Christopher Sessums / Flickr

Kruispunt

Twee wegen kruisen elkaar in het midden. Het is de kruising van kalme wegen tussen kalme wijken in een provinciestad. Het zijn wel zes banen die daar samenkomen: van beide wegen twee rijbanen en een fietspad en tussen elke rijbaan nog een groenstrook. Langs de zijkanten loopt een stoep en er zijn zebrapaden die het geheel omkransen. Het is het kruispunt van twee kalme wegen in een kalme stad, maar als je met de fiets wilt afslaan is het lastig om het verkeer goed te overzien.

De fietser is nieuw in de stad

Een fietser nadert uit het noorden en wil afslaan naar het oosten. Eerst moet hij achter zich kijken of er geen auto’s aankomen, maar ook het zebrapad voor zich moet hij niet over het hoofd zien. Dan fietst hij nog iets verder tot het punt waarop hij linksaf kan slaan. Een automobilist die van rechts komt en over wil steken heeft voorrang. De fietser moet achter de auto langs en daarna zelf afslaan. Als hij eenmaal is afgeslagen, staat hij op het midden van het kruispunt met andere weggebruikers die van richting aan het veranderen zijn.
Auto’s en fietsers van rechts mogen eerst, hoewel zij op hun beurt voetgangers op het zebrapad rechts van de fietser voorrang moeten geven. Links van hem is nog een zebrapad. Als daar voetgangers oversteken, versperren de automobilisten die daar voorrang moeten geven de fietser de weg. Nadat de fietser ook de tweede baan is overgestoken, is het ten slotte belangrijk dat hij voetgangers op het hem kruisende zebrapad voor laat gaan. Als hij eindelijk het kruispunt over is, kan hij rustig over het fietspad fietsen, tot aan de volgende kruising waar verkeerslichten zijn geplaatst.

De fietser is nieuw in de stad. Hij woont er sinds de zomer in een appartement dat de gemeente hem heeft toegewezen. Een vrijwilliger heeft hem de eerste twee weken geholpen en helpt hem nu nog met de post. Van hem heeft hij ook een fiets en wat kleding gekregen. De fiets gebruikt hij om drie keer per week naar de taalcursus te fietsen. Bij de kleding zat ook een jas, maar die is te dun voor de gure wind en snel doorweekt. Soms als hij op het kruispunt af wil slaan en over zijn schouder kijkt, slaat de wind in zijn nek en plenst de regen in zijn gezicht en moet hij naar adem happen en kunnen zijn verkleumde handen amper het stuur recht houden.

In het land waar de fietser vandaan komt rijdt het verkeer aan de andere kant van de weg. Met afslaan moet de fietser daarom nog steeds extra opletten. Het eerste deel van het kruispunt gaat meestal goed, maar met zijn hoofd vol van de lessen in een taal die in alles verschilt van de zijne, vergeet hij soms om bij de tweede helft van het kruispunt opnieuw de goede kant op te kijken. En zonder dat hij ze verstaat begrijpt hij wel wat weggebruikers hem dan toewensen.
Blij als hij weer veilig thuis is sluit hij zich op en maakt via het web verbinding met zijn thuisland.

In gedachten alweer stoeiend met omgekeerde leesrichting en complexe grammatica

Maar laatst ging alles een beetje anders. Het was minder koud en al een paar dagen droog. De groenstroken tussen de wegen stonden vol met rijen gele kelkbloemen. Toen de fietser bij het kruispunt aankwam, stak daar de man van wie hij de fiets en de jas had gekregen juist over. De fietser stapte af om te groeten en ze namen de twee zebrapaden samen lopend, de fiets tussen hen in.

Sindsdien doet de fietser hetzelfde. Vlak voor het kruispunt stapt hij af en met de fiets aan zijn hand neemt hij de zebrapaden. Automobilisten stoppen netjes voor hem, hoewel hij ze tegenwoordig toch niet meer over het hoofd ziet, zelfs niet als het regent. En dat gebeurt nogal eens in die kalme provinciestad die vanwege de ligging ten opzichte van de rivieren de wolken vaak boven zich vasthoudt. Inwoners van de stad moeten er dan ook met elkaar voor waken dat ze niet mistroostig en ongelukkig worden van het natte asfalt en de doorweekte kleding. Daardoor komt het dat als de vreemdeling, op weg naar de taalcursus, in gedachten alweer stoeiend met omgekeerde leesrichting en complexe grammatica, op het zebrapad het mooiste gebaar kan zien dat zijn nieuwe landgenoten kunnen maken, mits hij maar de goede kant opkijkt. Het is een gebaar waarbij de hand het stuur loslaat, de zijkant van de pols vervolgens op het stuur rust, terwijl de vier vingers een beweging maken alsof ze een waaier zijn die de wandelaar het zebrapad over schuift. ‘Gaat u maar’, betekent het. ‘Gaat u maar snel, ik zit hier toch droog.’

De fietser zag het gebaar voor het eerst toen hij met zijn kennis het kruispunt overstak en sindsdien weet hij altijd de goede kant op te kijken, op zoek naar weer dat gebaar. En áls hij dat dan krijgt, op weg naar de taalcursus en voorzichtig denkend aan wat hij daarna zal gaan doen, maakt hij een gebaar terug. Het is geen aangeleerd gebaar, maar een gebaar dat vanzelf gaat. Het is een kort opsteken van de hand en een knikje naar de automobilist. Het betekent: ‘Dank u wel hoor, voor uw vriendelijkheid. Zo is die regen niet zo erg.’

Meer Verhalen
Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Reacties zijn gesloten.

Naar boven