Flickr / PIAZZA del POPOLO

Immigratie en religie: een antieke kwestie

Immigranten in de Nederlandse samenleving, vreemdelingen, niet-Nederlanders, Poolse gastarbeiders, Islamitisch stemvee, of hoe je mensen (want dat zijn het) afkomstig van buiten onze landsgrenzen ook wilt betitelen, het is de laatste decennia een belangrijk politiek-maatschappelijk vraagstuk. De opkomst en populariteit van Pim Fortuyn en Geert Wilders spreekt in dat opzicht voor zich. Echter, de manier waarop de laatste en zijn partij moslimimmigranten in Nederland wegzet, is niet alleen schokkerend, maar behoeft nodig een historische context waaruit een belangrijke les kan worden geleerd.

Het immigratievraagstuk is namelijk alles behalve nieuw, laat staan uniek. Feitelijk zit het ingebakken in ons mens-zijn. Overal waar mensen met elkaar omgaan, worden gemeenschappelijke identificatiecriteria gevormd. Automatisch wordt met diezelfde criteria – taal, normen en waarden, politieke en religieuze opvattingen – ‘de ander’ geconstrueerd. De vraag die altijd gesteld wordt, is: hoe gaat ‘de gemeenschap’ om met ‘de ander’?

Wie denkt dat de immigratieproblematiek een vraagstuk van vandaag de dag is, heeft het mis.

Wie denkt dat de immigratieproblematiek een vraagstuk van vandaag de dag is, heeft het mis. In het Klassieke Athene (5e eeuw v. Chr.), de Griekse stadstaat die met haar politieke bestel de basis vormt voor de westerse democratie, had men er veelvuldig mee te maken. Het burgerschap, eveneens een essentieel identificatieaspect, in Athene was even helder als beschermd: je was slechts Athener wanneer je beide ouders Athener waren. Betekende dit een agressieve, vijandige houding ten opzichte van niet-Atheners?

De Partij voor de Vrijheid (PVV) dweept met het beschermen van de Nederlandse cultuur. Invloeden van buiten zijn al snel bedreigend. Of die invloeden moeten bij de grens geweerd worden, of – in het geval die invloeden reeds wortel hebben geschoten – ze moeten de grens worden overgezet. Henk en Ingrid, personificaties van ‘dé Nederlander’, voelen zich met name bedreigd door moslimimmigranten in en islamisering van Nederland.

Volgens een campagnespot van de PVV “worden wij elke dag geconfronteerd met massa-immigratie. Hoofddoekjes, boerka’s, minaretten, uitkeringsafhankelijkheid, misdaad, het houd maar niet op.” Immigranten zijn in de woorden van Wilders ‘gelukzoekers’ waar we alleen maar een hoop last van hebben als ze in Nederland verblijven: “Hele wijken worden geïslamiseerd.”

De oplossing die Athene voor immigratie vond, was verrassenderwijs grotendeels religieus van aard. (Deze oplossingen zijn ondermeer uiteengezet door Sara Rozeboom-Wijma in haar proefschrift “Joining the Athenian community” (Utrecht, 2010). Dit artikel is overigens voornamelijk gebaseerd op eigen historisch onderzoek). Immigranten uit Thracië, het huidige noordoosten van Griekenland, waren actief als handelaar in de Atheense haven Piraeus en droegen op die manier als antieke gastarbeiders hun steentje bij aan de Atheense economie. Gedurende de tweede helft van de vijfde eeuw voor Christus vestigden steeds meer Thracische handelaren en havenarbeiders zich in Piraeus. Deze immigranten namen hun eigen goden en religieuze gewoonten mee. Echter, en dat was toen net als vandaag de dag het basisprincipe aangaande burgerschap, Thraciërs waren geen geboren Atheners. Wat betreft herkomst, cultuur en religie waren zij ‘anders’. Toch waren zij meer dan welkom in Athene, en meer dan dat: ze mochten zichzelf zijn, juist in religieus opzicht.

De overeenkomsten tussen de Atheense en de Nederlandse immigratiekwestie zijn fascinerend

De overeenkomsten tussen de Atheense en de Nederlandse immigratiekwestie zijn fascinerend. Hoe om te gaan met immigranten die zich binnen onze grenzen (willen) vestigen? Welke politieke status hebben of krijgen immigranten? Welk gewicht geven wij aan hun economische bijdrage? Welke consequenties heeft onze omgang met immigranten voor onze contacten met de staat van herkomst? En, misschien wel de belangrijkste gelijkenis: hoe gaan wij om met de religieuze gewoonten van de nieuwkomers?

De antwoorden die Klassiek Athene formuleerde op het Thracische immigratievraagstuk zijn al even intrigerend als de kwesties zelf. Politiek gezien kregen de Thraciërs een aparte burgerlijke status, die van ‘metoik’ (spreek uit ‘met-oik’), letterlijk ‘bijwoner’. Deze status gaf aan dat zij anders waren dan de Atheners, maar zij mochten binnen de Atheense stadsgrenzen ook ‘anders’ zijn. Dit hield in dat zij eigen politieke en religieuze rechten en plichten toebedeeld kregen. Politiek gezien hadden zij niet dezelfde invloed als volbloed Atheners, bijvoorbeeld aangaande de volksvergadering en de publieke rechtbanken. Het was bovendien bijna onmogelijk om volwaardig Atheens burger te worden. Desalniettemin hadden immigranten zich wel te conformeren aan de geldende Atheense normen, waarden, wetten en regels.
Tegelijkertijd zagen de Atheners in dat immigranten wel degelijk bijdroegen aan het economische en militaire succes van de stadstaat. Dus werden zaken die de Thraciërs Thraciërs maakten, bovenal hun goden en religieuze praktijken, gerespecteerd. Er werd zelfs ruimte voor gecreëerd: de immigranten mochten een tempel bouwen in Piraeus voor hun belangrijkste godin, Bendis. Atheens burgerschap hield de facto vooral in dat je deelnam aan de Atheense staatsculten. Was je immigrant, dan nam je niet deel aan die staatsculten, maar aan je eigen culten.

Natuurlijk, religie en politiek zijn vandaag de dag alles behalve verweven in de Nederlandse samenleving. De scheiding van kerk en staat is decennialang realiteit. In Klassiek Griekenland beschouwde men politiek en religie als één. Vandaar dat in Athene religieuze participatie je burgerlijke status vormgaf. Toch verklaart dit niet automatisch het verschil in immigratiepolitiek tussen Athene en de PVV.

Er is een belangrijke overeenkomst tussen Athene en Wilders, waarbinnen desalniettemin een verschil in aanpak verborgen zit. De religieuze status van immigranten wordt gekoppeld aan de sociaal-maatschappelijke positie van (een gedeelte van) die groep. Waar Athene het economische en militaire belang van de immigranten erkende en als gevolg daarvan religieuze vrijheden toeliet, kiest Wilders voor werklozen, vandalen, uitkeringstrekkers en zo verder om de grote groep moslimimmigranten over één kam te scheren. Hun moslim-zijn verklaart zo’n beetje hun sociale status. In ieder geval is hun religie er in zijn ogen symbool voor. Een erg zwart-witte, agressieve en generaliserende benadering.

De vergelijking laat enerzijds zien dat er aangaande immigratie en religie niets nieuws onder de zon is. Anderzijds, wat het tevens kristalhelder maakt, is dat religie alles behalve een breekpunt hoeft te zijn. Daarin schuilt het grote verschil tussen de Atheense en de Wilderiaanse aanpak. Waar de Atheners religie als middel gebruikten om het doel – integratie – te bereiken, kiezen mensen als Wilders voor het tegenovergestelde, het averechtse, het asociale: een religie gebruiken als een stok om de hond mee te slaan.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven