Flickr / hr.icio

In dienst van het kwaad

In een uitzending van Zomergasten dit seizoen, koos schrijfster Nelleke Noordervliet voor een fragment van een interview met Hannah Arendt. Noordervliet bewonderde Arendt om haar onafhankelijk denken en wilde dit graag met de kijker delen. Een van die kijkers was ik, en ik kon niet anders dan Noordervliet gelijk geven. Waar de betekenis van Arendts concept van de banaliteit van het kwaad nu algemeen erkend wordt, was dit vroeger wel anders. Er is geen denker geweest die zich met het denken over het kwaad zoveel kwaad op de hals wist te halen als Arendt. Haar tijdgenoten in durf en onafhankelijkheid ver vooruit bracht Arendt een probleem in kaart waarover tot dan toe werd gezwegen: de ontvankelijkheid die ook gewone mensen kunnen hebben voor het kwaad.

In 1960 wordt Adolf Eichmann, de SS-officier die onder het Nazi-regime  verantwoordelijk was voor de transport naar concentratie- en vernietigingskampen, door de Israëlische geheime dienst in Argentinië gekidnapt en meegenomen naar Israël om daar te worden berecht. Vanuit Amerika bood Hannah Arendt zich bij de New Yorker aan om van het Eichmann-proces verslag te doen. Het valt te betwijfelen of Arendt wist waar ze aan begon. Zelden heeft een boek voor zoveel controverse gezorgd als het in 1963 uitgekomen Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil.

Voor Arendt belichaamde Eichmann een soort kwaad dat niet beschreven kon worden aan de hand van de bestaande opvattingen over goed en fout. Eichmann leek niets op het monster dat zij in de rechtszaal had verwacht aan te treffen. Hoewel voorgeleid in een glazen kooi, maakte Eichmann eerder een sullige en onbeduidende indruk. Moeilijk was te geloven dat dit de man was die zich met zoveel ijver had beziggehouden met de Jodentransport. Hoe kon iemand die zo gewoon leek te zijn een functie hebben vervuld in de vernietiging van het Joodse volk?

Moest uit de Holocaust de conclusie worden getrokken dat in duistere tijden de mens wordt teruggeworpen op dat wat hij in essentie was: kwaadaardig en uit op overheersing van de ander? Arendt concludeerde van niet.

Het Eichmann-proces bracht Arendt tot haar nu wereldberoemde concept van de banaliteit van het kwaad. In Eichmann vond Arendt de gewone man van wie zij enkel een vermoeden had maar waarvan zij de psychologie nooit had leren kennen. Arendt, zelf een Joodse die maar net aan de Nazi’s was ontsnapt, kon zich maar al te goed herinneren hoe de meerderheid van de Duitse bevolking zich door het Nazi-regime had laten coördineren en taken en functies was gaan vervullen die zij tot dan toe nooit voor mogelijk hadden gehouden. 'Eichmann was indeed normal insofar as he was “no exception within the Nazi regime.” However, under the conditions of the Third Reich only “exceptions” could be expected to react “normally”.'

In een wereld na Auschwitz stelden filosofen, schrijvers en kunstenaars zich de onvermijdelijke vraag: toonde de mens hier zijn ware gezicht? Moest uit de Holocaust de conclusie worden getrokken dat in duistere tijden, zoals in de filosofie eerder was betoogd, de mens wordt teruggeworpen op dat wat hij in essentie was: kwaadaardig en uit op overheersing van de ander? Arendt concludeerde van niet.

Dat coöperatie het onder de Nazi’s had gewonnen van verzet, betekende voor Arendt nog geen aanleiding tot een pessimistisch mensbeeld. Eichmann vormde er volgens haar juist het levende bewijs van dat haat, sadisme of antisemitisme geen noodzakelijke vereiste hoefde te zijn voor het uitvoeren van (of meedoen aan) de meest verschrikkelijke misdaden. Het kwaad kon zich ook in een banale vorm voordoen zoals het had gedaan bij Eichmann. Verblind door een banaal verlangen om carrière te maken, had Eichmann zich in dienst gesteld van het kwaad. Niet omdat hij bewust voor dit kwaad gekozen had, maar omdat hij nooit werkelijk over de morele betekenis van zijn daden had nagedacht.

In Eichmann vond Arendt het levende bewijs dat haat, sadisme of antisemitisme geen noodzakelijke vereiste hoefde te zijn voor het uitvoeren van de meest verschrikkelijke misdaden.

In een wereld die volledig op z’n kop lag, was Eichmann niet in staat geweest om in te zien dat hij kwaad deed. In het Derde Rijk had het kwaad zijn dictinctive charecteristic verloren. Om de nieuwe wetten als kwaad te herkennen was een kritische evaluatie nodig. Wat Eichmann had moeten doen was nadenken, reflecteren op waar hij mee bezig was. Dit deed hij niet. Hoewel de verandering in beleid van deportatie naar vernietiging ook Eichmann niet onverschillig had gelaten, waren zijn twijfel en afschuw hierover van korte duur geweest. Hij koos voor de makkelijke weg: De Führer had gesproken, nieuw beleid werd wet, en werd in de wet niet uitgedrukt wat juist was?

In de moderne wereld vormde de morele en intellectuele oppervlakkigheid die Eichmann zozeer kenmerkte absoluut geen uitzondering. Mensen hadden zich volgens Arendt dusdanig lang onderworpen aan regels die van bovenaf werden opgelegd, dat een invoering van nieuwe regels, hoe gruwelijk en weerzinwekkend ook, zonder al teveel weerstand mogelijk werd. Gehoorzaamheid aan de wet kwam bij deze mensen niet voort uit een besef van de inhoud, maar was eerder het resultaat van een gewenning om regels toe te passen. Een omkering van de morele orde, hoewel in eerste instantie verwarrend, bleek acceptabel zolang deze maar wettelijk werd vastgelegd. Zo ook bij Eichmann: vanachter zijn werktafel, ver van het lijden van zijn slachtoffers vandaan, bleef hij tegen betaling en promotie jarenlang een functie vervullen van de bureaucraat des doods.

Ja, Eichmann wist van de eindbestemming van de treinen waar hij de logistiek van regelde, de oplossing voor “het Joodse vraagstuk” was al lang geen kennis meer voor uitsluitend ingewijden. De morele afkeer die hiervan het gevolg zou moeten zijn, bleef bij hem echter uit. Met verbijstering stelde Arendt vast: “That this new type of criminal, who is in actual fact hostis generis humani, commits his crimes under circumstances that make it well-nigh impossible for him to know or to feel that he is doing wrong.” (Arendt, 276).

Ten tijde van publicatie, stuitte Arendts keuze voor de term “banaal” op algemeen onbegrip. Voor verdieping in wat zij ermee bedoeld kon hebben was weinig ruimte. Het oordeel was bij voorbaat dat het banale nooit in verband kon worden gebracht met de Holocaust. Smakeloos en kwetsend, zo luidde de publieke opinie. Meer nog dan met de ondertitel haalde Arendt zich de woede van haar lezers op de hals door het optreden van de Joodse Raden onder het Nazi-regime aan de kaak te stellen. Haar bewering dat het soepele verloop van deportatie en vernietiging deels te danken was geweest aan de informatie die destijds door de Joden zelf aan de nazi’s verstrekt werd, was moeilijk te verkroppen.

Invoering van nieuwe regels, hoe gruwelijk en weerzinwekkend ook, werd zonder al teveel weerstand mogelijk.

Het moge gezegd worden dat Arendt hier met vuur speelde. Waar veel lezers al vol afschuw afhaakten bij Arendts verwerping van boze opzet aan de kant van Eichmann, vormde haar kritische evaluatie van de Joodse Raden de werkelijke genadeslag. De combinatie tussen de twee leidde ertoe dat Arendt er wereldwijd van beschuldigd werd dat de moordenaar er in haar verslag beter vanaf kwam dan zijn slachtoffers. Een opmerkelijke beschuldiging gezien het feit dat ook Arendt pleitte voor doodstraf door middel van ophanging.

Hoewel Arendt met haar analyse van de Joodse Raden niet alleen een gebrek aan tact maar ook veel overhaaste conclusies kunnen worden aangerekend, is het belangrijk om te begrijpen dat het haar nooit in de eerste plaats te doen is geweest om verwijten. De reden dat zij ook het handelen van de Joden zelf had beschreven, was om haar lezers een compleet beeld te geven van de totale morele ineenstorting die door de nazi’s was veroorzaakt. Wat Arendt ons had willen beschrijven was een kwaad zo groot dat niet alleen daders maar ook slachtoffers erdoor vergiftigd werden.

De explosie van woede en verdriet die Arendt met haar portret van Eichmann teweegbracht, had meer van doen met het politieke klimaat dan met de inhoud van het verslag zelf. De tragiek wil dat het juist dit klimaat van schuld en slachtofferschap was geweest dat Arendt had willen omzeilen. Om werkelijk begrip te krijgen van de morele crisis die door de Nazi’s was veroorzaakt in het voor beschaafd gehouden Europa, mocht emotionele betrokkenheid volgens Arendt niet de boventoon voeren. Natuurlijk was zij haar Joodse wortels niet vergeten, en dacht men werkelijk dat zij zich de vernedering en angst van haar opsluiting in kamp Gurs niet meer kon herinneren? Als denker en sociaal criticus was het haar echter nooit te doen geweest om met de persoon Eichmann af te rekenen, maar om de psychologie van deze misdadiger in beeld te brengen. Met Eichmann in Jerusalem bewees Arendt zich opnieuw als onafhankelijke denker.

Gerelateerde artikelen
Reacties
7 Reacties
  • Een uitstekend geschreven artikel over de Banaliteit van het Kwaad.

    Jammer dat er wat storende taalfouten in gepubliceerd zijn zoals De Transport i.p.v. Het Transport of De Transporten.

    Zowel vorm als inhoud zijn van belang.Gelukkig overheerst inhoud en het heldere denken.Dank

  • nicolette van der Wal,

    Helder geschreven en nog steeds ontluisterend  ; in dienst van het kwaad. Ga door en ontwar onze huidige samenleving. Ik zit op het puntje van mijn stoel!

  • Nogmaals mijn complimenten! M

  • H. van Houten,

    Is het bekend of Eichman een psychiatrisch onderzoek heeft gehad? Dan zou waarschijnlijk gebleken zijn dat de man geen normaal

    ontwikkeld geweten had. Hij handelde volgens 'befehl ist befehl'. In Duitsland was voor de 2e wereldoorlog de vader in het gezin de absolute

    alleenheerser. Mede als gevolg van die karaktervorming bij kinderen, volgden zij als volwassenen kritiekloos de bevelen van de nazi's op.

  • piet van hoof,

    Interessant artikel.  De term ´De banaliteit van het Kwaad´ is een geweldige taalvondst, en krijgt, net als alle geniale formuleringen meestal meteen, of zoals in dit geval met vertraging, de aura van de waarheid. Dan is het oppassen geblazen! Zou Eichmann misschien toch meer Voer voor Psychologen dan voor filosofen zijn? Vgl Harry Mulisch: ´De zaak 40/61)´

  • piet van hoof,

    Reactie iets te snel weggeklikt. Onzorgvuldige formulering. Opnieuw.

    Interessant artikel. ´De banaliteit van het Kwaad´ is een geweldige taalvondst. Dit soort geniale formuleringen krijgen, meteen of met vertraging, de aura van de waarheid. Dan is het oppassen geblazen! Zou Eichmann misschien toch meer Voer voor Psychologen dan voor filosofen zijn? Vgl Harry Mulisch: ´De zaak 40/61´

  • Esther Willemsen,

    Het belang van onafhankelijk denken goed duidelijk gemaakt. Helaas niet altijd even eenvoudig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven