Flickr / Jagrap

Kunst als journalistiek middel

De Biënnale van Venetië, vanwege het grote internationale prestige ook wel de Olympische Spelen van de kunstwereld genoemd, vindt dit jaar voor de 55e keer plaats. Doordat landen uit praktisch de hele wereld vertegenwoordigd zijn door contemporaine kunstenaars krijgt de bezoeker niet alleen een inzicht in de recentste ontwikkelingen van de moderne kunst, maar ook een overzicht van de verschillende trends en stromingen. Daarbij valt op dat veel artiesten hun werk inzetten als journalistiek.

Moderne kunst stelt zich constant als taak om zichzelf te definiëren, en om zijn functie in verhouding tot de wereld te bepalen. Al sinds de 19e eeuw spookt het idee van het ‘einde van de kunst’ rond: het idee dat artistieke productie ooit een raison d’etre had, maar dat dat tijdperk ten einde is. Een video-installatie in het Roemeense paviljoen op de Biënnale speelt met dit idee: een pseudodocumentaire verbeeldt een utopisch Zweden waar alle sociale spanningen zijn opgelost, waardoor kunst een overbodige reliek uit verleden is.

In de context van een museum kunnen onderwerpen geëtaleerd worden die te klein, te abstract of te pijnlijk zouden zijn voor kranten, tijdschriften en journaals.

De geschiedenis van de moderne kunst is de geschiedenis van de pogingen om kunst een functie te geven. Van sociaal-realistische bewegingen met een emancipatoire functie tot zuivere l’art pour l’art die koketteert met de afwezigheid van iedere functie: praktisch iedere artistieke stroming valt te definiëren aan de hand van de functie die ze toedicht aan haar producten.

Op de Biënnale valt op dat veel kunstenaars proberen hun werk in te zetten als middel om feiten, gebeurtenissen en sociale en politieke processen onder de aandacht te brengen. Hun motto lijkt te zijn: kunst is de voortzetting van journalistiek met andere middelen.

In het Duitse Kassel vond vorig jaar Documenta13 plaats, het vijfjaarlijkse kleine neefje van de Biënnale. Ook daar was deze vorm van journalistieke kunst nadrukkelijk aanwezig, van video-installaties over de bouw van een kerncentrale in Scandinavië tot een tent vol posters met informatie over de politieke situatie van de Centrale Sahara tot een complex van maquettes van de leef- en arbeidsomstandigheden in een Braziliaans poldergebied. Het primaire doel is niet om te behagen, te schokken of te fascineren, maar simpelweg om te informeren. In de context van een museum kunnen onderwerpen geëtaleerd worden die te klein, te abstract of te pijnlijk zouden zijn voor kranten, tijdschriften en journaals; bovendien geeft de serene sfeer van een expositie een eigen aura aan de informatie, die daarmee niet, zoals in het nieuws, verdrinkt tussen honderden andere berichten die de aandacht proberen te trekken.

Het primaire doel van deze kunst is niet om te behagen, te schokken of te fascineren, maar simpelweg om te informeren.

In Venetië heeft deze vorm van kunst als boegbeeld de Chinese dissident Ai Weiwei – met maar liefst drie werken op verschillende locaties de meest aanwezige kunstenaar. Het Duitse paviljoen vertoont uit Weiwei’s werkplaats Bang, een enorme sculptuur van 886 traditioneel Chinese houten krukjes van ambachtelijke makelij. Sinds de jaren ’60 worden de krukjes niet meer door de staat geproduceerd, en nu dreigen ze te verdwijnen onder druk van de productie van stalen en plastic krukken. Weiwei’s werk is imposant en esthetisch aantrekkelijk, maar leest toch vooral als een commentaar op de industrialisering van China en het verdwijnen van de culturele tradities.

De andere twee werken van Ai Weiwei in Venetië zijn nog duidelijker politiek van aard: op het eiland Giudecca vinden we een abstract landschap van metalen staven die zijn verzameld uit de ruïnes van de aardbeving in Sichuan in 2008; in Ai Weiwei’s werkplaats zijn de staven één voor één met de hand recht getimmerd. De vertoning van een video met beelden van de aardbeving, de ruïnes, en de arbeid in de werkplaats maakt het werk tot een ondubbelzinnig commentaar op de gebrekkige constructie van Chinese provinciescholen en op de inadequate reactie van de overheid op een grote humanitaire ramp.

Een nog explicieter werk bevindt zich in een kerk midden in Venetië. In zes grote metalen kisten, ieder met ongeveer de afmetingen van een auto, vinden we zes door poppen bewoonde schaalmodellen van de Chinese gevangenis waar Ai in 2011 drie maanden vast zat. Via raampjes werpen bezoekers als in een perverse kijkdoos een blik in het dagelijkse gevangenisleven. Overal waar miniatuur Ai gaat of staat – in bed, op de wc, onder de douche, bij de maaltijd – houden twee officieren hem in de gaten, maar de voyeuristische inkijk door kijkgaatjes maakt de toeschouwer medeplichtig met de bewakers.

De Biënnale van Venetië toont met artiesten als Ai Weiwei en Richard Mosse dat journalistieke kunst een krachtig medium kan zijn.

Ai Weiwei weet vaardig het midden te houden tussen de journalistieke functie van zijn werk en het esthetische aura ervan: zijn werken zouden ook zonder de politieke achtergrond imposant zijn en de politieke achtergrond zou ook zonder de esthetische vormgeving interessant zijn. Andere artiesten laten de balans doorslaan naar één kant – meestal de journalistieke. De expositie ‘Fired but Unexploded’ in het Hongaarse paviljoen bestaat uit videobeelden van onontplofte bommen uit verschillende oorlogen, terwijl de bijbehorende website functioneert als meldpunt voor onontplofte bommen en een algemeen platform voor protest tegen het gebruik van vuurwapens.

In het Ierse paviljoen vervaagt de grens tussen esthetiek oorlogsjournalistiek: fotograaf Richard Mosse brengt een door burgeroorlog verscheurd Congo in beeld als een roodgrijs psychedelisch wasteland. Met gemengde cameratechnieken en een dreunende geluidscollage maakt Mosse beelden die anders in het journaal tussen soundbytes door zouden verzinken tot een intense nachtmerrie die meer recht doet aan het onderwerp.

Politiek en journalistiek georiënteerde kunst heeft een moeilijke positie. De spagaat tussen twee werelden maakt dat een werk op twee fronten dreigt te falen. De Biënnale van Venetië toont echter met artiesten als Ai Weiwei en Richard Mosse dat journalistieke kunst een krachtig medium kan zijn – niet alleen om te informeren, maar ook om te fascineren, te schokken, te intrigeren en te verheffen. Zo laat de Biënnale zien dat de kunst nog niet ten einde is. Misschien dat in een utopie zonder burgeroorlogen, zonder aardbevingen en zonder landmijnen het einde van de kunst werkelijkheid zou worden. Maar zolang de wereld is zoals hij nu is, heeft kunst een functie. Zolang er verhalen te vertellen zijn, zijn er verhalenvertellers nodig.

Dit artikel is deel 1 van een drieluik van Rik Peters over de Biënnale van Venetië. Hier vind je deel 2 en deel 3.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Zou het kunnen dat kunst een schakeltje is in de autopoiese van de wereld zoals die, en dat alle kunst die de wereld wil veranderen dus een performatieve contradictie begaat?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven