Flickr / Teddy Llovet

Kafka was een Tsjech

Het procesFranz Kafka1915
Het tuinfeestVáclav Havel 1964
Werkplaats van de duivelJáchym Topol 2009

Vervreemding is het gevoel dat ontstaat wanneer het verband tussen het individu en de buitenwereld verstoord of vernietigd wordt. Een vervreemd persoon merkt dat bepaalde aannames over de werkelijkheid niet meer kloppen. Het lijkt alsof zijn acties geen enkele invloed hebben op zijn omstandigheden. De Duitstalige schrijver Franz Kafka (1883-1924) staat bekend om zijn literaire verwerking van deze thematiek. De vervreemding die uit zijn werk spreekt kan verklaard worden vanuit de historische omstandigheden waarin hij leefde, als drager van een identiteit die vanuit alle kanten in verdrukking geraakt was. Zijn vervreemding is daarmee verwant aan die van latere Tsjechische auteurs als Václav Havel en Jáchym Topol. Het werk van Kafka zou dus niet alleen gelezen moeten worden als individuele of universele uiting van vervreemding, maar in de historische context van de Tsjechische en Midden-Europese literatuur.

Franz Kafka groeide op als Duitstalige Jood in Praag. Boheemse joden identificeerden zich traditiegetrouw eerder met Duitsers dan met Tsjechen. Niet een Duits nationaal bewustzijn speelde hierin een rol, maar eerder trouw aan het Habsburgse Rijk dat door zijn multi-etnische karakter voor Joden een relatief veilig land was. Milan Kundera – een Tsjechische auteur in ballingschap – noemde Joden ooit ‘het intellectuele cement van het Habsburgse Rijk’. Ondertussen stonden Joden volgens Kundera het meest treffend symbool voor het lot dat Midden-Europa beschoren was: daar werden de belangen van kleine naties langzaamaan ondergeschikt gemaakt aan die van de grote. Franz Kafka zou dit aan den lijve ondervinden. Hermann Kafka voedde zijn zoon op in de prestigieuze bestuurstaal Duits, hoewel Tsjechisch zijn eigen eerste taal was. Duits betekende voor de Kafka’s immers emancipatie. Juist in deze tijd groeide het verlangen om het Duitse volk in een natiestaat te verenigen, zoals Frankrijk en Engeland dat al langer waren. Aan het begin van de twintigste eeuw werd echter duidelijk dat er in de nieuwe definitie van de Duitse identiteit geen plaats zou zijn voor Joden.

Ook een Tsjechische identiteit zou Kafka niet passen

Zo werd dus ook Franz Kafka naar het Tsjechisch gedreven, de taal die zijn vader slechts één generatie eerder had afgezworen. In weerwil van zijn vader verdiepte Franz zich in de Tsjechische taal en literatuur. In deze taal schreef hij ook brieven aan zijn geliefde, de Tsjechischtalige schrijfster Milena Jesenská. Ondanks deze pogingen zou het Kafka nooit lukken om door de Boheemse gemeenschap geaccepteerd te worden. Tsjechen zouden hem altijd blijven zien als lid van de geprivilegieerde Duitse elite. Tegelijkertijd groeide ook in Bohemen het antisemitisme: in 1899 werd de Joodse Leopold Hilsner onterecht veroordeeld voor een zogenaamde rituele moord op een Tsjechisch meisje. Daarna waren de Tsjechisch-Joodse verhoudingen voorgoed verstoord. Ook een Tsjechische identiteit zou Kafka dus niet passen.

Kafka’s zoektocht naar identiteit komt zo weer uit op het jodendom. Kafka bestudeerde het chassidische jodendom en onderhield contact met de Joodse filosoof en chassidismekenner Martin Buber. Hij leerde zowel Jiddisch als Hebreeuws lezen en verdiepte zich in contemporaine Jiddische literatuur. In religieus opzicht voelde hij zich echter een buitenstaander onder de joden. In Brief an den Vater beschuldigt hij zijn vader ervan hem te weinig mee naar de tempel genomen te hebben als kind. Wanneer hij er was, voelde hij schaamte omdat hij de rituelen niet kende en niet wist hoe hij zich gedragen moest. Hoe meer Kafka zich in het jodendom ‘van zijn grootouders’ verdiepte, hoe groter de afstand werd tussen hem en zijn vader, die zijn leven lang geprobeerd had Duitser te worden.‘Durch meine Vermittlung wurde Dir das Judentum abscheulich, jüdische Schriften unlesbar, sie ekelten Dich an’, schreef Kafka zijn vader in de nooit verzonden brief. Dit verwijt is extra schrijnend als je bedenkt dat het juist de hechte familie- en gemeenschapsbanden zijn die Kafka in het orthodoxe jodendom zocht. Toen tijdens de Eerste Wereldoorlog gevluchte ‘Ostjuden’ uit Galicië in Praag verbleven, schreef Kafka in zijn dagboek dat hij bijzonder geroerd wordt door de aanblik van een jongetje dat aan zijn vaders hand naar de synagoge gaat. Brief an den Vater roept de associatie op met Die Verwandlung, waarin hoofdpersoon Gregor Samsa verandert in een walgelijk beest en door zijn familie verstoten en uiteindelijk door zijn vader vermoord wordt.

Joseph K. vreest de spot van collega’s, Kafka afwijzing door Praagse gemeenschappen

In zijn zoektocht naar identiteit viel Kafka net als veel van zijn tijdgenoten steeds tussen wal en schip. Hij was een Duitser onder de Tsjechen, een Jood onder de Duitsers en een Duitser onder de Joden. Ook de hoofdpersoon uit Der Process worstelt met deze drie identiteiten. De drie collega’s voor wie Joseph K. zijn proces angstvallig voorborgen probeert te houden, heten Rabensteiner, Kullich en Kaminer. De namen van de mannen zijn respectievelijk Joods, Tsjechisch en Duits. Maar alle drie de namen en de naam Joseph K. verwijzen ook naar Kafka zelf. Rabe en kavka zijn het Duitse en Tsjechische woord voor raaf. Kulich duidt in het Tsjechisch een snip aan, ook een vogelnaam. Kaminer kunnen we via kamin – kachel –associëren met een roetzwarte kraai. Dat we Joseph K. moeten zien als een alter-ego van Franz Kafka wordt versterkt door het feit dat Franz genoemd is naar keizer Franz Joseph. Joseph K. vreest dus de spot van zijn drie collega’s zoals Franz Kafka de afwijzing door de drie Praagse gemeenschappen vreesde. We moeten de handeling van Der Process dus historisch plaatsen in het Praag van rond de eeuwwisseling, toen de verhoudingen tussen deze drie gemeenschappen steeds meer onder druk kwamen te staan.

Joseph K. is vervreemd van zichzelf en de samenleving omdat hij het slachtoffer is geworden van de geschiedenis. Hiermee beantwoorden hij en Kafka aan de definitie die Kundera in zijn essay van Midden-Europa geeft: een lotsverbintenis van kleine volkeren tussen Duitsland en Rusland. De tragedie van Midden-Europa in Kundera’s tijd is dat het cultureel tot het Westen behoort, maar politiek tot het Oosten. Volkeren die hun eigen lot willen kiezen worden met geweld neergeslagen, zoals de Praagse Lente die door Sovjettanks werd neergeslagen. Midden-Europa dat ooit het centrum van Europese cultuur vormde, werd door het verdrag van Jalta van haar Europese wortels losgerukt. Het opgelegde communisme was voor de Tsjechen, Polen of Hongaren even vervreemdend als het Duits dat Franz Kafka van zijn vader moest leren.

Hugo klimt op de maatschappelijke ladder ten koste van zijn identiteit

Precies deze culturele ontworteling beschreef een tijdgenoot van Kundera, de dissidente toneelschrijver Václav Havel, in Zahradní slavnost (Het tuinfeest) uit 1963. Het stuk gaat over de jonge Hugo die zijn gezin verlaat om carrière te maken bij de Dienst Openingen. Net als Franz Kafka moet hij zich de taal van een vreemde onderdrukker eigen maken om hogerop te komen in een bureaucratisch apparaat dat niet onderdoet voor de rechtbank in Der Process. De onderdrukker spreekt nu geen Duits, maar het pseudowetenschappelijke Marxistische jargon van de sovjetcommunisten. Hugo imiteert hun vocabulaire met volzinnen over “historische noodzakelijkheid” en dialectisch-materialistische betogen over de kunstzinnigheid van de wetenschap en de wetenschappelijkheid van de kunst. Zo klimt hij steeds hoger in de kantoorhiërarchie. Gaandeweg vergeet hij de taal van zijn ouders en verliezen zijn woorden betekenis. Uiteindelijk stelt hij voor om alle openingsambtenaren om te scholen tot sluitingsambtenaren en andersom. Hij fuseert de twee instellingen met een ware Hegeliaanse synthese tot een ‘Dienst Openingen en Sluitingen’. Als directeur van deze dienst keert hij terug naar zijn kleinburgerlijke ouders, die het traditionele vocabulaire van volksspreekwoorden bezigen. Ze herkennen Hugo niet meer als hun zoon. Wanneer ze hem vragen wie hij is, antwoordt hij dat dat een domme en ouderwetse vraag is: “Tegenwoordig weten we goed dat A dikwijls ook B kan zijn en B ook A.” In tegenstelling tot Gregor Samsa beklimt Hugo de maatschappelijke ladder, maar tegen een hoge prijs: hij is zijn identiteit verloren.

De volgende fase van de Midden-Europese vervreemding begint na de val van het IJzeren Gordijn. Dan kunnen de Midden-Europese volkeren eindelijk terugkeren naar hun moederschoot: de Europese samenleving, die de waarden van het christendom en de Verlichting combineert en die een sterk historiserende en zelfreflexieve hoge cultuur kent – de cultuur van het Habsburgse Wenen waar plaats was voor de Joods-Duitse componist Gustav Mahler of de Tsjechisch-Oostenrijkse schilder Oskar Kokoschka. Maar na de hereniging van Europa blijkt dat de West-Europese landen dit erfgoed hebben laten varen ten faveure van ongebreideld kapitalisme en massacultuur. Midden-Europese intellectuelen ervaren weer vervreemding waar ze een thuiskomst hadden verwacht, net als Kafka die door zijn identificatie met het Jodendom verder van in plaats van dichter bij zijn vader kwam te staan. Deze nieuwe fase van vervreemding uit zich politiek in de recente opkomst van reactionaire partijen in Polen en Hongarije.

Kafka’s vervreemding krijgt een concretere betekenis in het licht van zijn zoektocht naar nationale identiteit

Literair komt deze fase tot uiting in de roman Chladnou zemí (‘Door het koude land’, vertaald als Werkplaats van de duivel) van Jáchym Topol uit 2009. In deze roman bouwen investeerders het voormalige concentratiekamp Theresienstadt om tot een pretpark, waar “gettopizza’s” verkocht worden en feesten vol drank en drugs plaatsvinden. Het Zweedse vriendinnetje van de hoofdpersoon, kleindochter van Shoahslachtoffers, ontwerpt T-shirts met daarop een afbeelding van Franz Kafka en de tekst: ‘Als Franz Kafka niet al dood was, hadden ze hem vermoord in Theresienstadt.’ Topols roman is surrealistisch, maar bevat een zeer treffende satire op de individualistische, westerse populaire cultuur die zich zelfs uitstrekt over de herinnering aan de duisterste periodes uit de Europese geschiedenis. Deze cultuur is na de val van het IJzeren Gordijn ook naar het voormalige Oost-Europa geëxporteerd. De nieuwe fase van Midden-Europese vervreemding die toen aanbrak is af te lezen aan de West-Europese Kafkareceptie. Niet alleen zijn werk is hier populair, vooral zijn persoon is iconisch geworden. Dit duidt erop dat veel vooral jongvolwassen mensen zich in zijn vervreemding herkennen en zich aan hem spiegelen. Waarom? Het is moeilijk vol te houden dat zij met dezelfde specifieke problematiek worstelen als hij. De fascinatie met Kafka’s vervreemding speelt eerder op een abstracter of juist individueler niveau: moderne lezers herkennen ofwel de universele botsing tussen individu en gemeenschap, ofwel Kafka’s gemankeerde persoonlijkheid. Maar Kafka’s vervreemding krijgt een heel andere betekenis in het licht van zijn zoektocht naar nationale identiteit. Het geeft uiting aan de positie van Midden-Europeanen als het voortdurende slachtoffer van de geschiedenis. Lees Kafka dus als Tsjech.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven