Still uit South Park, s05e09

Internet kent geen rouw

Niet alleen mensen kennen rouw. In 2008 overleed de drie maanden oude gorillababy Claudio in de dierentuin van Münster. Zijn moeder Gana reageerde met ongeloof en onbegrip. Eerst probeerde ze hem te laten bewegen door hem te porren en te knuffelen. Ook toen dat niet lukte, weigerde ze te aanvaarden dat haar jong dood was: ze liep nog dagen met het lijkje rond. Ook andere diersoorten zoals olifanten, katten en ganzen kunnen na het overlijden van familieleden of geliefden in een staat van shock en depressie terecht komen.

Dolfijnen rouwen, gorilla’s rouwen, mensen rouwen – maar het internet kent geen rouw. Facebook heeft weliswaar een beleid bij het overlijden van gebruikers – zie op het ‘helpcentrum’ de pagina ‘Wat gebeurt er met mijn account als ik kom te overlijden?’ – maar sociale media zijn een feestje, geen begrafenisreceptie: de norm is gezelligheid, discussie en lawaai, niet het plechtige en verslagen stilzwijgen dat hoort bij verdriet en verlies. Wanneer iemand een overlijdensbericht deelt op Facebook is het effect wrang: het bericht komt terecht in een eindeloze maalstroom van party pics, politieke discussies, kattenplaatjes en reclames. Bovendien is er geen adequate reactie mogelijk binnen het raamwerk van Facebook. Een klik op ‘vind ik leuk’ is duidelijk geen optie, maar een condoleance als reactie plaatsen neigt weer naar aandachttrekkerij.

Wat gebeurt er met mijn account als ik kom te overlijden?

Dit is in zekere zin een banaal en ijdel probleem: wanneer een geliefde overlijdt heb je wel andere dingen aan je hoofd dan je Facebookstatus. Maar de vervlechting van het digitale leven met het dagelijkse leven maakt dat het toch belangrijk is om na te denken over de plaats van rouw op sociale media, en op het internet in bredere zin. Dit wordt steeds pijnlijk duidelijk bij grote traumatische gebeurtenissen, van Breivik tot MH17 tot Charlie Hebdo en de recentste aanslagen in Parijs. Het internet is hierbij namelijk voor miljoenen een van de belangrijkste bronnen van informatie, opinie en perspectief. Daarmee is de inrichting van het internet sturend voor de manier waarop we onze informatie binnenkrijgen en voor de manier waarop we de pijn verwerken.

Een voorbeeld. Binnen een dag na de aanslag op Charlie Hebdo waren in online opiniestukken, tweets en Facebookposts ongeveer alle mogelijke perspectieven en standpunten uitgekristalliseerd: het is oorlog, het is geen oorlog, Charlie Hebdo belichaamt westerse waarden, Charlie belichaamt racisme, de moslims zijn verantwoordelijk, de moslims zijn het slachtoffer, het Westen is verantwoordelijk, het Westen is het slachtoffer, iedereen die zich niet distantieert is voor, iedereen die anderen vraagt om zich te distantiëren is xenofoob – en ga zo maar door. De voornaamste poging om digitaal uiting te geven aan rouw was de hashtag ‘#jesuischarlie’, die direct overschaduwd werd door aanklachten van hypocrisie aan twee kanten: je bent niet Charlie, want je bent geen islamofoob instituut, of je bent niet Charlie, want je hebt nooit je nek uitgestoken voor je vrijheid. Opiniemakers en bloggers buitelden over elkaar heen om duiding te geven terwijl Facebookers en twitteraars het allemaal ijverig deelden en fel in discussie gingen. Waar in deze kakofonie van meningen en perspectieven geen plek voor was, is het brute feit van rouw en schok. Iedereen moest direct partij kiezen, iedereen moest een mening hebben – terwijl iedereen de eerste paar dagen verward en geschrokken was, en niemand nog helder na kon denken.

Deze kortademige opiniestorm, die ook afgelopen week weer oplaaide, combineert de logica van CNN met het ritme van internet. Na 11 september 2001 zat de wereld aan de televisie gekluisterd, in de hoop om alle nieuwe informatie direct te kunnen horen – een van de symbolen voor de nasleep van ‘9/11’ is de scène in South Park waar de moeder van Stan de hele dag catatonisch naar CNN staart. Deze obsessie met het nieuws is een poging om ongeloof en onmacht te bezweren. Het verlangen om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen is vooral ook het verlangen om een klein beetje grip te krijgen op een kolossale en onbegrijpelijke gebeurtenis.

Dit verlangen is sinds 2001 niet verdwenen, maar de stroom van informatie heeft nu een fundamenteel andere vorm. Kranten en nieuwsnetwerken lopen continu achter bij de sociale media. Ouderwetse journalistiek is een log apparaat; een twitteraar kan ter plaatse en live de wereld op de hoogte stellen van wat er gebeurt. De nieuwsmedia zijn niet alleen hun voorsprong wat betreft informatie, maar ook hun monopolie op duiding kwijt. Meningen en perspectieven zijn niet meer het voorrecht van opiniepagina’s en tv-specialisten: iedereen met een blog, tijdlijn of avatar kan een duidende duit in het zakje doen.

De combinatie van het verlangen om snel grip te krijgen op een kolossale situatie en de mogelijkheid om via digitale platforms snel een groot publiek te bereiken leidt tot een storm aan opiniestukken. We willen alle nieuwe inzichten en duidingen meekrijgen – het CNN-gevoel – en krijgen een caleidoscoop aan meningen op ons bordje. Het internet schrijft sneller dan wij kunnen lezen – we kunnen blijven klikken, blijven commenten, blijven sharen. Maar het gevoel van leegte gaat hierdoor niet weg.

Facebook en CNN zijn slechts verdovende middelen

Er zit allicht veel waarheid en waarde in de opiniestukken. Het is inderdaad opmerkelijk dat Parijs meer aandacht krijgt dan Kenia en Beiroet, het is inderdaad gevaarlijk dat de oorlogsretoriek direct aanzwelt, het is inderdaad de vraag wat deze aanslagen betekenen voor Europa’s vluchtelingenbeleid. Maar veel van de stukken schreeuwen ook alleen maar het eigen politieke gelijk van de daken. Een cynicus zou daar bovenop nog kunnen speculeren over het belang dat websites hebben bij het plaatsen van deze stukken: iedereen klikt erop en het advertentiegeld stroomt binnen. Maar niet minder belangrijk is dat het op internet onmogelijk lijkt om de natuurlijke volgorde aan te houden: eerst de pijn en dan de consequenties.

Ik beken: ook dit artikel is een wanhopige poging om langs digitale wegen snel grip te krijgen op een hopeloos complexe situatie. Daarmee is deze hele jammerklacht hypocriet. Mijn excuses daarvoor, beste lezer. Misschien kunnen we het er beter over een half jaartje nog eens over hebben, als de mist wat is opgetrokken en de pijn wat minder zeurt. Maar laten we ondertussen niet vergeten dat Facebook en CNN slechts verdovende middelen zijn. Ondanks alle digitalisering zijn we in wezen niet anders dan de gorillamoeder die op de dood van haar kind reageert met ongeloof, onbegrip en rouw.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven