Flickr / Edgardo W. Olivera

Israëls vernietiging van EU-kapitaal

De afgelopen jaren zijn honderden Palestijnse gebouwen op de Westelijke Jordaanoever door Israël afgebroken. Achter deze vernielingen van woningen en infrastructuur, maar ook bijvoorbeeld sanitaire voorzieningen en opslagruimtes, schuilt een groot menselijk drama. Duizenden Palestijnen zijn al hun huis kwijtgeraakt en voor nog veel meer van hen dreigt dakloosheid. Toch onderneemt de EU nauwelijks stappen om deze afbraakpolitiek tegen te gaan. Dat is niet alleen opvallend omdat de EU (primair) voor de mensenrechten van de Palestijnen op zou moeten komen, maar ook omdat zij zelf schade ondervindt: onder de met afbraak bedreigde gebouwen zijn veel door de EU gefinancierde projecten. Zowel om respect voor mensenrechten af te dwingen als om haar eigen opbouwbeleid te verdedigen, zou de EU Israël veel steviger op deze schending van het internationale recht aan moeten spreken.

Volgens de VN-organisatie OCHA zijn in 2014 590 Palestijnse gebouwen vernield, waarbij 1177 mensen ontheemd raakten. Dit jaar zijn deze aantallen alleen maar toegenomen. De meeste vernielingen vonden plaats in Oost-Jeruzalem en in Zone C van de Westelijke Jordaanoever, het bezette Palestijnse gebied dat onder volledige administratieve en militaire controle van Israël staat. In deze gebieden is een bouwvergunning vereist, maar die wordt zelden toegekend aan de Palestijnse gemeenschap (in tegenstelling tot de Israëlische kolonisten). De Palestijnse bevolking is daardoor genoodzaakt om te bouwen zonder toestemming, in de wetenschap dat elk gebouw ieder moment weer afgebroken kan worden.

De EU onderneemt nauwelijks stappen om deze afbraakpolitiek tegen te gaan

Deze afbraakpolitiek, bedoeld om de Israëlische zeggenschap over het gebied te benadrukken en de Palestijnen te verjagen, is geheel in lijn met het Israëlische bezettingsbeleid en daardoor ook met de nationale wetgeving. Volgens het Israëlische recht zijn deze zonder vergunning gebouwde woningen simpelweg illegaal met als gevolg dat ze met de grond gelijk gemaakt mogen worden. Volgens het internationale recht is er echter sprake van grove schendingen. Ongelijke behandeling van Israëliërs en Palestijnen bij het uitgeven van bouwvergunningen schendt het non-discriminatieprincipe zoals dat is vastgelegd in meerdere mensenrechtenverdragen. Bovendien vormt vernietiging van civiel eigendom onder bezetting een schending van het Verdrag van Genève.

Meer algemeen is de bezetting van de Palestijnse Gebieden door Israël illegaal, wat ook de reden is dat de Israëlische soevereiniteit over de gebieden die Israël in 1967 heeft veroverd door de EU niet erkend wordt. De EU hoopt op een twee-statenoplossing, waarbij de grenzen van vóór de zesdaagse oorlog van 1967 weer worden hersteld. Ondertussen uit de EU haar zorgen over de bezetting middels officiële resoluties en verklaringen en onderhoudt zij een continue mensenrechtendialoog met Israël. Daarnaast worden kleine concrete stappen gezet, zoals de EU-richtlijnen van begin deze maand voor het labelen van geïmporteerde producten die vervaardigd zijn in de bezette Palestijnse Gebieden. Het tonen van echte daadkracht en politieke wil, in de vorm van een coherent beleid waarbij de EU zich in al haar handelingen distantieert van de bezetting, blijft echter uit. Zo heeft de EU geen stappen ondernomen wat betreft de Associatieovereenkomst die zij heeft met Israël. Deze overeenkomst, die samenwerking op allerlei gebieden mogelijk heeft gemaakt, bevat ook een mensenrechtenclausule op basis waarvan de samenwerking kan worden opgeschort. Daar is tot op heden nog geen gebruik van gemaakt.

Natuurlijk hebben radicale krachten aan de Palestijnse kant net zo goed hun aandeel in de dagelijkse aanslagen en vernielingen. De EU, die onderling verdeeld is over haar standpunt en rol in het conflict, veroordeelt dan ook terroristische acties van beide partijen, wat zij ook moet blijven doen. Het Israëlische bureaucratische, militaire en legalistische onderdrukkingsbeleid, dat gepaard gaat met intimidatie, discriminatie en vernedering, vraagt echter om aanvullende maatregelen. De EU erkent dit deels, door al jaren de grootste donor van ontwikkelingsgeld voor de Palestijnse Gebieden te zijn - het gaat om zo’n 300 miljoen euro per jaar. Zij verbindt daar echter geen politieke consequenties aan, waardoor dit geld grotendeels in een bodemloze put verdwijnt. Er is simpelweg onvoldoende druk op Israël om haar mensenrechtenschendingen te staken en actief mee te werken in de vredesonderhandelingen, en dus is het bieden van afbraakgevoelige humanitaire hulp van de EU aan de Palestijnen vooralsnog dweilen met de kraan open.

Het bieden van afbraakgevoelige humanitaire hulp is dweilen met de kraan open

Een diplomatieke twee-statenoplossing, die begint bij een dialoog met Israël over haar nederzettingen en het toelaten van meer Palestijnse ontwikkeling, zou uiteraard de beste uitweg voor het conflict zijn. Aangezien Israël echter geen haarbreed toegeeft op deze punten, de strijd nu al tientallen jaren doorwoekert en de vrede verder verwijderd lijkt dan ooit, zal de EU toch echt extra stappen moeten ondernemen. Helaas is de realiteit dat er binnen de EU – vanwege allerlei handelsbelangen en de onderlinge verdeeldheid – nog onvoldoende steun is voor sancties tegen Israël wanneer Palestijnse mensenrechten worden geschonden. Maar het minste dat de EU kan doen, is het eisen van een financiële compensatie voor het verlies aan EU-kapitaal in de Palestijnse Gebieden. Israëls vernieling van EU-projecten is een misdaad die niet alleen de Palestijnen, maar ook de EU op directe wijze schaadt. De EU zou alle tegenwerking van hulpverlening systematisch moeten rapporteren en juridisch opvolgen, en waar gerechtvaardigd herstel of een schadevergoeding afdwingen.

Een dergelijke maatregel is geenszins uitsluitend: de politieke dialoog blijft van essentieel belang. Maar Brussel moet stoppen Israël de hand boven het hoofd te houden, zodat de Palestijnse gemeenschap de kans krijgt zich te ontwikkelen en een toekomst op te bouwen. Alleen wanneer de EU haar verklaringen laat volgen door harde maatregelen – waarbij het eisen van compensatie voor de vernielingen een eerste stap is – kan vooruitgang worden afgedwongen en kunnen de goede bedoelingen van de EU geloofwaardigheid worden verleend.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • Likoed Nederland,

    In elk land worden bouwsels zonder vergunning afgebroken.

    Dat is nergens nieuws, behalve als het om Palestijnen gaat, die hebben blijkbaar bij sommigen een heiligen status waardoor zij zich niet aan de wet hoeven te houden.

  • Interessant, maar wie is Brussel? Er zijn genoeg landen die geen probleem zouden hebben met verdere maatregelen. Nederland behoort echter tot de partijen die verdere maatregelen tegenwerken. Zie laatste stemming bij VN. Ook nationale overheden en bedrijven hebben een verantwoordelijkheid, in eerste instantie om banden af te bouwen.

  • Economische belangen op de eerste plaats zo zit het in elkaar, er is geen overheid in de wereld die opkomen voor mensenrechten. Wij moeten dat zelf doen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven