepgelegen besef van schaamte of zondelijkheid, nee, die zondeleer appelleert nu juist aan een veel dieper besef dat de mens een opdracht heeft, om deze opdracht vervolgens negatief te formuleren: allerlei dingen niet doen. De opdracht die het christendom geeft, poogt alomvattend te zijn, maar Nietzsche lukt het een nog grotere opdracht te formuleren: amor fati.

Wat daar voor nodig is, is hetgene dat de christen angst in zou moeten boezemen: het loslaten van waarheidszucht. Hij moet aan de onwaarheid geloven, om het paradijs waardig te zijn. De hemel bestaat, maar is gereserveerd voor mensen die bewezen hebben hem niet nodig te hebben. Acceptatie is de enige waardige dood. Of dit mogelijk is, weet ik niet, maar misschien moet ik aan de onmogelijkheid geloven. Deze spirituele opdracht gaapt me nu als een groot gat zonder einde aan, maar misschien kunnen we ons haar beter voorstellen als het oog van een naald, waar we doormoeten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven