Flickr / www.cgpgrey.com

Het paradigma van de homo economicus

‘Paradigm’ volgens Thomas Kuhn in The Structure of Scientific Revolutions in 1962:
“a term that relates closely to ‘normal science.’ By choosing it, I mean to suggest that some accepted examples of actual scientific practice—examples which include law, theory, application, and instrumentation together— provide models from which spring particular coherent traditions of scientific research”.

“Als er enig utopisch paradigma is dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw onze moderne wereld totaal heeft veranderd, dan is het wel het neoliberalisme. Dit paradigma heeft mondiaal een nieuwe werkelijkheid gecreëerd.” Hans Achterhuis in De utopie van de vrije markt in 2010.

We moeten onszelf eens goed afvragen: waarop is het huidige economische systeem gebouwd en waar zitten de fouten? Dit is toch van veel groter belang dan gaan rommelen met rentestanden op staatsobligaties? En het afscheid van Berlusconi en dergelijke figuren lijkt ons evenmin uit de crisis te gaan redden.

Is (...) het hedendaagse, utopische neoliberalisme uiteengespat door de kredietcrisis?

Onder het huidige economische paradigma wordt het neoliberalisme verstaan, de vrije markteconomie met zo min mogelijk staatsbemoeienis. Het systeem van nu. En dit systeem is op één fundamentele aanname gebouwd: het bestaan van de homo economicus en zijn eigenschap het eigenbelang na te jagen op rationele, logische wijze. Heeft het huidige systeem teveel vertrouwd op dit mensbeeld? Blijkt, dat men zich daarmee zelf in de vingers gesneden heeft? Alan Greenspan fungeerde als sleutelfiguur in de utopie die het neoliberalisme heette. Na de crisis heeft hij toegegeven niet beseft te hebben (op 24 oktober 2008 bleek dit uit de ondervraging van Alan Greenspan door de Democratisch senator Henry Waxman), dat de homo economicus zijn eigen belang nastreeft ten koste van alles, zelfs ten koste van het hele economische systeem waar de homo economicus zelf in gelooft. En is met dit ideaalbeeld het hedendaagse, utopische neoliberalisme uiteengespat door de kredietcrisis? Of is dit een overdreven aanname en sukkelen we door in ons oude systeem, want ja, de mensen van occupy komen ook niet met een goed alternatief, laat staan de verantwoordelijken van de crisis die nu allang een nieuwe positie in het systeem bekleed hebben met even dikke bonussen.

Ons economische denken, dat tot de crisis heeft geleid, heeft kennelijk berust op monolithische kennis. Er heerste consensus onder de politieke en financiële elite van vóór 2007, vóór de crisis. Het paradigma dat de elite aanhing bepaalde het hele economische stelsel, daar zij de macht tot regulering in handen had. Als een kaartenhuis is dit systeem ingestort, of toch niet helemaal?

Elke periode in de geschiedenis kan worden begrepen vanuit een paradigma, een stelsel van heersende ideeën en gangbare opvattingen. Sinds de jaren tachtig gelooft men in het neoliberalisme en daarmee in de heersende ideeën over de homo economicus. Deze “mens” kan het beste functioneren in een ideaalkapitalistische vorm van maatschappelijke organisatie met zo min mogelijk tussenkomst van overheden of anderen instanties.

Paradigma’s volgen elkaar op. Aan het begin van een nieuw paradigma staat de breuk met het oude paradigma. Volgens Greenspan, voorstander van de vrije markteconomie en een voorvechter van de zelfregulering van de financiële markt, was een radicale breuk met het verleden nodig wilden de neoliberalistische hervormingen slagen. Dit voldoet precies aan Kuhns beschrijving van een breuk met een oud paradigma als voorwaarde voor het begin van een nieuw paradigma.
Greenspan geloofde sterk in het geheel van samenhangende ideeën van het neoliberalisme. Maar deze theoretische wereldopvatting hoefde  niet noodzakelijk met de werkelijkheid overeen te komen. Greenspans utopische geloof maakte hem blind voor wat er zich werkelijke afspeelde. Zelfs aan de vooravond van de crisis, ontkende hij nog alle economische indicatoren die op een mogelijke crisis wijzen.

Naast Kuhn onderkent ook John Davis het gemeenschappelijk aanhangen van ideeënstelsels, vooral onder de economen. In een paradigma kijken we allemaal op dezelfde manier naar de wereld; John Davis benadert de kredietcrisis dan ook vanuit een intellectueel perspectief, dat wil zeggen vanuit epistemologische aspecten ervan, vanuit het ‘economists’ herding behavior’. Diversiteit en alternatieve perspectieven worden ondermijnd. En zo blijven alternatieve ideeën over de fundamenten van vigerend economisch denken en daarbij horende alternatieve en belangrijke beleidsplannen buiten beeld.

Als men de wetenschappelijke praktijk van economen nader onderzoekt dan onderscheidt zich deze wetenschap van andere in de manier waarop onderzoek aan beleid gekoppeld is. Respons op economisch onderzoek werkt daadkrachtiger uit in de werkelijkheid, bijvoorbeeld in beleidsplannen en regelgeving, dan bijvoorbeeld respons op wetenschappelijk onderzoek in de natuurwetenschappen. De homo economicus bepaalt zo zijn eigen regulering, die gebaseerd is op het maximaliseren van zijn eigenbelang. Het economisch onderzoek wordt door deze criteria in bepaalde banen geleid en krijgt daardoor een monolithisch patroon. Dat speelt door in de economische en financiële opleidingen. Ook daarom ligt het voor de hand, dat men op één en dezelfde manier op gebeurtenissen in de financiële markt reageert en dezelfde economisch-wetenschappelijke opvatting deelt over inhoud en praktische aanwending. Davis’ opvatting over het heersende ideeënstelsel in de economie vertoont duidelijk parallellen met Kuhns paradigma. De kredietcrisis kan dan ook in Davis’ ogen worden gezien als breuk met het paradigma: het aanhangen van dit heersende ideeënstelsel vertoonde fouten bij aanvang van de crisis. Greenspan geeft beeld en woord aan die paradigmatische breuk.

De vraag blijft of  met de kredietcrisis het einde van het paradigma van de homo economicus aangebroken is.

“One of the things that we are interested in here is in fact a sort of fostering of new economic thinking”, zegt Davis. Diversiteit in het economische denken en onderzoek zou behouden moeten worden om een dergelijke crisis in de toekomst te vermijden. Men zou niet meer blindelings op de rationaliteit van het gedrag van de homo economicus moeten vertrouwen. Davis denkt dit te bereiken door het verbinden van meerdere onderzoeksgebieden in interdisciplinair onderzoek. Hierdoor is het waarschijnlijker dat onderzoeksresultaten de werkelijkheid juist weergeven en ontstaan er dus realistischere modellen en theorieën. Volledig waarheidsgetrouw is geen enkele economische theorie. Echter, een bredere kijk op de werkelijkheid kan voorkomen dat economen in de toekomst weer blind zullen zijn voor feiten die een mogelijke crisis impliceren. Men moet incalculeren en zich op zijn minst bewust blijven dat berekeningen en modellen gebaseerd zijn op het geloof in gangbare paradigma´s, en dat die niet gelijkgeschakeld kunnen worden aan de realiteit.

De vraag blijft of  met de kredietcrisis het einde van het paradigma van de homo economicus aangebroken is. Hans Achterhuis stelt in De utopie van de vrije markt dat dit niet het geval is: het neoliberalisme is volgens hem een ideologie en vooral dankzij de utopische onderbouwing ervan blijft deze ideologie ook na de kredietcrisis springlevend. In Davis’ ogen kan een nieuw paradigma alleen geïntroduceerd worden, als wij bereid zijn om ons los te  rukken uit het gangbare monolithische denken over economie. Het enige, geloofwaardige antwoord op de kredietcrisis is een intellectueel project: het financiële systeem behoeft een fundamentele rethink.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven