Een goed leven met een gelukkig einde / Aaron Rookus

Leeftijdsloze kunst

Zo begint het slechteJavier Marías2015
This progressTino Sehgal2015
Een goed leven met een gelukkig eindeAaron Rookus2015

Javier Marías is misschien wel de meest gelauwerde schrijver in zijn thuisland Spanje. Maar in Nederland lijkt hij bijna uitsluitend gelezen te worden door zijn eigen tijdsgenoten en dat is zonde; zijn werk laat bij uitstek zien hoe verschillende generaties, ondanks hun ogenschijnlijke ongemeenschappelijkheid, met elkaar in contact kunnen komen en waarom dat contact zo waardevol kan zijn.

Een kleine twee weken geleden verscheen de Nederlandse vertaling van Así empiezo el malo, de nieuwste roman van Javier Marías. De Spaanse schrijver lijkt in Nederland nog relatief onbekend lijkt te zijn, ondanks de vijf sterren voor Zo begint het slechte in zowel de Volkskrant, als het NRC en Het Parool, maar in zijn thuisland is hij onontkoombaar; hij heeft wekelijks een column in El País en heeft er zelfs zo’n gevestigde status dat hij literaire prijzen kan weigeren. Marías wordt samen met landgenoten als Eduardo Mendoza, Julio Llamazares en Manuel Vázquez Montalbán ook wel gerekend tot ‘de generatie van ’68’. Zij zijn de eerste schrijvers die in het van Franco bevrijde Spanje konden schrijven zonder zich druk te hoeven maken om enige ideologische censuur. Hoewel Marías zich niet belemmerd hoeft te voelen door het repressieve regime van Franco, speelt juist dat regime een belangrijke rol in zijn werk. Zowel zijn eerdere trilogie Jouw gezicht morgen als zijn nieuwste roman draaien voor een groot deel om de botsingen die ontstaan tussen de generatie die in democratische vrijheid opgroeide en zij die onder Franco leefden.

Marías' werk toont hoe waardevol contact is tussen generaties

Juan de Vera, begintwintiger en verteller in Zo begint het slechte, wordt een aantal jaren na de dood van Franco door filmmaker Eduardo Muriel ingehuurd als privédetective. De Vera moet achter de ware aard van Muriels vriend Dokter van Vechten komen. Van Vechten is een arts die bekendstaat om zijn hulp aan de minderbedeelden tijdens het franquistische tijdperk. De Vera ontdekt dat van Vechten zijn patiënten chanteerde en helemaal niet de weldoener is voor wie men hem hield. Op het moment dat De Vera deze waarheid boven tafel heeft en Muriel hiervan op de hoogte wil brengen, wil Muriel er niets meer van weten: soms is het beter om geheimen voor elkaar te hebben en daarmee verder te leven. Muriel wil zijn goede band met Van Vechten niet op het spel zetten door ongewild op de hoogte te raken van diens dubieuze verleden.

Muriels houding staat symbool voor de opvatting van Marías omtrent de verwerking van het Franco-regime. Niet alleen de franquisten, maar ook de republikeinen zijn verre van smetteloos gebleken in de jaren na de oorlog. Omwille van een leefbaar Spanje zal echter een deel van dit verleden achtergelaten moeten worden; de algehele amnestie, zoals die na de dood van Franco is ingesteld, is volgens Marías zo’n slecht idee nog niet. De kracht van Mariás’ oeuvre schuilt er echter niet alleen in dat hij zo’n overtuigende duiding weet te geven aan de problematiek tijdens en na het regime van Franco. Bovenal laat hij thema’s als trouw en verraad loszingen van de sociaalhistorische context waarin hij ze presenteert: iedereen heeft immers geheimen – van wat voor aard dan ook.

In Marías’ romans gebeurt over het algemeen vrij weinig, ze bestaan vooral uit dialogen, het plot is van ondergeschikt belang. Die dialogen worden vaak gevoerd door gesprekspartners uit heel verschillende generaties voor wie er amper een gemeenschappelijk referentiekader lijkt te zijn. Om met elkaar te praten, moeten ze hun sociaalhistorische achtergronden achterwege laten en voeren ze gesprekken op algemeen-menselijk niveau, maar zonder daarbij in cliché’s te vervallen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit passages waarin het verzwijgen van geheimen geen betrekking meer heeft op het franquistische tijdperk, maar op de liefdeslevens van De Vera en Muriel. Het huwelijk van Muriel met zijn vrouw Beatriz Noguera is verziekt door een geheim van Noguera, dat zij Muriel beter niet had kunnen vertellen. Het huwelijk van De Vera daarentegen lijkt juist te bestaan bij de gratie van het verzwijgen van bepaalde zaken uit het verleden. Hoewel Muriel en De Vera het met betrekking tot Franco niet helemaal met elkaar eens lijken te zijn, komen ze in de liefde uiteindelijk op dezelfde gedachte uit, want ‘op dat moment zijn er geen ouderen en jongeren; geen leeftijden’; voor iedere relatie is het beter bepaalde gebeurtenissen te vergeten of überhaupt niet ter sprake te brengen.

In het Stedelijk Museum kan men deze maand aan den lijve ondervinden dat op bepaalde momenten geen leeftijden bestaan. De Duitse kunstenaar Tino Sehgal laat er zijn This progress uitvoeren. Bij aanvang van het kunstwerk word je door een jongen of meisje van een jaar of 10 gevraagd of je eraan mee wil doen. Zodra je instemt, ontspint zich een gesprek aan de hand van vragen van de vertolkers van het kunstwerk; zij dragen je steeds over aan een vertolker van een volgende generatie, die met jou het gesprek voortzet. Wars van enige gedeelde kennis ontwikkelt zich al snel een gesprek dat je in de dagelijkse omgang eerder voert wanneer je om twee uur ’s nachts iets te veel hebt gedronken, dan wanneer je net iemand één minuut geleden hebt ontmoet. Het sterke van Sehgals kunstwerk is dan ook dat enige kennis van elkaar ontbreekt; niet alleen door de anonimiteit van degene die het kunstwerk ervaart en zich niet voor hoeft te stellen, maar ook omdat door de generatieverschillen een gemeenschappelijke referentiekader ontbreek. Wie niet veel van elkaar weet lijkt, verrassend genoeg misschien, algauw geneigd smalltalk over te slaan.

Wars van enige gedeelde kennis ontwikkelt zich een gesprek dat je normaal alleen 's nachts onder invloed voert

Dat in zulke gevallen smalltalk vrij snel achterwege wordt gelaten blijkt ook uit de korte tele-film Een goed leven met een gelukkig einde van Aaron Rookus. In de film stuit Helen (gespeeld door Ariane Schluter, die eerder deze maand een Gouden Kalf voor haar rol won) op een dag op het dode lichaam van haar steenrijke man. Na diens overlijden moet Helen haar leven weer op de rails zien te krijgen, maar wel zonder zijn geld; hij blijkt failliet te zijn. Ze komt terecht in het studentenhuis van haar dochter, die op wereldreis is, en sluit daar een vreemdsoortige, op veel wodkadrinken gebaseerde, vriendschap met homo-escort Joeri (Jonas Smulders). De bekakte vijftiger en vrijgevochten student worstelen allebei met wat ze nu eigenlijk met zichzelf aan moeten, maar lijken in hun middernachtelijke gesprekken op een schommel aan het water allebei op zoek te zijn naar hetzelfde: een goed leven met een gelukkig einde – hoe uiteenlopend de precieze invulling daarvan ook moge zijn. Die woorden klinken hier ongetwijfeld uiterst clichématig, als Joeri ze al schommelend tegen Helen zegt, komen ze allereerlijkst over; het is de generatiekloof die het mogelijk maakt ze zo integer uit te spreken.

Javier Mariás lijkt een schrijver van en voor een andere generatie. Zoveel blijkt ook wel uit de blurbs op de achterflap van Zo begint het slechte; Jonathan Franzen zegt dat hij Marías bewondert, Roberto Bolaño noemt zijn proza het beste van Spaanse bodem en Orhan Pamuk meent dat Marías de Nobelprijs voor de literatuur zou moeten winnen. Het wordt echter tijd dat die kloof overbrugd wordt en Marías door jong en oud opgepakt wordt. Zoals wel blijkt uit zijn eigen romans, maar ook uit het werk van Sehgal en de film van Rookus, is een dialoog tussen mensen uit generaties juist door het ontbreken van actualiteiten als gespreksonderwerp de voedingsbodem voor allerlei belanghebbende overpeinzingen. Zoals Marías meent dat sommige geheimen er zijn om verzwegen te blijven, zo zijn er ook weer anderen die publiek dienen te worden. Het oeuvre van Marías is een geheim dat valt binnen die laatste categorie.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven