Creative Commons / NOAA Photo Library

Klimaatverandering: tijd voor wat anders

Hoewel het voor velen een uitgekauwd onderwerp is, spelen de problemen rondom klimaatverandering nog altijd. De huidige top-down aanpak van zogenaamde klimaattoppen laat echter bijna geen resultaten zien, waarmee de mogelijke desastreuse gevolgen dan ook nog niet zijn afgewend. Intergouvernementele afspraken lijken ten dode opgeschreven en tegelijkertijd is er een nijpend tekort aan middelen om succesvolle lokale implementatie-gedreven initiatieven het benodigde zetje te geven om tot mondiale impact te komen. Wanneer we ons richten op het opschalen van deze kleinschalige duurzame initiatieven op het gebied van energie en mobiliteit, dan komt de verduurzaming van de maatschappij vanzelf. En met die verduurzaming verdwijnt het klimaatprobleem als sneeuw voor de zon.

Er is van alles gaande rondom klimaatverandering. Zo zijn er bijeenkomsten met lobbyisten en hoogwaardigheidsbekleders in Kyoto, Kopenhagen en komend jaar in Parijs. Een groep van honderden wetenschappers uit meer dan 120 landen vertegenwoordigd in het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) komt om de zoveel tijd samen om uit naam van de VN een rapport uit te brengen. Hierin wordt, op basis van vrijwel alle beschikbare wetenschappelijke literatuur over klimaatverandering, een beeld geschetst van de ernst van het probleem. En dit beeld is niet bepaald rooskleurig: smeltende ijskappen, veranderende ecosystemen, stijgende zeespiegels, toenemende extreme weergebeurtenissen in zowel frequentie als impact en ga zo maar door.

Met die verduurzaming verdwijnt het klimaatprobleem als sneeuw voor de zon

Hadden we ons dan toch moeten verdiepen in de Waterschapsverkiezingen of kunnen we gewoon wachten totdat wetenschappers en politici het met elkaar eens zijn? Want volgens 97% van de klimaatwetenschappers is het probleem reëel en wordt het door ons handelen veroorzaakt. Op advies van de IPCC is er in Kopenhagen een overkoepelend doel besproken: een maximale stijging van 2 graden Celsius boven pre-industriële temperatuur. Deze maximale stijging geldt als leidraad voor verder beleid. Beleid niet alleen bedoeld om de ijsbeer op de ijsschots zijn grotendeels gesmolten habitat te beschermen, maar ook ter bescherming van de mens tegen het veranderende klimaat.

Helaas: het werk van het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC: de organisatie achter de klimaattoppen) blijkt niet zo succesvol als gehoopt. De uitkomst van het overleg in Kopenhagen in 2009 is een niet-bindende overeenkomst, opgesteld in drie kantjes tekst; iets wat boekdelen spreekt over de juridische kracht van het document. James Garvey vatte het als volgt samen:

“Our governments failed to agree a deal which might have avoided a global catastrophe. They did nothing but take yet another "important first step". We've had nearly two decades of those.”

Veel verder zijn de deelnemende partijen sindsdien nog niet gekomen. Alle goede intenties ten spijt worden gestelde langetermijndoelen niet gehaald, zelfs niet door het beste jongetje van de klas: de EU.

Lokale duurzame energie- en mobiliteitsinitiatieven laten meer concrete resultaten zien. Over heel de wereld zijn legio initiatieven die de mogelijkheden aantonen om tot een transitie naar een uitstootvrije maatschappij te komen. Er zijn tal van succesvolle  initiatieven die zijn toegespitst op de lokale omstandigheden: zie bijvoorbeeld elektrische taxi’s in ons eigen land, home-solar-systemen in Oost-Afrika en Indiadennennaaldenvergisters in het Himalayagebergtevoorfinanciering van LED-verlichting in (semi)publieke gebouwenleaseconstructies voor zonnepaneleninductiebussen en elektrische (vracht)boten.

Dit zijn veelal relatief kleinschalige initiatieven die sterk afhankelijk zijn van onconventionele ondersteuning: risicodragend kapitaal gecombineerd met kennis van zaken op het gebied van duurzaamheid en lokale politieke welwillendheid. Precies deze drie dingen zijn aanwezig op de falende klimaattoppen.

Er valt echter wat te zeggen voor het richten van onze pijlen op de gevestigde grote commerciële energie en mobiliteitspartijen: kapitaal en slagkracht te over. Maar deze partijen zijn vooralsnog terughoudend in het realiseren van een echte transitie naar duurzaamheid. Zie bijvoorbeeld de energiemaatschappijen die angstvallig vasthouden aan fossiele bronnen (onder meer vanwege serieuze subsidies) en autofabrikanten die slechts mondjesmaat innoveren.

Het beschikbaar stellen van kapitaal aan kleinschalige duurzame initiatieven klinkt wellicht discutabel: niet voor niks heet het dan ineens risicodragend kapitaal. Echter, de impact van deze initiatieven is gericht op sociale verbetering: energie en mobiliteit voor iedereen is veelal het uitgangspunt. Doordat het vaak zogenaamde off-grid voorzieningen betreft (dus zonder een bestaand netwerk), zijn ze meestal vanzelf niet afhankelijk van fossiele bronnen: neem bijvoorbeeld de home-solar-systemen en elektrische voertuigen. Bijkomend voordeel van dit soort initiatieven is dat ze uitstootvrij zijn: ze leveren geen bijdrage aan de klimaatproblematiek en wel aan de veiligheid en gezondheid van de gebruikers. Daarbij zijn er de sociaal economische baten in de gebieden die nog geen stroomvoorzieningen hebben. Licht betekent niet alleen dat winkels langer open kunnen zijn, maar ook dat kinderen ’s avonds kunnen studeren - met alle positieve gevolgen van dien.

De energie- en mobiliteitssector zijn samen goed voor bijna 30% van de huidige broeikasgasuitstoot

Met zulke baten zou je verwachten dat het niet moeilijk moet zijn om financiering te krijgen. De werkelijkheid blijkt echter weerbarstig. Hoewel de initiatieven in veel gevallen wel een positieve business case kennen op de lange termijn en na opschaling, zijn vaak niet binnen één of twee jaar rendabel. Een succesvolle pilot betekent niet automatisch dat een initiatief uit de rode cijfers is, waardoor het een kleine kans heeft op bancaire financiering.

Kortom: financiële en politieke steun is nog altijd hard nodig. De vraag blijft of we het klimaatprobleem er echt mee oplossen. De energie- en mobiliteitssector zijn samen goed voor bijna 30% van onze huidige broeikasgasuitstoot, dus met het transformeren van deze sectoren zijn we er nog niet. Maar wereldwijd meer aandacht voor en kennis over de hier omschreven initiatieven creëert een transitie onder een hele generatie, voor wie duurzaamheid geen uitgekauwd woord meer is maar een vanzelfsprekendheid wordt. En zo kunnen we, als bijvangst van het feit dat we iedereen van duurzame energie en mobiliteit hebben voorzien, afscheid nemen van klimaatverandering.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven