Ik was pas 14

Het Beeld is een zoeklicht gericht op opkomende kunstenaars. Beeldmakers van de toekomst krijgen een podium en vertellen over hun motieven. Deze week Het Beeld-redacteur Ylja Band in gesprek met filmmaker Froukje van Wengerden. 


Trailer 'Ik was pas 14':
documentaire, 12 min, 35mm, 2016.
De volledige film bekijk je hier.

 

Ik was pas 14 is het verhaal van een 86-jarige vrouw die op 2 oktober 1944 – vlak na haar veertiende verjaardag – zag hoe haar vader samen met 658 andere mannen per trein werd weggevoerd uit Putten om nooit meer terug te keren. Tegelijkertijd kijken we in de ogen van meisjes van veertien van nu met ieder hun eigen verhaal en een onbevangen blik op de toekomst. Welke verhalen dragen wij met ons mee tot we oud zijn?

Op dezelfde leeftijd als wanneer haar oma haar vader verloor, kwam Froukje van Wengerden erachter dat haar vader niet haar biologische vader is. Froukje gebruikt film als medium om grip te krijgen op gebeurtenissen uit haar jeugd. ‘Familie staat soms zo dichtbij dat dingen vanzelfsprekend zijn geworden, waardoor je over bepaalde dingen niet meer spreekt terwijl ze juist zo belangrijk zijn.’

Wanneer ben je voor het eerst met film in aanraking gekomen?
‘Na het Gymnasium in Leeuwarden stond ik voor de keuze: ga ik een bèta of een alfa studie doen? Mijn ratio koos voor de eerste, maar mijn gevoel voor de tweede. Dat ik naar Amsterdam wilde stond vast en daarom besloot ik de bachelor Media & Cultuur aan de UvA te volgen, ingegeven door het kijken naar Eddie Murphy films. Na mijn Master Filmstudies aan de Universiteit Antwerpen kwam ik tot de ietwat teleurstellende conclusie dat ik tot nog toe alleen maar bestaande films had geanalyseerd. Ik kocht een klein cameraatje en begon met het maken van filmpjes. Kort daarna zag ik in de bioscoop de documentaire De Engel van Doel van Tom Fassaert en wist niet wat ik zag. Zelfs niet na al die studies over film. Nog drie keer ben ik naar die film gegaan en bedacht toen dat ik me aan wilde melden voor de Filmacademie.’

Waarom fascineert het medium je?
‘Wat een moeilijke vraag zeg. Het klinkt een beetje cliché, maar ik krijg echt elke keer kriebels als ik naar de bioscoop ga en de lichten doven, er geluid klinkt en een projectie verschijnt. Laatst vroeg een goede vriend (architect) me: “Mijn gebouwen kun je aanraken, ze zijn fysiek, mis je dat niet bij film?” Dat vind ik inderdaad weleens moeilijk. Maar ik denk dat ik dat tegelijkertijd ook het mooiste vind aan film. Architectuur is  veel meer gericht op ons dagelijkse leven. Film, zelfs documentaire, is juist een en al gecreëerde realiteit. Het is een ervaring die heel erg in het moment is, en daarna verdwijnt, maar hopelijk wel iets achterlaat in je hoofd; een gedachte of een emotie. Je zult denk ik niet zo snel iemand voor een mooi gebouw in tranen zien uitbarsten.’

Wie zijn de mensen die je inspireren in het maken van film?
‘Ik vind het altijd vreselijk moeilijk om andere regisseurs of films te noemen die mij inspireren. Mijn geheugen is een zeef is en het verschilt per moment enorm wat ik mooi vind. Twee films die ik echt had willen maken zijn Lost in Translation van Sofia Coppola en La Vie Moderne van Raymond Depardon; ik hou van trage films. Verder ben ik erg wispelturig in wat ik mooi vind. Wie mij het meest inspireert en aan wie ik trouw wil blijven is mijn crew: Lukas, Stefan, Jacob, Julia, Fabian en Stavros. Omdat zij letterlijk mijn ogen en oren zijn en alles tot leven brengen. Mijn droom is om samen met hen groot te worden.’

Waar heb je de meisjes uit je film gevonden en hoe heb je hen benaderd?
‘Samen met de cameraman, Lukas de Kort, zijn we met een 35mm camera en een busje met twee matrasjes achterin op pad gegaan om de meisjes te portretteren. Het uitgangspunt was om ze spontaan tegen te komen, dus zonder afspraken vooraf. Van deze manier van filmen hou ik erg. Het geeft een hoop spanning en onzekerheid, maar tegelijkertijd is het juist dat wat documentaire filmen voor mij zo leuk maakt. Soms is de realiteit gekker, mooier, grappiger of ontroerender dan ik me had kunnen bedenken.
We zijn eerst naar een camping in het zuiden van België gereden, waar ik acht zomers lang heb gewerkt. Het was augustus, mooi weer, en ik dacht: als we daar geen meisjes van veertien tegenkomen dan weet ik het ook niet meer. Dat bleek inderdaad het geval en ze waren allemaal enthousiast. Vanaf die camping zijn we naar het Noorden van Frankrijk gereden tot aan Calais. Vanaf daar weer terug omhoog langs de Belgische en Nederlandse kust naar Friesland. Daar wilde ik graag eindigen omdat ik er vandaan kom en omdat de film voor het Noordelijk Film Festival in Leeuwarden is gemaakt.
De meisjes spraken we gewoon aan op straat. Soms trapten we midden op een autoweg op de rem omdat er een meisje voor een stoplicht stond dat we wilden filmen. Een ander meisje hebben we met 100km per uur op een parallelweg achtervolgd. In de split second dat dat ze ons op de fiets voorbijreed zagen we: zij heeft een bijzondere blik.
Ik legde de meisjes altijd uit wie we zijn, wat we aan het doen waren en ik vertelde hun het verhaal van mijn oma. Soms in het Frans, dan met iets minder woorden. Het portret maakten we altijd op de plek waar we hen aantroffen: op het strand, voor hun tent, in een bushokje, op de fiets. In totaal hebben we 60 portretten gemaakt, en ik geloof dat twee meisjes nee zeiden.’

Hoe ziet je band met je oma eruit? 
‘Ik heb een goede band met mijn oma. Vlak na het uitkomen van de film overleed onverwachts mijn opa, die haar steun en toeverlaat was. Hij heeft de film nog net kunnen zien en vond het erg mooi. Nu mijn opa er niet meer is en mijn oma’s geheugen hard achteruit gaat, denk ik niet dat we de film een jaar later hadden kunnen maken. In dat opzicht ben ik blij dat haar herinnering, ook voor mijn eigen familie, nog een soort van bewaard is gebleven. Misschien is deze film wel het dichtste bij dat ik bij haar ben gekomen.’

Is dit iets wat je meer wilt doen, naast je eigen verhalen ook persoonlijke verhalen van anderen (familie of volslagen vreemden) vertellen?
‘Film maken is voor mij een manier om door de verhalen van anderen het leven iets meer of misschien juist iets minder te begrijpen. Elke documentaire begint met een persoonlijke motivatie; een soort vraag die ik op dat moment heb in het leven. Niet dat ik die vraag altijd even goed doorzie tijdens het maken van de film. Meestal weet ik pas goed waarover de film echt gaat lang nadat de film af is. Voor mij is het de kunst om een film te maken die persoonlijk is en tegelijkertijd universeel. In mijn afstudeerfilm Breng me naar ’t Zuiden (waarin ik een reis per schip maak samen met mijn vader) probeer ik door de verhalen van de rivierbewoners die ik onderweg tegenkwam mijn eigen vragen beter te begrijpen. Sommige mensen vinden dat misschien navelstaarderij, maar voor mij is de zoektocht naar de balans tussen persoonlijk en universeel belangrijk en uitdagend. De ene keer slaag ik daar natuurlijk beter in dan de andere keer. In deze film is het denk ik goed gelukt. Het verhaal is van mijn oma en de meisjes, maar de manier waarop het is gemaakt en de motivatie erachter is die van mij.’

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven