Flickr / Taryn

Het seksleven van de schroefworm en betaalbare biefstuk

Schroefwormen, Vikingtextiel en Afrikaanse vissers maakten kortgeleden hun opwachting in het Amerikaanse Congres. Zij vormden daar de vertegenwoordiging van zinvolle dan wel zinloze wetenschap in het debat over de Scientific Research in the National Interest Act. Dit wetsvoorstel moet er toe leiden dat al het federaal gefinancierde wetenschappelijk onderzoek bijdraagt aan het ‘nationaal belang’, met name in termen van economisch concurrentievermogen, gezondheid en publieke betrokkenheid. Volgens de Republikeinse initiatiefnemer Lamar Smith krijgen de ‘hardwerkende belastingbetalers’ zo uiteindelijk waar voor hun geld: een wetenschap gekenmerkt door ‘transparency, accountability, and credibility’. Retorisch vraagt hij zich af, hoe iemand dat nou niet kan willen, wetenschappelijk onderzoek in het nationaal belang?

Ja, verdomd, waarom zou je dat eigenlijk niet willen? 174 Democraten en 4 Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden gaven toch hun no, tegenover 236 ayes (waarvan 7 Democraten). Een sterke splitsing langs partijlijnen is niets nieuws in de Amerikaanse politiek, maar het is wel opmerkelijk dat het Witte Huis vooraf al dreigde met een veto. De Republikeinen eisen van elk onderzoeksvoorstel een ‘niet-technisch schrijven’ dat de bijdrage aan het nationaal belang uitlegt, de Democraten is er alles aan gelegen dit te dwarsbomen. De origine van deze patstelling is terug te voeren tot twee uiteenlopende retorische repertoires die beiden geen recht doen aan de historische vervlechting van wetenschap en politiek. Waar de één kennis tot partijpolitiek reduceert, en de ander de twee al te resoluut scheidt, is er een perspectief nodig dat de complexiteit van het geheel aandurft. Wat is de achtergrond van deze kloof in het Amerikaanse Congres en wat vertelt het ons over de moeizame relatie tussen politiek en wetenschap?

Hoe iemand dat nou niet kan willen, wetenschappelijk onderzoek in het nationaal belang?

Verder gravend kom je snel uit bij het Committee on Science, Space and Technology, dat wordt voorgezeten door dezelfde Lamar Smith. De beste man heeft daar nogal een reputatie opgebouwd door zijn controversiële dagvaardingen van wetenschappers. Recentelijk riep hij een groep klimaatwetenschappers op het matje die, tegen de zin van klimaatveranderingssceptici, de theorie ontkrachtten dat er momenteel een ‘dip’ in de globale temperatuurcurve zou zijn. Tot op het niveau van bewijsvoering en dataverwerking bemoeide Smith zich met het onderzoek. Dit leverde de politicus, die stevig ondersteund wordt door de olie- en gasindustrie, treffende karakterschetsen op als ‘conspiracy theorist’ in een openlijke ‘witch hunt’ tegen klimaatwetenschap.

Binnen de commissie voert de Democratische afgevaardigde Bernice Johnson een harde oppositie. Waar de Republikeinen het nieuwe wetsvoorstel verkochten met de kop ‘House Votes for Open, Accountable Science’ interpreteerde Johnson het als ‘the latest in a long line of anti-science, anti-innovation bills’. Ook al bevat het wetsvoorstel H.R. 3293, een niemendalletje van drie pagina’s, de clausule dat de beslissingen via wetenschappelijke peer-review blijven verlopen, leest Johnson er vooral Republikeinse arrogantie en vijandigheid jegens het instituut wetenschap in.

Inderdaad ‘politiseert’ dit discours van de Republikeinen wetenschappelijk onderzoek op een verkeerde manier. Zowel voorstellen voor, als resultaten van onderzoek worden onderwerp van discussie tussen ‘ondeskundige’ politici. Publiekelijk ridiculiseren zij bijvoorbeeld ‘silly science’ over de IJslandse textielindustrie in het Vikingtijdperk, een musical over klimaatverandering of een analyse van visserijpraktijken bij het Afrikaanse Lake Victoria. Over die laatste zei een Republikeinse afgevaardigde: ‘Heck, all you gotta do is come down to my district in Galveston, Texas, and we'll show you how to analyze fishing practices for a lot less and you can spend that money in our country!

Het verbaast natuurlijk niet dat de contextgebondenheid van kennis de meeste afgevaardigden vreemd zal zijn. Het maakt wel duidelijk dat deze politisering van wetenschap vrij kwalijk is. De Democraten maken er dan ook een mooi spel van om onderzoek met ‘funny names’ maar grootse resultaten voor het nationaal belang aan te halen. Johnson’s favoriet is het seksleven van de eerder genoemde schroefworm. De ‘fundamentele’ kennis over deze ziekteverspreider zou de veesector zo’n 20 miljard dollar bespaard hebben en de consument at als gevolg goedkopere biefstukken. Dit is de typische Democratische houding: basic research dient per definitie het nationaal belang. Vraag niet hoe, en vraag niet wat basic research precies is, maar de nationale onderzoeksraad zou dit al zestig jaar succesvol voor elkaar krijgen. Waar Smith van wetenschap politiek maakt, scheidt Johnson de twee resoluut om de autonomie van de wetenschappers te waarborgen.

De IJslandse textielindustrie in het Vikingtijdperk en een musical over klimaatverandering

Maar het perspectief van deze beschermvrouwe van de wetenschappelijke autonomie is evengoed problematisch, alleen al omdat het veel onbesproken laat. Ze vervalt zo in een traditioneel, antagonistisch discours over politiek en wetenschap, over waarde en feit, dat ook Nederlandse discussies over valorisatie tekent. Allereerst bestendigt dit het ideaal van waardevrije wetenschap dat vanuit filosofische, historische en sociologische hoek hevig onder vuur ligt. Daarnaast verhindert zo’n onderliggende dichotomie bij voorbaat het gesprek over wetenschap in een samenleving: autonomie betekent hier dat de wetenschappelijke gemeenschap een geprivilegieerd alleenrecht van spreken opeist. Dat staat op gespannen voet met de historische overtuiging dat de wetenschap de wereld op talloze manieren heeft veranderd, ten goede én ten kwade.

Wetenschap maakt de wereld, en de wereld maakt wetenschap: nou, dan hebben meer sprekers dan alleen de wetenschappers belang bij dit verhaal. De vraag naar maatschappelijk belang is dus op zich zo gek nog niet, en we gaan het niet redden met het Democratische ‘laat die wetenschappers toch met rust, vrede en voorspoed zal volgen’; noch komen we ergens als we Republikeinse politici laten bepalen welke kennis gewenst en dus waar is. Buiten parlementaire politiek om moet er een politiek van kennis ontstaan die alle betrokkenen leert te spreken over het maken van een gezamenlijke wereld. Een goed begin zou een intiemer historisch verhaal zijn dat wèl vertelt hoe de bedgeheimen van de schroefworm samenhangen met de politiek van een betaalbare biefstuk.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • I’m glad that Joan Pepin brought up the “pattern matching” method of deciding where to invest, which to me seems like the strongest force in perpetuating the status quo. It may not matter as much who pattern-matches (men vs. women investors) as who dominates the pattern being matched (founders who are almost all men) — though I would still hope that women investors, as the r82newcome2s”, would pattern-match less slavishly and then, as Joan points out, would be less likely to impose past patterns on those they fund.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven