Paul Buckley

Khorosho

Het begon ermee dat de melkboer weigerde naar Viktors woning te rijden. Hij stopte vooraan het pad en wuifde Viktor van een afstand, een meter of tweehonderdvijftig, toe. De man deed er een beetje gewichtig over: ‘Jij woont te ver weg, Viktor, aan het eind van een doodlopende straat bovendien. En als je nu nog eens het een en ander bij mij bestelde, iets méér dan een kistje aardappelen. Je moet toegeven dat ik er weinig mee win bij jou voor te rijden.’

Viktor nam de aardappelen en vooruit, drie liter kefir.

‘We moeten weer eens een fles delen,’ zei de melkboer. ‘Het is nu mooi aan de rivier, we moesten een wak slaan en wat vissen pakken.’

Ja, zei Viktor dankbaar, hij nam ook nog een dozijn eieren.

Hij stiefelde terug naar huis met de flessen onder zijn arm, de rest over zijn schouder. Het werd alweer donker, de wolken geelgrijs. Achter hem schraapte de melkboer zijn keel. ‘Ik heb ook kinderen, weet je? Sasha, en Kostya.’ Dat hoefde hij niet te zeggen, het hele dorp wist dat hij twee kinderen had die Sasha en Kostya heetten, daar was het een dorp voor.

Thuis drukte Viktor een paar blokken hout in het fornuis, zette theewater op en gooide de helft van de eieren in een pan. Dan zette hij zich aan de keukentafel met een kruiswoordraadsel. Door het raam zag hij een wagentje het terrein van de vleesfabriek verlaten— naast zijn eigen huis het enige gebouw in de straat. De personeelsleden, vier magere Russen in witte schorten, keken aan het hek de vracht na. De wagen wiebelde wat, het vroor weer, de grond werd langzaam glad.

Ze wreven hun handen warm en duwden hun steekkarretjes weer naar binnen. Viktor liet zijn eieren op een bord glijden.

‘We sneeuwen nog in,’ fluisterde ze. Viktor hoopte het, dan zou ze haar zwerftochten misschien eens staken.

Hij lag al in bed toen Signe aanwaaide. Ze drukte zich tegen hem aan, haar kin haakte zich rond zijn schouder. Hij wreef haar voetzolen naar een aanvaardbare temperatuur, zijn kussenhoes bevroor langzaamaan door haar natte haren. ‘We sneeuwen nog in,’ fluisterde ze.

Viktor hoopte het, dan zou ze haar zwerftochten misschien eens staken. Bij hem blijven, zich eindelijk neerleggen bij het verlies van haar eerste gezin, zoals Viktor zelf een tijd geleden al had gedaan.

De volgende morgen kon Viktor haar niet vinden.

In de keuken kookte de pot over, golven koffie gutsen sissend over het fornuis naar beneden.

Pas na een halfuur of zo kwam Signe de trap op met een stapel hout in haar armen en een smoezelige Dag na Dag bovenop.

‘Maar wat nu,’ zei Signe verontwaardigd, ‘Hij weigerde!’

Wie weigerde wat, dacht Viktor, meteen geërgerd door Signes kinderlijke taal.

‘De postbode,’ zei ze toen hij niet hapte, ‘Weígerde het om ons terrein op te komen. Ik moest op mijn sloffen de krant komen halen. God, we hebben er een eeuwigheid om gepraat en toen heb ik hem een klap gegeven…’

Rap bladerde ze de krant door. ‘Sputnik, Sputnik, Sputnik. Geen woord over Yulia.’

Natuurlijk niet, zei Viktor. Wat moest zo’n dorpsmeisje tussen de ruimtemissies en atoombommen, bovendien, wat is er met Sputnik?

‘Verdampt.’

Aan de verdwijning van Yulia was al een lange reeks vermissingen voorafgegaan. De kleine Karel, maar ook de toch al sterke twaalfjarige Karel. Het hele dorp droeg schalen aardappelpuree naar hun huizen en vroeg zich af of de school wel open kon blijven als het leerlingenaantal zo snel zou blijven dalen.

De enigszins schele en trage Mieke bleef in haar eentje in een projectgroepje over, omdat de drie vermiste kinderen haar klasgenoten waren geweest. Een dag na Yulia’s vermissing stond ze in haar eentje voor de klas om hun spreekbeurt over de bolsjewieken te houden, en terwijl ze struikelde over de woorden bolsjewiek, bolsjewisme en bolsjewiekeiland vroeg ze zich door haar doorlopende snotneus heen in stilte af hoe de rest haar in de steek had kunnen laten.

Mieke las de paragraaf over Lev Trotski, die Yulia in haar laatste aanwezige uren ijverig neergeschreven had in een keurig handschrift, woord voor woord voor.

Vanuit Viktors afgelegen huis leefden Viktor en Signe natuurlijk mee met de betrokken families, zoals ieder ander, maar zij mochten zich afzijdig houden omdat zij hun eigen vermissingsleed te verwerken hadden — en van dat voorrecht maakte vooral Viktor graag gebruik.

Hij dronk zijn koffie en dwaalde wat rond. Het had weliswaar gesneeuwd, maar de straten waren nog steeds zichtbaar. Voor de rondetafelbar hield Viktor stil. Tot zijn ongenoegen had juist de postbode zich aan de enige tafel verschanst, klaar met zijn zaterdagronde.

Zij raakten na een tweede glas wodka aan de praat, omdat je niet eeuwig naar je glaasje kunt blijven staren.

‘Viktor,’ tikte deze tegen zijn pet.

‘Misja.’

Zij raakten na een tweede glas wodka aan de praat, omdat je niet eeuwig naar je glaasje kunt blijven staren. Maar ze zwegen over het voorval van vanmorgen, Misja die stilhield aan het begin van de weg, ruim voor de vleesfabriek en voor Victors huis. En Viktor vroeg niet naar Misja’s zoon Karel, nu een maand zoek.

Misja, op zijn beurt, vroeg hem niet naar Arvo, inmiddels twee jaar kwijt.

De melkboer, die later binnenkwam, had de ongeschreven wetten van de ronde tafel minder goed onder de knie. Hij begon over een jonge man die tot voor kort ook op zaterdagmiddagen in deze bar had gezeten, en op zondagen, feitelijk op ieder vrij moment. (Het is immers een misverstand dat alleen kinderen zouden verdwijnen. Aan de kinderzaken wordt wel meer ruchtbaarheid gegeven, omdat kinderen doorgaans niet in hun eentje de Oostzee oversteken en ook maar zelden naar de goelag gezonden worden. Er kan weleens iets ernstigers aan de hand zijn, en daarom bezoekt de lokale politie voor de vorm soms zelfs het ene of andere thuisadres.)

‘Maar hij heeft met de Duitsers gewerkt,’ zei Misja.

‘Ja, hij wordt gezocht door de stasi,’ zei Viktor.

‘Als hij slim is, zit hij inmiddels in Zweden.’

‘Op z’n minst in Helsinki.’

En zo deden ze ook deze zaak af, als de melkman tenminste niet over Siberië zou beginnen– dan zou de barvrouw, die zich tot dan toe afzijdig had gehouden, toevallig de zus van de banneling, hem zeker in elkaar rossen…

De melkboer leek die dreiging laat, maar nog net op tijd aan te voelen en begon daarom weer over zijn Sasha en Kostya en over de oude fiets die zijn kinderen hadden gevonden aan de rivieroever. En omdat kinderen doorgaans niet naar de goelag gezonden worden, durfde hij het na een vijftal glazen aan om Viktor en Misja een hart onder de riem te steken.

Hou hoop, iets in die trant, zeker jongens die thuis kort gehouden worden houden zich nogal eens een tijdje onder een deken en met een pak sigaretten schuil in de haven–

En zo had de man alsnog een klap op zijn bek te pakken.

’s Avonds begon het toch te sneeuwen. Zozeer dat Viktor de hele zondag thuisbleef, Signe spoorde hem herhaaldelijk aan een uurtje naar buiten te gaan, zijn benen te strekken, zelfs een borrel te drinken, alsof ze zenuwachtig werd van zijn voortdurende aanwezigheid. Haar geklaag haalde niets uit, hij zat op zijn vaste plek en vulde het ene na het andere raadsel in.

Tegen etenstijd haalde Signe alle keukenkastjes overhoop en mikte alle restjes granen in een pan kefir. Buiten reed opnieuw een wagentje de parking van de vleesfabriek op, een ander reed juist de straat uit. Met spades schepten de mannetjes de sneeuwbergen voor de wagens weg. Daarna sloot een medewerker het hekwerk zorgvuldig.

‘Waar zijn zij toch zo druk mee,’ zei Signe, ‘er loopt in de wijde omgeving geen slachtvee meer rond.’

‘Je ziet het,’ zei Viktor geërgerd, ‘werk genoeg. Er ligt bovendien genoeg vlees in de winkel.’

En toch eet ik weer pap, voegde hij in gedachten toe terwijl Signe een kom voor zijn neus zette.

‘Ik twijfel aan de kwaliteit,’ zei ze voorzichtig. ‘Op de markt zeggen ze…’

Viktor hoefde niet te weten wat er op de markt gezegd werd. Om haar tot stilte te manen greep hij haar bij haar arm, te hard. Ze zei er niets van.

‘Viktor, heb je niet gemerkt dat zelfs de armoedigste kinderen niet meer aan de deur komen om een aardappel te vragen?’

‘En?’ zei hij nogal droog. ‘Ze lijken verdorie gek om notabene mij verdacht te maken.’

‘Niet jou.’ Signe knikte naar het buurhek, waar inmiddels niets meer te zien was. Alsof ze schrok van haar eigen denkwijze, schikte ze vervolgens in. Dat is een heel makkelijke, zei ze vlug, wijzend op zijn kruiswoord. ‘Laika. L-A-I-K-A.’

‘Laika’, zuchtte hij. ‘Help me liever met wat moeilijkers, 14 verticaal,’ zei hij minder dankbaar dan gewild. Maar zij zat al niet meer naast hem.

Op een avond als deze, als Viktor geen zin had om te slapen, fantaseerde hij dat zijn vrouw en kind ergens in het westen terechtgekomen waren. In Kopenhagen, of zelfs in Leicester, daar schenen veel landgenoten zich op te houden. Misschien hadden de buren een televisie. Misschien hadden ze zelf wel een televisie. Hij vroeg zich af of zij deze winter ook over Laika praatten – of zou hun nieuwe land een eigen hond naar de ruimte geschoten hebben?

Dat is een heel makkelijke, zei ze vlug, wijzend op zijn kruiswoord. ‘Laika. L-A-I-K-A.’

Hij verloor Arvo drie winters terug. Zo veel als Viktor wist had zijn achtjarige lessen gevolgd op school en was hij daarna als de wiedeweerga naar de rivier gegaan– hij had er zeker drie middagen over gedaan een gladgeschuurde hockeystick te maken, nu vloog hij ermee over het ijs, zozeer dat zijn moeder herhaaldelijk bang was hem nog eens met vier gebroken ledematen uit het water te moeten sleuren.

Omdat Arvo de eerste was, groeven de dorpsbewoners direct alle sneeuwbergen weg. Dat deden zij heel voorzichtig, ze wilden geen doodgevroren jongen beschadigen. De melkboer was alle waterputten afgedaald, en samen met Viktor had hij de ellenlange rits tuinhuisjes aan de rand van de stad doorzocht.

Nog geen drie maanden later verdween Arvo’s moeder, Viktors vrouw. Dit keer hield iedereen de speurtocht sneller voor gezien.

Viktor ook, al zou-ie dat niet toegeven.

In de fabriek brandde nog licht. Over de bovenverdieping, waar de kantoortjes zaten, liep een man driftig op een neer, trok wat uit de kasten. Met armenvol kwam hij beneden: op het erf vlamde een vuurtje op, de man wierp eerst stapels Dag na dag in de vlammen, daarna volgden bergen linnen.

Viktor dronk thee en gluurde naar de man. Signe riep vanuit de slaapkamer, maar hij bleef zitten waar hij zat. Omdat het pikdonker was zag Viktor vanuit zijn keuken niet hoe zwart de rookpluimen waren, maar hij meende verbrand rubber te ruiken, en plastic. De man werd in zijn eentje dronken. Hij staarde afwisselend in het vuur, lag dan weer op zijn rug en stak zijn armen in de lucht— alsof hij sterren telde, wat misschien ook zo was. Schreeuwde iets onverstaanbaars, ving een strijdlied aan.

Het buitentafereel kalmeerde Viktor, zelfs toen de dronkenlap van zijn stoel afgleed en met zijn gezicht plat op de grond bleef liggen. Er kwam echte sneeuw uit de lucht, en dan nog hagel, maar de neerslag begon niets tegen deze vuurzee. Toen de vlammen nog maar enkele centimeters verwijderd waren van de man in zijn slachtkostuum, en vonkjes zijn hoofdhaar in de fik zetten, daalde Viktor de trap af.

Het hek was zowaar los. Viktor zakte in zijn nachthemd op de grond, trok de man bij de brandhaard vandaan, sloeg hem in het gezicht tot deze begon te hikken, zijn drankbraaksel over zichzelf heen sproeide.

Met beide armen stevig om de man heen, zette Viktor hem terug op de bank. Zo zaten ze samen een tijdje, tot de man over de rode mens en over victorie begon te hummen.

Viktor keek naar het vuur, dat de bevroren grond deed ontdooien, maar hij lette niet op de manteltjes en werkbroeken, op een lange voorjaarsjurk, die zo makkelijk leken te fikken, hij zag alleen de fles Finse wodka op de grond.

‘Hoe is het, man,’ vroeg hij, gek genoeg min of meer opgetogen, ‘U viert oud en nieuw vroeg dit jaar.’

Goed, giechelde de slager, die in zijn zakken greep en er behalve twee sigaren ook een saucijs uittrok, ‘heel erg goed.’

 

 

 

In samenwerking met Uitgeverij Lebowski publiceert deFusie om de twee weken een kort verhaal van aanstormend talentHeb je zelf een goed kort verhaal? Stuur dan een e-mail dan naar redactie@defusie.net. Lees hier de Lebowski Blog. 

Meer Verhalen
Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven