Het speltheoretische dilemma van links

De verdeelde uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen op de linkerflank resulteert voor een volgende verkiezingsronde wellicht in een interessant spel-theoretisch dilemma: natuurlijk heeft ‘de linkse stemmer’ verschillende specifieke partij-voorkeuren, maar het kan strategischer zijn om allemaal op één en dezelfde linkse partij te stemmen. De vraag is of links tot zo’n rationeel ‘coördinatie-evenwicht’ kan komen.

Hoewel de Provinciale Statenverkiezingen eigenlijk over het kiezen van de leden van de Provinciale Staten gaan, worden deze elke keer weer door landelijke politici gekaapt. De 75 leden van de Eerste Kamer worden immers gekozen door de leden van de twaalf Provinciale Staten. En die Eerste Kamer heeft dan weer de macht om het kabinetsbeleid dwars te liggen.

Wat gebeurde er ook alweer afgelopen verkiezingen? Laten we de Nederlandse politiek voor het gemak even onderverdelen in het klassieke (en natuurlijk beperkte) schema van links en rechts. Om politiek moeilijke discussies te omzeilen laten we middenpartij D66 even buiten beschouwing in deze indeling. Na de Provinciale Statenverkiezingen is ‘rechts’ vrijwel onveranderd gebleven: CDA een zeteltje erbij, PVV een zeteltje eraf. Geen schokkende verschuivingen. De VVD blijft de grootste met 13 zetels.  Op links daarentegen zijn er grote veranderingen. Niet zozeer van de ene partij naar de andere, maar van één partij (PvdA) naar meerdere kleinere partijen. SP (9 zetels), PvdA (8 zetels), GroenLinks (4 zetels), PvdD (2 zetels): het linkse politieke landschap is verdeeld geraakt.

Vanuit het 'linkse' perspectief zou het beter zijn als alle linkse kiezers op de PvdA of GroenLinks stemmen

Dat is geen optimale uitkomst voor links Nederland. Het huidige dilemma voor de linkse stemmer is vergelijkbaar met de speltheoretische ‘battle of the sexes’. In dit spel maken een man en een vrouw samen een uitstapje. Ze kunnen het alleen niet eens worden over wat ze gaan doen. De man wil naar Ajax-Feyenoord, de vrouw naar de Libelle-jaarbeurs. Wel zijn ze het erover eens dat ze liever iets samen doen dan alleen. Het komt erop neer dat de vrouw dus het allerliefst haar man meeneemt naar de Libelle-jaarbeurs, maar liever meegaat naar zijn voetbalwedstrijd dan dat ze alleen op de jaarbeurs rondloopt. Voor de man geldt vice versa hetzelfde. Inderdaad: een dilemma tussen onrijmbare, individuele voorkeuren en een (daarboven verkiesbaar) compromis als groepsuitkomst.

Voor de linkse stemmer is de afweging gelijk aan die van de man en de vrouw in de ‘battle of the sexes’. Iedereen op de linkerflank heeft zijn specifieke politieke voorkeur: Sommige stemmen PvdA omdat ze vinden dat ‘iedereen mee moet doen’, anderen stemmen GroenLinks omdat ze ‘eerlijk alles wil delen’ – toch zou het vanuit ‘het linkse perspectief’ beter zijn als alle linkse kiezers op de PvdA stemmen, of op GroenLinks. Voor links Nederland is het tenslotte beter als er een grote partij is die weerstand kan bieden aan de VVD. Als we de huidige gefragmenteerde uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen vertalen naar de Tweede Kamerverkiezingen, dan zou in een eventuele kabinetsformatie op z’n hoogst aanspraak kunnen worden gemaakt op posten als handel & ontwikkelingssamenwerking en milieu & infrastructuur: een doekje voor het bloeden.

Terug naar de ‘battle of the sexes’. In dit spel gaan we er vanuit dat het stel met elkaar communiceert. ‘Als we morgen naar de derby Ajax-Feyenoord gaan, dan ga ik volgende week met je mee naar de Libelle-zomerweek’. Dit zogenaamde ‘coördinatie-evenwicht’ is met een groep van circa 3 miljoen linkse stemmers nogal lastig te bereiken. Indien we de spel-theoretische aanname van rationaliteit  serieus nemen, zal er echter toch zo’n soort coördinatie-evenwicht mogelijk moeten zijn. Een rationele keuze maken betekent dat stemmers ‘berekenen’ wat voor hen de meeste winst oplevert en eventuele offers incalculeren als noodzakelijk voor hun optimale uitkomst. Het is voor elke linkse stemmer beter als idealen zoals het aanpakken van ongelijkheid en een stevig sociaal vangnet worden gerealiseerd. Maar dat kan alleen met een sterke linkse partij. De optimale strategie voor de linkse stemmer is dus om op een partij te stemmen waarvan hij weet dat andere kiezers daar ook op stemmen.

Het is voor elke linkse stemmer beter als idealen zoals het aanpakken van ongelijkheid en een stevig sociaal vangnet worden gerealiseerd

Hoe weet de kiezer dat? Door verwachtingen. Indien er wordt verwacht dat een groot deel van de linkse stemmers PvdA zal stemmen, is het voor de willekeurige linkse stemmer – ongeachte zijn eventuele persoonlijke voorkeur voor een andere linkse partij – rationeel daar ook op te stemmen: zo legt zijn stem immers het meeste gewicht in de schaal van de macht. Voorheen zag je vaak bij de Tweede Kamerverkiezingen, die over het algemeen serieuzer worden genomen dan de Provinciale Statenverkiezingen, dat de linkse stemmers massaal op de PvdA stemden. Door deze strategische keuze ontstond er toch een grote partij op links. Kiezers voldeden toen dus wel aan de rationaliteitsassumptie.

Het probleem is dat de peiling duidelijk moet maken welke richting de verkiezingen op zullen gaan. Als er te veel onzekerheid is over het stemgedrag van anderen, bijvoorbeeld omdat de peilingen een gevarieerd beeld geven, ontstaat er een coördinatieprobleem. Links raakt dan in de war en kan daarom niet inschatten wat naar alle waarschijnlijkheid de grootste partij zal worden. Dit coördinatieprobleem kan links de das omdoen. Een variëteit aan kleinere linkse partijen zal na Tweede Kamerverkiezingen een zwakke uitgangspositie tijdens de kabinetsformatie tot gevolg hebben.

Linkse partijen moeten niet permanent met elkaar concurreren: dat is ineffectief, weinig geloofwaardig en macht-strategisch heel dom

Deze conclusie is, bewust of onbewust, doorgedrongen tot de partijleiding van de voorheen grootste linkse partij: de PvdA. “Politiek krimpend links praat ‘op de tast’ over krachtenbundeling” kopte het NRC op 10 April. Hans Spekman, partijvoorzitter van de PvdA, wil linkse krachten bundelen tegen het rechtse grootkapitaal. Ook Femke Halsema, oud-partijleider van GroenLinks, ziet heil in de linkse vereniging. Linkse partijen moeten niet permanent met elkaar concurreren: dat is ineffectief, weinig geloofwaardig en macht-strategisch heel dom, aldus Halsema. Strategisch manoeuvreren op links gaat zelfs nog een stapje verder: Samsom gebruikt in verkiezingstijd graag de retoriek dat D66 rechts is geworden. Voor de linkse stemmer is D66 dus geen serieuze optie, wil hij daarmee zeggen. Een potentiële concurrent is daarmee verjaagd.

Net zoals bij de battle of the sexes wil iedere linkse stemmer liever op zijn persoonlijke voorkeur stemmen. Maar zoals het spel leert is het beter om tot een gezamenlijk coördinatie-evenwicht te komen: het is voor de linkse stemmers rationeler om zich te verenigen in een grote partij, dan dat stemmers afzonderlijk verschillende (kleine) partijen steunen.

Dan blijven er twee opties over. De eerste: linkse partijen verenigen zich in één grote partij, zodat de keuze voor de kiezer makkelijk is. Ofwel, Ajax besluit de derby te spelen op de Libelle-zomerweek. Hoewel dat niet onmogelijk is, lijkt het op korte termijn niet zo realistisch. De tweede optie is dat kiezers afstemmen op welke linkse partij ze stemmen. Het ziet er nu naar uit dat links voorlopig is uitgekeken op de PvdA als traditionele behartiger van hun idealen. Dat kan, maar dan moet er wel een alternatief komen: een proces naar een evenwicht dat bemoeilijkt wordt door politieke retoriek en partijbelangen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven