Flickr / bicyclemark

De weergave van illegaliteit

Het regeerakkoord PvdA-VVD zoals dat er nu ligt, bepaalt dat uitgeprocedeerde asielzoekers niet alleen illegaal in Nederland verblijven, maar ook dat hun aanwezigheid een strafrechtelijk vervolgbaar feit wordt. Wanneer de overheid echter de aanwezigheid van een bepaalde groep in de samenleving als strafrechtelijk vervolgbaar en illegaal bestempelt, moet zij niet raar opkijken als zij daarmee ook de beleidsmatige onmogelijkheid creëert om deze groep mensen vooruit te helpen. Met de actie ‘Wij zijn hier’ wordt er een antwoord geformuleerd op dit politieke falen, een antwoord dat aanzet tot verdere oriëntatie op medemenselijkheid en de concreetheid van de alledaagse situatie in taal en beeld.

De filosoof Jacques Rancière (1940) introduceerde in het debat over esthetiek en politiek de conceptie van le partage du sensible, de distributie van het sensibele of de deling van het sensibele - een vertaling die zowel een verdeling impliceert in en van aparte stukken, als ook het samen delen van hetzelfde [1]. Niet alleen bepaalt ‘politiek’ de deling van het sensibele, wat gedeeld wordt door wie en op welke manier, maar ook wie en wat daarvan uitgesloten is. Het bepaalt wat ervaren kan worden, wat zich aan de ervaring voordoet (Nederlandse staatsburgers hebben bepaalde rechten en plichten) en wat niet (Nederlandse burgers zullen niet snel met uitzetting bedreigd worden). Het is de configuratie van mensen die op bepaalde plekken samen zijn en uitgesloten en ongehoorde mensen op andere plekken, die bepaalt wie de gemeenschap vormen. Politiek is een bepaling van wie het wij is en wie de ander [2]. Zo bezien heeft de term ‘illegaal’ met betrekking tot een groep mensen een eigen agenda, een bepaalde distributie van het sensibele, voor ogen. Wanneer een term als ‘illegaal’ gebruikt wordt, volgt een discours en een ordening van de realiteit die niet zozeer gericht is op menselijkheid en intermenselijke gelijkheid – ongeacht of dat de intentie is. Als gevolg is een humaan beleid dat buiten praktijken van vervolging en detentie wil denken moeilijk te realiseren; dit wordt vrijwel onmogelijk wanneer illegaliteit gecriminaliseerd wordt.

Wanneer de overheid echter de aanwezigheid van een bepaalde groep in de samenleving als strafrechtelijk vervolgbaar en illegaal bestempelt, moet zij niet raar opkijken als zij daarmee ook de beleidsmatige onmogelijkheid creëert om deze groep mensen vooruit te helpen.

De voormalige bewoners van het vluchtelingenkamp aan de Notweg in Amsterdam zijn na de ontruiming van het kamp afgelopen december gelukkig alsnog opgevangen. Door buurtbewoners en de Amsterdamse krakergemeenschap, die geen moeite heeft buiten de gebaande institutionele paden om politieke ruimte te creëren door ergens een breekijzer tussen te zetten. Beleidsmatige regelingen falen en er zijn lacunes in het sociale systeem, maar zelfs dan is er nog de mogelijkheid om op basis van medemenselijkheid actie te ondernemen. De leegstaande St. Josephkerk, ex-godshuis annex klimhal, werd zodoende medio december omgedoopt tot de Vluchtkerk.

Het getuigde vervolgens van een intelligente inschatting om voor de Vluchtkerk een strategie van zichtbaarheid te gebruiken. Een banner op de site bestaat uit een foto van alle bewoners met de slagzin ‘Wij zijn hier! Geen mens is illegaal’. De Vluchtkerk is een belangrijke stap voor de bewoners in de richting van het herwinnen van hun menselijke waarden en de grip op een eigen identiteit als (politieke) actoren binnen een samenleving en een democratisch georganiseerde staat. Ze hebben een uitvalsbasis gekregen voor politieke actie als ook een plek om in de buurt te leven, in plaats van aan de randen van de samenleving. Door met de strijdkreet ‘Wij zijn hier!’ de nadruk te leggen op de concrete situatie hebben de activisten/vluchtelingen hun (mede)menselijkheid geclaimd. De keuze voor deze slagzin is een politieke daad die een groep emancipeert die eerder buiten de gemeenschap viel: het stelt ons een herdistributie van het sensibele voor.

Het werkt verademend een film te zien waar een gemeenschap zich raad weet met een verloren persoon.

Ook op grotere schaal is een herdefiniëring van de verhoudingen tussen vluchtelingen en de inwoners van een gemeente noodzakelijk. We hebben daarbij behoefte aan beelden en woorden die de mens emanciperen van zijn illegale status. Een realistische weergave van de ellende die deze mensen doormaken op hun tochten over de continenten en door bureaucratische systemen waarin zij geen bestemming hebben, vergroot allereerst het bewustzijn van het probleem (zie Verloren Levens uit 2012 die zaterdag vertoond werd in het kader van het Human Rights Watch-weekend in De Balie). Maar de afstand tussen de levens van verschillende groepen in de samenleving moet daarnaast kleiner worden.

In tegenstelling tot films die vooral oog hebben voor de grote problemen, wordt bijvoorbeeld in The Invader (2012) van videokunstenaar Nicholas Provost het maatschappelijk probleem tot onderdeel gemaakt van een mens die daar mee te maken heeft. Een volledig spectrum aan menselijke waarden en fouten, sympathie en waanzin staat tot de beschikking van dit personage: hij is méér dan een slachtoffer. Of neem de Amélie onder de immigrantenfilms: Le Havre (2012), dat zich niet zozeer op de aangespoelde immigrant richt, maar op de gemeenschap die hem opvangt. Het werkt verademend een film te zien waar een gemeenschap zich raad weet met een verloren persoon. Het biedt de mogelijkheid om over een gastvrije gemeenschap na te denken, die handelt vanuit medemenselijk gevoel. Het stelt de vraag ‘wat kunnen we doen?’ en geeft daar een antwoord op, zoals ook de buurtbewoners die de vluchtelingen van kamp-Notweg van de straat hebben geplukt tijdens de koude decemberdagen een antwoord op deze vraag hebben gegeven.

Het is kortom niet alleen belangrijk ons op het probleem van illegaliteit, maar vooral op mogelijke (mede)menselijkheid te oriënteren om de situatie en behandeling van deze groep mensen te verbeteren. Dat kan door je horizon te verbreden met het kijken van enkele excentrieke films of bijvoorbeeld het concert te bezoeken dat de vluchtelingen van ‘Wij zijn hier’ op 10 februari in de Paradiso geven. Maar natuurlijk kun je ook langs gaan bij de Erik de Roodestraat 16 in Amsterdam. Die mensen waar we zoveel over praten, zitten per slot van rekening om de hoek; wij zijn allemaal hier.

Dit is een aangepaste versie van een artikel dat binnenkort wordt gepubliceerd in Cimédart, het studentenvakblad van de afdeling Wijsbegeerte van de UvA.


[1] Zie: ‘Le Partage du Sensible’, Jacques Rancière (2006)

[2] Zie ‘Ten Theses on Politics’, Jacques Rancière (2001)

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Prachtig artikel en vooral de oproep aan het eind, laten we gewoon medemens zijn simpel uitgaande van wat u niet wil dat u geschiedt doe dat ook de ander niet.

    Verbaas mij altijd weer dat de Sociaal democraten zich lenen om dit soort voorstellen te doen en daan ook degene zijn die die dan de banken (niet mensen) helpen.

    Ik stem voor de mens die zoals de slogan prachtig zegt nooit illegaal is!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven