Wikimedia Commons / Lege Tweede Kamer

Hoe de overheid zichzelf in de vingers snijdt met het leenstelsel

Drie weken geleden is het wetsvoorstel voor het zogenaamde ‘studievoorschot’ gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Dit eufemistische ‘voorschot’ komt neer op een flinke bezuiniging op het hoger onderwijs. Dit keer blijft het niet bij een langstudeerboete, afschaffing van de financiering van een tweede studie of een verhoging van het wettelijk collegegeld. Het gaat om de grootste hervorming in het hoger onderwijs sinds decennia: de basisbeurs wordt afgeschaft. Met de steun van D66 en GroenLinks hoopt minister Bussemaker dit hoofdpijndossier zo snel mogelijk door het parlement te loodsen. Voor- en tegenstanders van het nieuwe leenstelsel laten zich voornamelijk uit over de consequenties voor de student, maar wat betekent deze bezuiniging voor de maatschappij in het algemeen?

Een veel gehoord argument voor het leenstelsel is dat ‘studeren een investering in jezelf is’. Een vreemde uitspraak, die suggereert dat je eigen portemonnee straks de enige is die er profijt van heeft dat je gestudeerd hebt. Er wordt compleet voorbijgegaan aan de maatschappelijke en economische waarde van het hoger onderwijs. Studeren wordt neergezet als een soort cosmetische ingreep waarmee je jezelf beter in de markt zet.

Onderwijs is blijkbaar een private aangelegenheid.

Het lijkt alsof studeren een keuze is die je op je zeventiende op basis van financiële argumenten maakt: gaat studeren mij meer geld opleveren dan dat het me kost? In de realiteit werkt het anders. In de moderne economie is een vervolgdiploma geen leuk extraatje, maar een noodzakelijkheid om een baan te krijgen. Toch worden jongeren geacht hun studie zelf te betalen en zich dus diep in de schulden te steken. Onderwijs is blijkbaar geen maatschappelijk goed, maar een private aangelegenheid.

Uit cijfers blijkt dat hogeropgeleiden inderdaad gemiddeld anderhalf tot twee keer meer verdienen dan iemand die niet heeft gestudeerd. Door het progressieve belastingstelsel zullen degenen die veel verdienen ook een groter deel van hun inkomen aan belasting afdragen. Bovendien zijn de publieke baten van hoger onderwijs in Nederland relatief heel hoog. Laten we een kleine berekening maken: voor elk extra jaar dat iemand studeert, stijgt zijn salaris naar schatting met 6% tot 8%. De rijksbijdrage voor een jaar hoger onderwijs is ongeveer €6000 per student. Als een student een uitwonende basisbeurs ontvangt, komt daar nog €3350 bij. In de meeste gevallen zal de afgestudeerde over het extra verdiende bedrag belasting betalen in de hoogste schijven, dus 42% of 52% belasting. Stel dat een afgestudeerde een salarisstijging van 7% heeft als gevolg van een extra studiejaar, op basis van een inkomen van €30.000. Dit komt neer op een bedrag van €2100 extra per jaar, waarvan ongeveer €900 aan belasting wordt afgedragen. De investering van de overheid is in totaal ongeveer €9350, dus na elf jaar heeft de overheid haar investering al terugverdiend.

De extra belastinginkomsten als gevolg van de investeringen in het onderwijs en studiefinanciering, kunnen gebruikt worden om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Daardoor zal de waarde van afgestudeerden op de arbeidsmarkt stijgen, met als gevolg een loonstijging en dus hogere belastinginkomsten. Deze opwaartse spiraal zorgt ervoor dat de kwaliteit en de toegankelijkheid van het onderwijs gehandhaafd kunnen worden. Hiervoor is het noodzakelijk dat de overheid  juist gaat investeren in het onderwijs.

Natuurlijk werkt het niet zo simpel: er is geen onbeperkte stijging van salarissen en dus belastinginkomsten als er in Nederland steeds meer hogeropgeleiden zijn. Momenteel heeft ongeveer 43% van de 25- tot 34-jarigen in Nederland een hbo- of wo-diploma. Hebben we nog meer hogeropgeleiden nodig? Lodewijk Asscher sprak twee weken geleden in een lezing over de gevolgen van technologische ontwikkelingen voor de arbeidsmarkt. Door robotisering verdwijnen er banen, voornamelijk de banen met een laag opleidingsniveau. Technische vooruitgang biedt ook kansen en nieuwe banen, maar die vereisen vaak aanvullende kennis en vaardigheden. De nieuw ontstane banen vragen dus om een nog beter opgeleide beroepsbevolking en de vraag naar hogeropgeleiden zal daarom blijven groeien.

Om aan deze vraag te kunnen blijven voldoen, moet de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in Nederland gewaarborgd worden. Nederland heeft wereldwijd, op Noorwegen na, het hoogste percentage hogeropgeleiden. De studiefinanciering zoals we die nu kennen in Nederland is uniek, er zijn weinig landen waar studenten een overheidsbijdrage ontvangen voor hun levensonderhoud. Van de ongeveer 600.000 voltijdstudenten waren er naar schatting 20.000 niet gaan studeren als ze geen recht hadden gehad op een basisbeurs. Daarnaast heeft Nederland  relatief de meeste studenten met ouders met een laag opleidingsniveau van Europa. De invoering van het leenstelsel is dus niet alleen nadelig voor de toegankelijkheid van het onderwijs, maar ook voor de sociale mobiliteit .

De studiefinanciering zoals we die nu kennen in Nederland is uniek.

Een tekort aan hogeropgeleiden in het algemeen zal vooral bij specifieke beroepsgroepen een probleem worden. Door de noodzaak een studieschuld op te bouwen zullen jongeren hun studiekeuze meer baseren op economische argumenten en zullen studies met een hoger verwacht salaris populairder worden. Hierdoor zullen er over een paar jaar nog grotere personeelstekorten zijn in sectoren als het onderwijs en de zorg, omdat men in deze sectoren meestal niet kan rekenen op een salaris waarmee een studieschuld kan worden afbetaald. Een baan als docent is financieel niet de meest aantrekkelijke, terwijl je er soms wel zes jaar voor studeert. In de zorg geldt hetzelfde: door de vergrijzing is er veel personeel in de zorg nodig, maar vanwege de lange studieduur en lage loonsverwachting zijn opleidingen in de zorg minder aantrekkelijk.

Als het leenstelsel wordt ingevoerd zullen minder jongeren ervoor kiezen om te gaan studeren en zullen studenten minder lang doorstuderen. Naast de negatieve gevolgen die dit heeft voor de Nederlandse kenniseconomie, zullen deze jongeren een lager inkomen ontvangen en dus ook minder bijdragen aan de staatskas via de belastingen. Het leenstelsel heeft dus op meerdere manieren een averechts effect. De overheid zou juist moeten investeren in hoger onderwijs: daar plukt ze uiteindelijk zelf de vruchten van. Een studie lijkt op individueel niveau misschien vooral iets waar de student vooral zelf profijt van heeft, maar belangrijker is de invloed op de maatschappij als geheel.

Gerelateerde artikelen
Reacties
4 Reacties
  • Maarten Hillebrandt,

    The old discussion, is onderwijs in de eerste plaats een publiek of een privaat goed? Wat mij betreft zijn de gevolgen van hervorming op de sociale mobiliteit de belangrijkste lakmoesproef. Dit stuk is echter gebaseerd op twee belangrijke, maar twijfelachtige premissen: dat al die hoogopgeleiden snel aan een baan komen (en een op hun niveau,en dat een almaar groeiend deel van de bevolking ook de capaciteit en wil heeft om zich hoger te laten opleiden. In een minder rooskleurig scenario dreigt onder studenten een groeiend deel dat het niveau niet haalt, en op de arbeidsmarkt verdringing van mbo-ers en hbo-ers.

  • Depolitisering van de baten van onderwijs als een soort trickle down effect. Hetzelfde doet neoliberalisme met overheidssteun aan bedrijfsleven. De steun van de overheid aan het bedrijfsleven moet gepolitiseerd worden. Niet iedereen plukt daar de vruchten van, maar wel iedereen betaalt eraan mee. Hetzelfde moet gebeuren met overheidssteun aan onderwijs. Ja, natuurlijk heeft iedereen op de een of andere manier indirect enige baat bij universitair opgeleiden. Maar hoeveel? Het staat voor mij als een huis boven water dat de universitair opgeleiden zelf er een stuk meer van profiteren dan mijn voormalige buurman uit Noord. Zodanig, dat ik denk dat het rechtvaardig is als onderwijs inderdaad gezien wordt als een investering in jezelf.

    Om te reageren op het argument in het artikel: Natuurlijk betaal je meer belasting als je meer verdient - maar ook mensen die meer verdienen zonder opleiding doen dat. Mensen die studeren en minder verdienen, plukken de vruchten van een opleiding zonder dat ze meer betalen vergeleken met lager opgeleiden. In andere woorden, de financiële overweging speelt momenteel geen enkele rol in de beslissing om te gaan studeren. Dat moet natuurlijk ook niet de enige overweging zijn, maar het moet wel degelijk een overweging zijn.

  • @Maarten Hillebrandt, twee goede punten, echter zou er wanneer er een overschot is aan hoogopgeleiden op de arbeidsmarkt is niet gesneden moeten worden in de financiële toegankelijkheid van het hoger onderwijs. In dit geval zou er een zwaardere selectie moeten komen (bijvoorbeeld door HAVO en VWO examens aan te scherpen) op het hoger onderwijs en zouden studies zwaarder moeten worden gemaakt. Op deze manier zou het aantal hoogopgeleiden op een niveau komen dat goed is voor de maatschappij en wordt tegelijk de kwaliteit van de arbeidsmarkt verhoogd. Een selectie op capaciteit is belangrijker dan een selectie op financiële middelen.

    Echter wordt de sociale mobiliteit niet direct verlaagd, financiële steun blijft beschikbaar voor studenten die het studeren niet zelf kunnen betalen.

  • Maarten Hillebrandt,

    @Luuk: M.b.t. het eerste punt ben ik het volledig met je eens, met de toevoeging dat er m.i. naast een strengere selectie in het hoger onderwijs ook een flinke kwaliteitsslag vereist is in het middelbaar beroepsonderwijs. Alleen op deze manier blijft onderwijs zin- en waardevol voor alle groepen in de samenleving.

    Dan m.b.t. je tweede punt: feitelijk blijft er wel steun voor de financieel zwakste groepen, en een leenstelsel voor de rest, maar we zullen pas na verloop van tijd empirisch vast kunnen stellen wat deze verandering doet met de sociale mobiliteit. Daarover verschillen volgens mij de voorspellingen sterk; al weten we wel al dat, als een vuistregel, kinderen met hoogopgeleide ouders  een grotere kans hebben om zelf ook een hoger onderwijs te genieten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven