Flickr / sakraft1

Hoe retoriek rechts werd

Met het vallen van Rutte I zijn er nieuwe mogelijkheden voor links, maar de problemen van de sociaaldemocratie zijn daardoor niet opgelost. Het feit dat rechts zich heeft overschreeuwd betekent niet dat links haar geluid weer gevonden heeft. Progressief Nederland juicht, maar laten we even terugkijken. Want met een combinatie van walging, fascinatie en vertedering denken we terug aan de hakkelende Cohen, het moment waarop Jolande Sap een tweede betekenis gaf aan het woord stekkerdoos, of aan Wouter Bos wiens diepste politieke motivatie niet verder reikte dan ‘zorgen dat mensen het een beetje beter krijgen’.[1] Treurnis alom.

Nee, dan scherpe Geert, moppentappende Mark, en de tot tranen toe geroerde Maxime.

Opiniemakers buitelden over elkaar heen toen het ging om de mislukking Cohen, het einde van de Partij van de Arbeid en zelfs over het einde van de sociaal-democratie. Dit zullen we in de komende tijd opnieuw gaan horen, want het lijkt erop dat good old sociaal-democratie de tijdsgeest niet meer kan bijbenen. Links stoeit met haar retoriek, maar hoe komt dit? En waarom gaat het rechts wel voor de retorische wind?

Men loopt wellicht wat te hard van stapel als de sociaal-democratie irrelevant verklaard wordt wanneer deze niet meer meekomt met de tijdgeest van oneliners en mini-interviews. De vraag ‘waarom lukt het sociaaldemocraten niet om een vlotte boodschap over te brengen?’ en de vraag ‘waar gaat die hele sociaaldemocratie nou nog over?’ beantwoorden elkaar. De ideologische kern van de sociaaldemocratie ligt in het idee dat politiek pas legitiem is als zij zich bekommert om de zwaksten. En daarmee ben je niet klaar. Dit is een onvoltooid en onvoltooibaar project. Iedere stelling, ieder politiek voorstel is altijd van toepassing op één groep en niet een ander. Met andere woorden: er zijn altijd zwaksten, er is altijd een groep die niet profiteert. Niet iedereen heeft altijd baat bij alles. Als je altijd de niet-profiterende groepen in ogenschouw moet nemen moét je altijd nuance aanbrengen in je uitspraken – het leidt ontegenzeggelijk tot een mening in de vorm van ‘ja, mits’ of ‘nee, tenzij’.

Maar nuance kost woorden, en bijzinnen zijn niet mediageniek.

Dit heeft gevolgen voor hoe je praat; je wordt gedwongen constant te nuanceren. Maar nuance doet per definitie afbreuk aan de stelligheid waarmee de politicus zijn stelling kan poneren. Elke bijzin doet afbreuk aan de hoofdzin. En argumenten leiden af van het standpunt. Sociaaldemocraten hebben het ‘probleem’ dat ze ideologisch altijd nuance moeten aanbrengen in hun uitspraken, waardoor deze minder stellig zijn. De sociaaldemocratie neemt zich voor om constant te schipperen tussen twee perspectieven. Enerzijds is er het perspectief van de goed opgeleide, goed geïnformeerde politicus die ze zelf zijn, en anderzijds is er het perspectief van de zwakkeren, waar zij zich aan verbonden hebben. Dit zorgt ervoor dat iedere uitspraak heen en weer beweegt tussen de realiteit van de politieke elite en de realiteit van de sociaal zwakkeren. Omdat deze twee perspectieven naast elkaar bestaan in de ideologie van de sociaaldemocratie, ontkomt men niet aan om iedere stelling over de politieke realiteit altijd te nuanceren met de realiteit van de sociaal zwakkeren, en vice versa.

Hierdoor lijkt het dat ze geen duidelijk verhaal hebben, maar het feit dat ze moeten nuanceren ís hun verhaal. Dit probleem komt extreem goed naar voren in het huidige medialandschap, waar vooral plek is voor stelligheid, het liefst uitgesproken in eenduidige zinnen – een soundbite. Het moge duidelijk zijn dat dit goed past bij de enkelvoudige meningen van stemmentrekkers Wilders en Roemer. Maar nuance kost woorden, en bijzinnen zijn niet mediageniek. Sociaal-democraten kúnnen niet spreken in soundbites door de ideologische vloek van de nuance.

Waar Wilders en Roemer een voorsprong in retoriek hebben door hun enkelvoudige meningen, vindt Rutte een voorsprong in zijn houding. Rutte heeft een nonchalance die niet alleen vormelijk is, maar ook inhoudelijk: het is ideologisch. Een liberaal kan nonchalant zijn – het past bij zijn basisaanname dat iedereen het zelf moet doen. Het feit dat er zwakkeren in de samenleving zijn wordt helemaal niet over het hoofd gezien door de liberaal, want zo zegt hij: Het feit dat je buiten de boot kunt vallen zorgt ervoor dat je hard werkt. Sterker nog: hij, de liberaal, moet wel een onderscheid maken tussen sterkeren en zwakkeren, en het onderscheid bevestigen als een gevolg van De Markt. Voor liberalen is de markt een gegeven en de ongelijkheid die de markt aanbrengt tussen winnaars en verliezers gaat vooraf aan wat ‘rechtvaardig’ is. Rechtvaardigheid bestaat niet uit het opheffen van het onderscheid; het is een gegeven onderscheid, en rechtvaardigheid bestaat slechts uit mensen vrije toegang te verschaffen tot de markt en dus tegelijkertijd vrije toegang verschaffen tussen gesterkt en verzwakt worden.

Ook dit heeft gevolgen voor hoe je praat. Het is eenvoudig stellig te zijn als het gaat om strafmaten, uitkeringen en uitzettingen, omdat er door deze stelligheid een duidelijke groep wordt geschapen die ‘niet mee wil doen’. Ideologisch gezien is het volslagen legitiem om deze groep buitenspel te zetten, omdat deze groep vooruitgang en welvaart in de weg staat en een gegeven bijproduct is. Dit komt de liberaal goed uit – hij kan zich zo een stelligheid aanmeten die in de soundbite-cultuur bijzonder handig is. Binnen Rutte I leek men erg enthousiast over deze bevindingen en leek men goede lessen te hebben getrokken van het linkse gestuntel. De anti-nuance van Bleeker als het gaat om polders, van Kamp als het gaat om illegale stagairs, en van Leers als het gaat om Mauro’s is zonder hakkelgevaar en uiterst effectief aan talkshowtafels. Nuance is hopeloos ingewikkeld, dus werd Verdonks adagium ‘recht door zee’ toegepast. De VVD heeft weliswaar Rita uit de partij gezet, maar het verdonkisme omarmd.

Maar er is moet meer aan de hand zijn. Want er was een tijd dat sociaal-democraten tot de meest geduchte volksmenners van het politieke spectrum behoorde. Vroeger, vroeger heeft Pieter Jelles Toelstra nog eens de revolutie uitgeroepen. Als we vroeger naar de Dam wilde, nou, dan gingen we naar de Dam! Waarom nu niet meer?

Het is ieder voor zich, en als de trams niet rijden vanwege een staking, dan is dat vooral heel erg irritant.

De Amerikaanse president Theodore Roosevelt vond het beste politieke advies in een (apocrief) West-Afrikaans spreekwoord: “Speak sofly and carry a big stick; you will travel far”. Wat dus niet betekent dat je alleen maar een grote stok moet dragen, en ook niet dat je alleen maar zachtjes moet praten. Je moet allebei. Cohen had alleen een zacht geluid, maar miste de stok op mee te slaan. Nu, dit is niet de schuld of de makke van Cohen. Het probleem van de sociaal-democratie is dat ze de stok in de laatste decennia is kwijtgeraakt. De macht van de vakbonden is in de loop van de jaren ‘80 al aan banden gelegd: de arbeidsmarkt stikt inmiddels van de pay-rollbedrijfjes en uitzendbureaus.  Het is ieder voor zich, en als de trams niet rijden vanwege een staking, dan is dat vooral heel erg irritant. Vol enthousiasme heeft de PvdA zich gestort in ons glorieuze poldermodel; vakbonden mochten meepraten en meeonderhandelen in de SER. En dat is natuurlijk prachtig, maar het betekent wel dat de sociaal-democratische big stick zachtjes meespreekt en daarmee zijn slagkracht verliest. Einde FNV. Hiermee heeft de sociaal-democratie het voor politiek noodzakelijke ‘release the hounds!’-moment verloren.

De liberalen daarentegen hebben hun stok nog stevig in de hand. Die komt uit de doos van Darwin. Het onderscheid tussen zwak en sterk functioneert op zichzelf als de stok van de liberalen; de dreiging van liberalen is het recht van de sterkste. Dit gecombineerd met Ruttes nonchalance en charme is de reden dat de VVD er op dit moment zo goed voorstaat.

Maar Ruttes kabinet is gevallen en er zijn weer kansen voor de PvdA. Met Samson als lijststrekker hebben de sociaaldemocraten een actievoerder die ferme taal gebruikt. Samson past beter in de soundbitecultuur dan zijn voorganger Cohen. Echter, het andere probleem van de sociaaldemocratie, het ontbreken van een stok, is nog steeds onopgelost. De komende verkiezingen moeten uitwijzen of je zonder stok tóch kunt overleven.


[1] http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2006-2007/de-wouter-tapes.html

Gerelateerde artikelen
Reacties
4 Reacties
  • Besten,

    Het lijkt een beetje alsof jullie suggereren dat sociaaldemocraten alleenrecht hebben op de nuance. Dat zou een behoorlijke (ongenuanceerde) diskwalificatie zijn van alle andere politieke stromingen. Is dat het geval?

    Daarbij: als je stelt dat een bepaalde wijze van redeneren (nl. nuance) fundamenteler is voor een politieke stroming dan een substantiële ideologische boodschap, zie ik ook niet meer zo goed waarin het zich onderscheid van pragmatisme.

  • Timon,

    Misschien dekt de term "nuance" ook niet helemaal de lading. Eerder is er spraken van een ideologisch dubbel perspectief of een soort van tweeslachtigheid. Het probleem dat we trachten te omschrijven is volgens mij veel eerder dat de sociaaldemocratie zich expliciet verbindt met de zwakkeren, zonder, zoals nette Marxisten zouden doen, die zwakkeren of arbeiders of proletariërs tot een "universele klasse" te verheffen. Daardoor wil je wel verheffen, maar je wil ook de fundamentele vorm van de samenleving niet veranderen, dat betekent dat je het perspectief van die zwakkeren wel steeds in je politiek handelen moet betrekken, zonder dat je het perspectief van de "bovenbouw" waar je zelf deel van uit maakt wil afdoen als parasitair op het leven van arbeiders en proletariërs. (O.k. dit wordt wel heel Marxistisch).
    Als Matthijs van Nieuwkerk dan aan je vraagt om binnen een halve minuut uiteen te zetten wat jij wel niet denkt, is er simpelweg te weinig tijd om duidelijk te maken dat je constant tussen twee posities beweegt.

    Daarbij: John Dewey was een sociaaldemocraat.

  • lekker stukkie kokokok, heb je Moeten we van Elkaar Houden van Bas Heijne gelezen? Doet me hier heel erg aan denken.

  • Op zich een interessante stelling dat sociaal-democratie schippert tussen het perspectief van de goed opgeleide en goed geïnformeerde politicus en de zwakken in de samenleving, maar hoe verklaar je dan dat het socialisme van de SP hieraan voorbij gaat? Hoewel ik het wel eens van iets anders verdenk, zou dit ook op moeten gaan voor SP politici. Tenzij men bij de SP, net als bij VVD, een ideologie veronderstelt. Dit betekent echter dan ook dat sociaal-democratie geen ideologie is, maar slechts een soort operational audit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven