Wikimedia / Nitin Madhav

Koude oorlog binnen academia?

Professor: 'Ik denk dat het wat gecompliceerder ligt dan dat.'

Ik: 'Het is interessant dat u dat zegt. Ik denk namelijk dat de realiteit veel minder complex is dan u denkt.'

Het is een probleem. Het gebrek aan realiteitszin bij de academische elite heeft endemische vormen aangenomen. Het is de manifestatie van de gedachte: 'niemand mag oordelen'. Ooit las ik de frase ‘multicultural non-judgmentalism’. Dat dekt wel zo’n beetje de lading.

De hoogleraar was echter van oordeel dat de materie te complex was om conclusies te kunnen trekken

Ik gaf die middag voor de vijfde keer een lezing over de mogelijkheden die een staat heeft om om te gaan met religieuze rechtspraak, waarbij ik shariaraden in het Verenigd Koninkrijk als casus gebruikte. Normaliter volgt na zo’n lezing een vragenrondje. Nu was het anders... Dit debat ontaardde bijna in ruzie tussen de hoogleraar/moderator en mijzelf. Wat was het heikele punt? Ik meende dat ik naar aanleiding van mijn onderzoek stellingen kon produceren waar consequenties aan verbonden konden worden. Hij was echter van oordeel dat de materie te complex was om conclusies te kunnen trekken. Immers, er waren meerdere ‘dimensies’ binnen de complexe wereld van het shariarecht en meerdere ‘dimensies’ binnen de groep bezoekers van deze rechtbanken. (Dat de islamitische rechters zich door een dergelijke complexiteit niet laten weerhouden van het doen van feitelijk bindende uitspraken voor de vrouwen, is voor de professor klaarblijkelijk van ondergeschikt belang.)

Toen ik twee jaar geleden begon aan mijn onderzoek naar islamitische rechtspraak in het Verenigd Koninkrijk stortte ik mij op de literatuur. De meest voorkomende termen zijn rechtspluralisme en arbitrage en mediation. Een van de populairste begrippen is 'transformative accomodation'. Ik begreep er bar weinig van en dacht dat dat kwam doordat ik gewoonweg nog te weinig van het onderwerp afwist. Na een tijdje werd mij echter duidelijk dat de auteurs bar weinig van het onderwerp afwisten. Dit hinderde hen niet in het produceren van wollige teksten waarvan het vrijwel onmogelijk was om concrete feiten, stellingen en conclusies aan te ontlenen. In plaats van hun wetenschappelijke aanpak te omarmen reisde ik af naar Engeland voor veldwerk.

Er openbaarde zich een wereld aan kennis. Ik heb gesproken met politici, activisten, rechters en onderzoekers. Er stonden lezingen op het programma, evenals het parlement, universiteiten en als klap op de vuurpijl: naar de shariaraden zelf.

Het spreken met activisten was het meest verhelderend. Zij konden duidelijk uitleggen hoe de problematiek in elkaar stak. Dat kon ik helaas van de meeste academici niet zeggen: zonder enig (veld)onderzoek nemen ze aan dat er een religieuze behoefte aan shariaraden bestaat en met een beroep op respect en tolerantie - en onderbouwd aan de hand van een onbegrijpelijk discours - bewandelen ze de moral highground. Tekenend is ook dat zowel Oxford als Cambridge University Press recentelijk een boek hebben uitgebracht waarin academici in essays abacadabra schrijven over Sharia in het Westen. De these 'vrouwenrechten en religieuze vrijheid moeten gecombineerd worden' wordt veelvuldig vermeld. Hoe dat dient te gebeuren wordt nooit duidelijk gemaakt. Maar nog gênanter is dat ik slechts één van de vier (!) wetenschappers in de wereld ben die daadwerkelijk naar een Engelse shariaraad is geweest. Daarvan is er eentje zelfs positief over shariaraden.

Een bottom-up benadering is geweldig en gezien het niveau van de elite meer nodig dan ooit.

Dus nu hebben we niet één probleem, maar twee. Het eerste probleem is dat de shariaraden in Engeland een grote aanzuigende werking hebben en ook het patroon van religieus gerechtvaardigde vrouwenhaat in stand houden. Het tweede probleem – en daar gaat dit betoog over – is dat vrouwen in minderheidsgroepen van de academische elite niets hoeven te verwachten. Die heeft zich verloren in het relativisme.

Mijns inziens zijn er ten aanzien van maatschappelijke fenomenen in het algemeen, maar in casu religieus en cultureel gerechtvaardigde seksediscriminatie, drie opties. Optie één is dat we erkennen dat dat problemen zijn waar een oplossing voor bedacht moet worden, bijvoorbeeld door het steunen van hulporganisaties of door middel van staatsinterventie. Optie twee is dat we erkennen dat het een probleem is, maar dat interventie niet gepast is, omdat het probleem anderszins opgelost dient te worden, bijvoorbeeld door zelfemancipatie. Optie drie is vaststellen dat er geen probleem is. Jammerlijk is dat de academische elite een vierde optie heeft uitgevonden, te weten: eindeloos zwammen.

Of zoals professor Phyllis Chesler, auteur van het boek The Death of Feminism, schrijft: 'For years now, academics have pretended that brilliance and originality can best be conveyed in a secret. Mandarin language that absolutely no one, including themselves, can possibly understand. In my view, this obfuscation of language has been employed to hide a considerable lack of brilliance and originality and to avoid the consequences of making oneself clear.'

Het resultaat van de huidige relativistische houding van de elite is dat deze de emancipatie van migrantenvrouwen heeft vertraagd. Immers, door multicultural non-judgmentalism is er te lang geen aandacht geweest voor de problematiek waar vrouwen uit minderheidsculturen tegen aan lopen. Nu is de primaire taak van de academische elite om op jonge mensen wetenschappelijke kennis over te dragen en hen kritisch te leren denken, zodat er steeds een nieuwe generatie wordt klaargestoomd om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan een betere samenleving. In bredere zin is het daarnaast de taak van academici om zich te mengen in het publieke debat, om te dienen als avant garde. Bijvoorbeeld door het doen van relevant onderzoek, het schrijven van boeken en het houden van lezingen. Er is behoefte aan heldere analyses over universele rechten.

Vandaag de dag is het werk van activisten, vooral vrouwenrechtenactivisten, ijzersterk. Ze lobbyen voor wetgeving, reizen stad en land af om met mensen te spreken, zamelen geld in. Die bottom-up benadering is geweldig en gezien het niveau van de elite meer nodig dan ooit. Activistenwerk is echter moeizaam, het gaat te langzaam en activisten lopen op tegen geldgebrek, politici die het probleem niet zien en ambtenaren die het werk frustreren. Zou het daarom niet fantastisch zijn als er tegelijkertijd een stevige top-down beweging zou komen? Immers, wanneer het aankomt op het aanpakken van cultureel en religieus gerechtvaardigde discriminatie ten aanzien van vrouwen, is het maatschappelijke (en elitaire!) klimaat van enorm belang. Vanuit een gezond denkklimaat kunnen ook politici, ambtenaren en beleidsmakers- en uitvoerders beter aan de slag. Activisten worden dan beter gehoord. Zij sleutelen 'onderaan', de elite 'bovenaan'. Samen staan we sterk en creëren we het juiste klimaat zodat vrouwen - die niet moeten worden gereduceerd tot slachtoffer! - gehoord worden en zich makkelijker kunnen vrijmaken van niet zelfgekozen groepsdwang en (economisch) zelfstandig kunnen leven. De vrouwenzaak heeft de elite nodig, nog steeds. Mensen hebben voorbeelden en inspiratie nodig, dat is altijd al zo geweest.

De professor en ik zijn er die middag niet uitgekomen. Toen ik klaar was met mijn lezing stak de beste man – overigens met de beste bedoelingen – een lang verhaal af met daarin de begrippen vrouwenrechten, vrije keus, complexiteit, respect, dimensies en vrijheid van religie; het geheel verwikkeld in een brei met vooral veel komma’s. Ik legde hem mijn drie opties voor. Hij vond dat niet complex genoeg, koos voor optie vier en pruttelde nog een beetje na.

Machteld Zee schreef eerder voor Vrij Nederland over de praktijk van Shariaraden in Engeland

Gerelateerde artikelen
Reacties
7 Reacties
  • David Suurland,

    Prachtig, accuraat en trefzeker stuk dat de hele problematiek met academie en Islamstudies in een adem weet samen te vatten.

  • Hugo van Dam,

    Maar wat is nou precies het probleem met die Shariaraden? Ik zat de hele tijd te wachten, zo van: 'nu komt het'. Maar toen ik verder las kwam ik geen argumenten tegen maar alleen twee korte zinnen zonder enig verder bewijs. Toch wel ironisch als je "de (academische) elite" (ook altijd zo'n lekker vaag begrip) vaag en wollig taalgebruik in de schoenen schuift en je er dan zo vanaf maakt.

  • Machteld Zee,

    Beste Hugo,

     

    Dank voor je reactie. Uit het artikel blijkt inderdaad niet wat shariaraden zijn en doen. Daar heb ik voor gekozen om zo een focus op het wanpresteren van de academische elite te houden. Ik heb het probleem rond shariaraden beschreven voor de Vrij Nederland, dat staat hier: http://www.vn.nl/Archief/Politiek/Artikel-Politiek/Scheiden-voor-Allah.htm. Hartelijke groeten, Machteld.

  • Het is tijd voor een herwaardering van de nuance. Ik zou haast willen zeggen, voor een genuanceerdere kijk op de nuance. Nuances zijn niet altijd wenselijk en sommige complexe problemen vergen simpele oplossingen. Vaak genoeg dient complexiteit en wollig taalgebruik ertoe, al dan niet bewust, om stellingname voor onbepaalde tijd op te schorten. Over veel issues zouden we allang uitgefilosofeerd moeten zijn.

  • Simon Gelten,

    Uitstekend artikel, Machteld. Als ik vroeger - ik spreek nu over de jaren tachtig, negentig - bezwaar maakte tegen het obscurantisme van een Derrida, Lyotard, Vattimo of Kristeva, kreeg ik te horen dat zij  de complexe werkelijkheid recht probeerden te doen door haar niet te willen vangen in al te eenvoudige denkschema's. Er is sindsdien niet veel veranderd, de zaak lijkt alleen nog erger geworden. Het taalgebruik is even wollig gebleven, het aantal professoren dat er zich van bedient is gestegen.

  • johan bosmans,

    "Ik meende dat ik naar aanleiding van mijn onderzoek stellingen kon produceren waar consequenties aan verbonden konden worden."
    Dat is een heikele stelling.
    Ik hoef mij niet op de literatuur - in casu "haar literatuur" - te storten om die boude bewering te maken.
    Ik beroep mij op mijn veldwerk.
    Cultureel gerechtvaardigde discriminatie.
    Is gerechtvaardigheid cultureel bepaald? Met andere woorden, is gerechtvaardigheid relatief?
    Uiteraard kan ik niet antwoorden in de plaats van Machteld Zee, maar haar antwoord luidt "Neen".
    Hoe wordt gerechtvaardigheid dan wel bepaald?
    Hoe dat dient te gebeuren wordt nooit duidelijk gemaakt.
    Daar hoef ik het onderzoek niet voor te lezen.

    In de logica zijn er twee mogelijkheden, geen drie.
    Zijn de consequenties gerechtvaardigd of niet?

  • Elodie van Sytzam,

    Machteld,

    Wat een verademing een wetenschapper die zich uitspreekt en de praktijk onderzoekt, dank daarvoor en inderdaad relativisme is niet een zaak van wetenschappers, zij zijn er om zaken te verduidelijken, verhelderen en achtergronden te geven. Voor een volgende keer: laat de laatste alinea weg of behandel ook deze professor met respect en noem zijn argumenten inhoudelijk zonder je eigen emoties toe te voegen. Dat draagt niet bij aan het wetenschappelijk gehalte en is oog om oog. Ik las dus maar het begin opnieuw, vooral de opening is sterk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven