Creative commons / René Magritte

Kunst op recept

Kunst als therapieJohn Armstrong & Alain de Botton2013
The Novel Cure: From Abandonment to Zestlessness: 751 Books to Cure What Ails YouElla Berthoud & Susan Elderkind2013

We are bibliotherapists’, waarschuwen Ella Berthoud en Susan Elderkin, ‘and the tools of our trade are books.The Novel Cure is een opzoekboek, een encyclopedie van lichamelijke kwalen (broken leg) en psychische aandoeningen (broken heart). Volgens de auteurs kunnen beide worden verholpen door het lezen van een goede roman. Tegen alcoholisme adviseren zij The Shining; bij verlies van een geliefde, Jane Eyre. De dames wuiven kritiek op de wetenschappelijke status van hun werk met een knipoog weg: ‘Studies have shown that accurate numbers aren’t any more useful than the ones you make up.’

De melige ironie van Berthoud en Elderkin is een verademing naast het hoogdravende Art as Therapy (in het Nederlands verschenen als Kunst als therapie) van John Armstrong en Alain de Botton. Ook de heren gaan ervan uit dat kunstwerken – beeldende kunst in dit geval – ons kunnen leren omgaan met problemen in het dagelijks leven, zoals een slecht geheugen of een te weinig fantasievol seksleven. Zoals een mes een stuk gereedschap is dat op een bepaalde manier een lichamelijk gebrek compenseert, zo compenseren kunstwerken een gebrek van de geest, aldus Armstrong en De Botton. Ze vertrekken vanuit het idee dat de mens psychologisch gezien een gemankeerd wezen is. Een groot deel van hun boek is gewijd aan het beschrijven van mankementen (alledaagse gebreken als vergeetachtigheid en somberheid) en het herhaaldelijk beklemtonen dat kunst soelaas kan bieden.

Een vaas kan ons iets leren over tevredenheid. Hoe dat precies in z’n werk gaat, wordt alleen niet duidelijk.

Over een Koreaanse maanvaas schrijven ze: ‘Vuiltjes die in de oven terecht zijn gekomen hebben zwarte spikkels opgeleverd, verspreid over de hele buitenkant. Maar de vaas is bescheiden omdat die zich van al die onvolkomenheden niets lijkt aan te trekken. De foutjes laten zien dat de vaas niets om status geeft. Hij is wijs genoeg om niet te vragen hem als een bijzonder object te beschouwen. Hij is niet nederig, maar gewoon tevreden met wie hij is.’

Hoewel een cynicus zou zeggen dat zo’n uitgebreide beschrijving van het zielenleven van een vaas grenst aan het potsierlijke, schuilt hierin juist de kracht van het betoog van Armstrong en De Botton. Hun boek is een uitnodiging om op een open en spontane manier te fantaseren over kunst en die fantasieën te gebruiken in het dagelijks leven. Zo kan een vaas ons iets leren over tevredenheid. Hoe dat precies in z’n werk gaat, wordt alleen niet duidelijk.

Het gebrek aan theoretische onderbouwing wordt pas echt storend in het tweede deel van het boek, waarin de auteurs kritiek leveren op de manier waarop musea hun bezoekers confronteren met en informeren over kunstwerken. In plaats van een bordje met jaartallen, biografische details en informatie over maker en compositie zouden Armstrong en De Botton liever zien dat bij het 15e eeuwse schilderij ‘Christus verschijnt aan zijn moeder’ een aansporing staat om je moeder eens wat vaker te bellen.

Je kunt je afvragen of zulke belegen grapjes de fantasie van de toeschouwer niet eerder in de weg staan dan dat zij hem aansporen, maar Armstrong en De Botton gaan verder. Zij zouden het mission statement van de Tate Gallery in Londen graag als volgt veranderen: ‘De Tate koopt kunst aan uit welk gebied en uit welke periode dan ook. Het streven is immer om de Britse ziel te ontwikkelen. Het streven is om werken te verzamelen die tegemoet komen aan de psychologische behoeften van het land.’

Het idee dat kunst en therapie innig zijn vervlochten is allesbehalve nieuw.

Dat roept natuurlijk nogal wat vragen op. Bijvoorbeeld wat een Britse ziel is en hoe zo’n ding zich ontwikkelt. En hoe we kunnen weten wat de psychologische behoeften van een land zijn, laat staan die van al haar verschillende inwoners. De vraag hoe kunst precies therapeutisch werkt, schuiven de auteurs liever voor zich uit:

‘Geleerden [...] zouden moeten analyseren hoe kunst kan helpen bij een gebroken hart, ervoor kan zorgen dat we ons persoonlijke leed relativeren, ons kan helpen troost te vinden in de natuur, ons gevoeliger kan maken voor de behoeften van anderen, ervoor kan zorgen dat we de juiste idealen van een geslaagd leven in gedachten houden, en kan helpen onszelf te begrijpen.’

Armstrong en De Botton lijken daarbij te zijn vergeten dat het idee dat kunst en therapie innig zijn vervlochten allesbehalve nieuw is. De ‘geleerden’ buigen zich al een poosje over deze kwestie.

Neem Freud. Het verhaal gaat dat zijn verloofde, Martha Bernays, naar zijn smaak iets teveel aandacht kreeg van twee kunstenaars; de jonge arts was bang dat de mannen vanwege hun artistieke aanleg een oneerlijke voorsprong zouden hebben bij het veroveren van haar hart. Enkele decennia later zou de (inmiddels getrouwde) psychiater beweren: ‘overal waar ik kom is er een dichter vóór mij geweest.’

Maar de belangstelling voor kunst als therapie is nog veel ouder. Aristoteles' begrip ‘katharsis’ wordt meestal begrepen als een zuivering van de psyche van overtollige passies door het zien van een tragediespel. Volgens Jakob Bernays, een Duitse filoloog en de oom van Sigmund’s Martha, ontleende Aristoteles het concept aan de medische wetenschap uit de oudheid. In die context werd het woord gebruikt voor de zuivering van de humores, of lichaamssappen. Freud zou deze definitie van katharsis hebben omarmd toen hij zijn patiënten tegen hem liet praten - hun gal liet spuwen - en ontdekte dat de talking cure in veel gevallen kan helpen om symptomen weg te nemen.

Lees een romannetje tegen uw hoofdpijn of kijk naar een Francis Bacon tegen uw verdriet.

Het is geen toeval dat, nu de wetenschappelijke status van psychotherapie in twijfel wordt getrokken, veel therapeuten hun beroep zijn gaan zien als een vorm van kunst, en omgekeerd, er weer interesse is ontstaan in de therapeutische werking van kunst. The Novel Cure en Kunst als therapie verschijnen ten tijde van een crisis in de professionele geestelijke gezondheidszorg. Het grote opzoekboek van de psychiatrie, de DSM-V, ligt met diagnoses als caffeine intoxication disorder (de griebels na teveel koffie) en premenstrual dysphoric disorder (maandelijks chagrijn) in wetenschappelijke kringen onder vuur, terwijl de psychoanalyse nog steeds om de zoveel tijd wordt opgegraven om vervolgens weer te worden doodverklaard. Het toenemen van de wereldwijde vraag naar geestelijke bijstand en de succesvolle lobby van de farmaceutische industrie zetten therapeuten onder druk om hun trajecten te verkorten en om met meetbare uitkomsten te komen. Talking cures die proberen inzicht te verschaffen in de aard en oorsprong van symptomen (vaak een langdurig en onberekenbaar proces) moeten steeds vaker ruim baan maken voor pillen of therapieën die erop gericht zijn om in korte tijd bepaalde vormen van gedrag te corrigeren.

Kunst als therapie en The Novel Cure zijn onschuldige bijproducten van deze serieuze crisis. De auteurs hanteren een vulgair-instrumentele opvatting van kunst, in dienst gesteld van een gemedicaliseerd zelfbeeld. De boodschap is: lees een romannetje tegen uw hoofdpijn of kijk naar een Francis Bacon tegen uw verdriet; net zoals we tegenwoordig bij de huisarts horen: neem een pilletje tegen uw slapeloosheid.

Beide boeken weerspiegelen bovendien een onzekerheid bij patiënt en therapeut over de universele toepasbaarheid van de mensbeelden die aan therapievormen ten grondslag liggen. Ze roepen vragen op als: is het mensbeeld waarop een therapeut de behandeling baseert niet simpelweg een uitdrukking van zijn of haar persoonlijkheid, of van een common sense psychologie? Is de rol van ‘kunst als therapie’ niet volstrekt persoonlijk en dus onmogelijk te systematiseren? Berthoud en Elderkin maken er ongemakkelijke grappen over; Armstrong en De Botton verdringen de moeilijke vragen door de antwoorden over te laten aan geleerden. Freud zou er ongetwijfeld iets over te zeggen hebben gehad.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven