IJsberen in de liefde

Het dierenrijk biedt mooie, schokkende of inspirerende anekdotes over het liefdes- en seksleven. Helaas heeft een misverstand over ‘alfamannetjes’ geleid tot een giftig begrip van menselijke seksualiteit. Maar niet alle verhalen omtrent dierlijke relaties moeten als verkeerd worden afgedaan.

Het begrip ‘alfamannetje’ is ontstaan in een onderzoek naar wolven in gevangenschap, uitgevoerd door Lucyan Mech in de jaren zestig. Zijn populaire publicatie in 1970, ‘The Wolf: Ecology and Behavior of an Endangered Species’, bracht naar voren dat één mannelijke wolf in de roedel de eerste rechten had op voedsel en sekspartners. In de popcultuur vond dit begrip brede navolging: boeken als ‘The Game’ van Neil Strauss werkten een ideaalbeeld uit van het menselijke seksuele roofdier dat alle vrouwen in zijn omgeving in bed kon werken.

Maar dezelfde Mech kwam in een vervolgonderzoek in 1999 naar wilde wolven tot een heel andere conclusie. De alfawolf was geen dominante schuinsmarcheerder, maar een trouwe echtgenoot van één vrouwtje. Het ‘alfapaar’ voedt samen de jongen op. De rest van de roedel verzorgt weliswaar de voedselvoorziening en werpt geen nageslacht, maar dit lijkt vooral met een efficiënte voedselverdeling te maken hebben. Wolven leven met voortdurende voedselschaarste en als alle paren wolven in een roedel jongen zouden voortbrengen, zou dat simpelweg te veel energie en voedsel kosten.

De alfawolf was geen dominante schuinsmarcheerder

Het kwaad was tegen die tijd al geschied: het begrip ‘alfamannetje’ was diep verweven in onze populaire cultuur. We kijken in films, series, boeken en daarbuiten graag naar mannelijke roofdieren die door een combinatie van een goed uiterlijk, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden seksuele dominantie uitstralen. James Bond is par excellence zo een roofdier. Misschien is pas met de komst van de #metoo-controverse voor een breed publiek duidelijk geworden wat de keerzijde is van de nadruk op seksuele agressie in populaire cultuur.

Er bestaat nog een twijfelachtig argument dat menselijke seksuele agressie een aangeboren, biologisch element is. In chimpanseekolonies worden mannetjes waargenomen die ‘alfa’ eigenschappen vertonen. Maar de vergelijking tussen chimpansees en mensen schiet tekort. Niet chimpansees, maar bonobo’s zijn de mensaapachtige soort met de meeste overeenkomsten met onszelf, en zij leven juist in een matriarchie. Alfamannetjes hebben daar niet zo veel in de melk te brokkelen.

Bovendien slaat een vergelijking tussen menselijke en dierlijke samenlevingen altijd de plank mis. Onze sociale context, de menselijke hiërarchieën die voortdurend in flux zijn en ons zelfbewustzijn vormen drie factoren die ons wezenlijk onderscheiden van dieren wat betreft sociale omgang.

Hier wil ik echter niet mee zeggen dat liefdesverhalen uit het dierenrijk bij voorbaat verkeerd zijn. Het welbekende verhaal van de bidsprinkhaan die tijdens de paring haar mannetje begint op te peuzelen, werkt zowel op de lachspieren als de fascinatie. Dit voorbeeld van seksueel kannibalisme heeft ook culturele navolging gehad, zoals de Franse Netflix-serie ‘La Mante’, over een vrouwelijke seriemoordenaar die haar mannelijke slachtoffers op gruwelijke wijze laat boeten voor hun misdaden.

Een van de ontroerendste liefdesverhalen uit het dierenrijk heb ik geleerd uit de eerste aflevering van de documentaire ‘Frozen Planet’ van David Attenborough. We zien een mannelijke ijsbeer struinen over de desolate ijsvlakte en de geur van een bronstig vrouwtje op kilometers afstand oppikken. In een dagenlange trektocht achtervolgt hij haar, zijn poten in haar afdrukken zettend. Op het moment dat zij elkaar ontmoeten, moet het vrouwtje besluiten de ruim anderhalf keer zo grote galant af te wijzen of te vertrouwen. Ze trekken vervolgens de bergen in voor een vrijpartij in alle privacy. In de dagen erna volgt het mannetje haar tijdens de omzwervingen over het ijs en drijft onderwijl concurrenten in bloedige gevechten weg. Na verloop van tijd scheiden hun wegen, zij trekt zich terug om de jongen te werpen en op te voeden, hij vervolgt zijn solitaire bestaan. Voor een gezamenlijke opvoeding bestaat door het karige voedsel in de omgeving geen mogelijkheid.

Stel je voor een zoekende beer in de vrieskou te zijn

Het is in tijden van datingapps als Tinder en Happn verleidelijk om vast te houden aan het verkeerde beeld van het alfamannetje of -vrouwtje. Het aanbod is enorm en de sterkste roofdieren zouden het voor het uitkiezen hebben. ‘Scoren’ staat hoog op de lijst met voornemens van het uitgaanspubliek op vrijdagavond. Maar het is volgens mij mooier om de lessen van de ijsbeer aan te nemen. Niet kwantiteit en agressie tellen het zwaarste in seksuele avontuurtjes, het zijn loyaliteit, volharding en het toegeven aan het contingente karakter van ontmoetingen en scheidingen die zinvolle liefdesrelaties vormen. Laat het waanbeeld van je seksuele veelvraat los, en stel je voor een zoekende beer in de vrieskou te zijn, smachtend naar de warmte en aandacht van een ander. Het is een voorbeeld dat veel beter aansluit op onze dynamische levens met wisselende en diverse contacten tussen eenzame individuen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • Lauke Boeijen,

    Wie kent iemand die 'alle dierlijke relaties als verkeerd afdoet'? Ik ben het uiteraard met de auteur eens dat dat niet het geval is (en de rest van de wereld ook, lijkt me). Er zijn ongelofelijk veel dierlijke liefdesverhalen die aan een klassiek monogaam (en daarmee volgens sommige romantisch en 'goed') ideaalbeeld voldoen (zebravink, pinguin, stekelbaars, zeepaard, etc). De vergelijking van het liefdesleven van mensen met dat van andere primaten vind ik relevanter. Zo hebben gorilla groepen 1 zilverrug alphaman (meerdere vrouwen hebben samen 1 partner), en hebben de aapsoorten die het meest verwant zijn met mensen (chimpansee/bonobo) wisselende partners. Vergeet die ijsbeer, stel je voor een chimpansee met een smartphone te zijn: die zou zich een ongeluk tinderen. Ontroerend!

  • Alex Philippa,

    Hallo Lauke, die inleiding is natuurlijk wat provocerend opgeschreven.
    Ik probeer in mijn stuk echter wel van een klassiek monogaam ideaalbeeld af te wijken, evenals het waanbeeld van het ultieme seksuele roofdieer. Een volledig monogaam en levenslang liefdesleven lijkt mij namelijk net zo min van deze tijd als het rondmarcheren als een doorgesnoven Don Juan.
    Desalniettemin ontroeren monogame dierenstelletjes mij zeer (al schijnen zeepaardjes een stuk promiscuer te zijn dan gedacht: http://news.bbc.co.uk/2/hi/uk_news/england/norfolk/5294326.stm). Volgens Frans de Waal zouden bonobo's vooral in seksueel contact (ook met hetzelfde geslacht) komen om onderlinge spanningen te verlichten. Goedmaakseks na de ruzie, als het ware.
    Uiteindelijk wil ik vooral zeggen dat ik kriebelig word van de culturele drang die voortkomt uit apps als Tinder om almaar seksueel succes na te jagen, vooral op kwantitatieve schaal.

  • malleuscuckorum,

    Een duurzame monogame relatie is de enige context waarbinnen je verantwoord een kind kan opvoeden. Wie deze uitdaging niet aankan, deze impotentie al dan niet verhullend met de schaamlap dat het "niet van deze tijd" zou zijn, geeft in wezen de toekomst op. Een doodlopende straat, een boom die geen vrucht draagt, een struikelende estafetteloper. Sic transit gloria occidentalis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven