Flickr / SLoeb

Iedereen underdog

Gevoeligheden; iedereen heeft ze. En in deze tijd word je er constant mee geconfronteerd. Heb je ergens last van? Ruzie met je buren waardoor het huilen je nader staat dan het lachen? Je kunt het kwijt bij John Williams op RTL4. Is iemand uit je gezin in elkaar geslagen op straat? Volgens staatssecretaris Teeven mag jij dan je zegje komen doen over de strafmaat van de dader. Heb je zelf geen last van discriminatie? Dan maak je je sterk voor mensen die zich – misschien wel onterecht - gediscrimineerd voelen.

Wat opvalt aan deze bonte verzameling gebeurtenissen en nieuwsfeiten is dat zij de overeenkomst hebben dat de focus op de underdog ligt. In ieder geval is consequent spráke van een underdog. Slachtoffer-versus-dader is het frame.

We voelen ons verbonden in geadopteerd slachtofferschap

Het lijkt wel of problemen die mensen hebben, en het lijden dat mensen voelen, meer exposure krijgen dan ooit te voren. Televisieprogramma’s over scheiden, pesten, chronisch of terminaal ziek zijn; iedere zender heeft er wel één. En ze worden goed bekeken ook. Bovendien; de vox populi spreekt zich de laatste jaren vooral uit over hoe ‘zij’ ‘ons’ benadelen. Sinterklaasvierders discrimineren Antillianen, Surinamers en Afrikanen. Supermarkten die Zwarte Piet uit het schap halen maken ‘onze’ Sinterklaastraditie kapot. Bankiers die voor eigen gewin sleutelen aan rentetarieven pakken ons, de 99 procent, onze centjes af. Een vliegramp, waarbij bijna 200 landgenoten uit de lucht geschoten worden, kan niet anders dan navolging vinden in een dag van nationale rouw, waarop wij ons verbonden voelen in een geadopteerd slachtofferschap. Ook mensen van wie de zus niet op vlucht MH17 zat, staan met hun hele gezin, witte lelies in de hand, langs de route van de eerste stoet lijkwagens.

Het wij-zij-gevoel en het belang daarvan zijn de mens en de wetenschap niet vreemd. Sterker; in de sociale psychologie wordt het als essentieel gezien voor het begrijpen van ons gedrag. Al in 1954 schreef Gordon Allport dat het menselijk brein niet anders kan denken dan met behulp van categorisering. Mensen hebben categorieën nodig om hun omgeving te versimpelen. Hoe mensen categorieën maken in hun hoofd heeft te maken met hun omgeving. Logisch; mensen uit een stedelijke omgeving, wonend in een drukke buurt met veel verschillende mensen, zullen hun categorieën anders indelen dan iemand die zijn hele leven in Jipsingboertange – nog geen 200 inwoners - heeft gewoond.

De informatie die het nuttigst is gebleken slaan mensen op en op basis daarvan filteren zij nieuwe informatie. De mens is geneigd hardvochtig vast te houden aan die eerste lijn van informatie; nieuwe kennis die daarvan afwijkt wordt afgedaan als onwaar en onjuist. Beoordeling van de omgeving heeft dus niet zo gek veel te maken met feiten, maar meer met oude ervaring. Een kader is een kader, of het gebaseerd is op feiten of niet, je hebt er een nodig om niet gek te worden.

Die categorieën zijn tegenwoordig vaak gebaseerd op op de vraag ‘wie is hier het slachtoffer van wie?’. Hebben we geen ouderwetse kenmerken van groepen meer die ons kunnen dienen bij onze hunkering naar categorieën? Denk bijvoorbeeld aan een waardevrije redenering als; ‘hij is socialist, dus het ligt voor de hand dat ik hem niet tegenkom op mijn katholieke turnvereniging’. Sinds Een jaar of tien lijken we vooral te grijpen naar het onderscheid tussen aanvaller en aangevallene om onze medemensen in te delen in ‘zij’ en ‘wij’. En het gevaarlijke van die scheidslijn is, dat de scheidslijn die loopt tussen slachtoffer en dader een onderscheid maakt op basis van de waarde van een mens.

Er is een cirkelwerking ontstaan in het slachtoffer-dader-denken. Zoals al eerder genoemd zien we veel voorbeelden van slachtoffer versus dader in populaire televisieprogramma’s. Ook in de politiek heeft deze categorisering veel gewicht. Op de website van de Rijksoverheid krijgt Fred Teeven vier regels om zijn missie uiteen te zetten en al in de tweede regel richt hij zich tot ‘slachtoffers van criminaliteit’. Waar de aandacht voor een ongelijke verhouding tussen groepen mensen onverdeeld groot blijft - in een land waar Bonje met de Buren wordt uitgezonden bijvoorbeeld – zal van politici geëist worden te jagen op daders. In een land waar politici te snel vaststellen dat iemand slachtoffer is, zal wetgeving worden geformuleerd die repressief en reactief is, niet stimulerend en preventief. In een land waar burgers zich thuis blijven voelen in de rol van de underdog zal het politieke frame geconstrueerd blijven worden op basis van de tegenstelling tussen slachtoffer en dader.

Er is een cirkelwerking ontstaan in het slachtoffer-dader-denken.

Het is gevaarlijk om mensen op basis van hun slachtoffer- of daderschap in te delen. Sociale categorieën staan daardoor niet langer naast elkaar – socialist, liberaal, katholiek – maar bóven elkaar. Wetgeving en discussies hierop baseren werkt een cultuur in de hand die wil afrekenen met daders, en niet een cultuur van gelijkheid en eerlijke kansen. Er ontstaat vervolgens een samenleving waar je te makkelijk in het frame van dader kan worden geduwd. Zo is er geen foutmarge meer voor je eigen handelen, waardoor alle interacties in feite afrekeningen worden en een cultuur van conflict ontstaat. Als je je medemens categoriseert op basis van kenmerken die afwijken van je eigen norm, zal toenadering ver te zoeken zijn. Laat je geen angsten meer aanpraten en zoek zelf uit of het wel terecht is jezelf als slachtoffer, en je buurman als dader te zien.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven