Flickr / cjb220

In vrijheid gevangen

Op 17 december 2010 stak de Tunesische straathandelaar Mohammed Bouazizi zichzelf uit protest tegen de heersende corruptie, vernedering en onvrijheid in brand. Het voorval vormde de directe aanleiding voor de Jasmijnrevolutie in Tunesië, waarop een golf van opstanden zich over de Arabische wereld verspreidde. Het meest indringend waren nochtans de beelden van de verzamelde menigte die vanaf het Egyptische Bevrijdingsplein tot ons kwamen, en nog altijd zijn wij bijna dagelijks getuige van de Arabische mens in opstand.

In het Westen proberen wij inmiddels te begrijpen wat zich in de Arabische Wereld voltrekt, en onze positie ten opzichte daarvan te bepalen. Waar liggen onze belangen? Verdienen de opstandelingen onze steun? Wat drijft hen? Wordt het nieuwste hoofdstuk van de liberaal-democratische zegetocht over de wereld hier en nu geschreven?

Voor een rijp oordeel over de opstanden lijkt het mij nog rijkelijk vroeg. Daarvoor is de situatie meestal nog te onstabiel en de toekomst te onzeker. Wel dwongen de beelden van de Egyptische opstandelingen mij tot een kritisch oordeel over de wijze waarop ik invulling geef aan mijn vrijheid. Zij confronteerden mij met de wrange, bijna onmenselijke complexiteit van de menselijke vrijheid.

Want terwijl de meeste Egyptenaren meer vrijheid eisten en bereid leken daar grote offers voor te plegen, was mijn vrijheid zo groot dat ik met een wijntje in de hand hun strijd in alle geriefelijkheid kon volgen. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dit live spektakel zowaar een welkom vermaak bood in mijn met verveling doordrenkte avond. Toen er diep in de nacht niet langer stenen door de lucht vlogen, constateerde ik bij mezelf met grote schaamte zelfs enige teleurstelling: The show is over. Welkom in de absurditeit van een geglobaliseerde wereld, waarin het Egyptische Bevrijdingsplein het Colosseum van de eenentwintigste eeuw is, en ik de moderne Romein ben die op zoek is naar vermaak. Beschaamd zocht ik mijn bed op.

Waarom was de situatie zo pijnlijk? Vanwaar deze schaamte? De beelden confronteerden mij met de wijze waarop wij, 'de bevrijden', omgaan met de verworvenheid waaraan het de opstandelingen ontbrak. De Egyptische vrijheidszoekers hielden ons een spiegel voor en leerden ons zodoende dat met bevrijding de strijd nog lang niet gestreden is, maar in veel opzichten pas begint. Dat de vraag naar vrijheid niet onafhankelijk gesteld kan worden van de veel complexere vraag naar de invulling ervan. Gebeurt dat wel, dan ligt relativisme, en uiteindelijk nihilisme, altijd op de loer. Vrijheid is immers, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, allerminst een Platonisch probleemoplossend toverwoord, en nog minder de vervolmaking der geschiedenis. In tegendeel: 'Niets is ooit voor de mens en de menselijke samenleving zo onverdraaglijk geweest als juist de vrijheid!' laat de Russische schrijver Dostojevski zijn beroemd geworden grootinquisiteur zeggen in De Gebroeders Karamazov. De Franse existentialistische filosoof Sartre voelde zich zelfs 'veroordeeld om vrij te zijn'. Het zijn kreten die van inzicht getuigen in de aan de vrijheid inherente gevaren.

De paradox van de vrijheid is dat absolute vrijheid uiteindelijk altijd zal leiden tot het tegendeel. Dat vrijheid ons daarom vraagt om te leren leven met onze beperkingen, in plaats van onze mogelijkheden maximaal te benutten. Dat onze vrijheid dus begrensd is, omdat de mens pas vrij kan zijn als zij bereid is een deel van haar vrijheid op te offeren. Een kunst die wij, omwille van elkaar, weer moeten leren verstaan.

Mohammed Bouazizi pleegde een offer voor de vrijheid. Ook wij moeten bereid zijn offers te plegen om onze vrijheid duurzaam te kunnen waarborgen. Als wij daartoe niet in staat zijn, zullen wij eindigen als gevangenen van ons teveel aan vrijheid.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven