Flickr / andronicusmax

Less than zero '12

Wat hebben sushi, smartphones en verre zonvakanties met elkaar gemeen? Het zijn alle drie voorbeelden van producten die vijftien jaar geleden nog golden als statussymbool maar inmiddels binnen ieders bereik zijn. Dalend cultuurgoed wordt dit in de sociologie genoemd: wanneer de cultuur van een kleine elitaire groep door de massa wordt overgenomen. Dalend cultuurgoed kan ook betrekking hebben op immateriële zaken, zoals milieubesef en politieke betrokkenheid.

In het boek Less Than Zero (1985) van de Amerikaanse auteur Bret Easton Ellis staat de cultuur van een kleine elitaire groep in het Los Angeles van de jaren tachtig centraal. Deze elitaire groep (de top van Hollywoods voedselpiramide) leeft in zo een excessieve welvaart dat verveling op de loer ligt: er zijn steeds extremere prikkels van buitenaf nodig om gestimuleerd te worden. De cultuur zoals omschreven in Less Than Zero lijkt te ontstaan bij de Nederlandse twintigers uit de middenklasse van nu, die en masse zijn opgegroeid in rijkdom.

De twintigers van nu hebben steeds extreme externe prikkels nodig om gestimuleerd te raken. Het enige verschil is dat zij hier nu veel goedkoper en makkelijker toegang tot hebben.

De hoofdpersoon in het boek is de 18-jarige student Clay. Voor de kerstvakantie is hij een maand terug bij zijn familie en vrienden in Los Angeles. Hij brengt zijn vakantie snuivend door op hedonistische feestjes in Hollywood. Op gortdroge, logboek-achtige wijze beschrijft Bret Easton Ellis wat Clay meemaakt, wat het verhaal een nihilistische sfeer geeft. Een typische familiescène: "It’s christmas morning and I’m high on coke. […] My sisters look bored and tan and talk about anorexic friends and some Calvin Klein model."

Het boek speelt met de droom die velen in de westerse maatschappij hebben: in materieel opzicht alles bezitten wat iemand maar wilt. Als Clay in een winkel staat denkt hij “I don’t find anything I want that I don’t already have.” Op bijna elke pagina registreert Ellis (net als in American Psycho) welk persoon wat voor merkkleding draagt, welke auto hij bezit of wat voor drugs hij gebruikt. Deze registratie wordt pagina na pagina, ad nauseam herhaald. Wat dat betreft is dit een interessante parallel naar de twintigers uit de middenklasse van nu, waarvan een groot gedeelte in welvaart is opgegroeid. In deze generatie speelt ook merk en bezit een belangrijke rol: van een Eastpack in de brugklas tot een MacBook tijdens de studie. En niet alleen in de middenklasse: ook een willekeurige ROC-leerling uit een arm gezin heeft tegenwoordig een smartphone.

Overvloed leidt tot verveling en desinteresse. (In het boek: “Where are your parents?” “In Japan, I think.” “What are they doing there?” “Shopping.” En: “What do you care about? What makes you happy?” “Nothing. Nothing makes me happy. I like nothing.”) Niet alleen persoonlijke desinteresse, maar ook maatschappelijke. Waarom zou je nog de straat op gaan om te strijden voor idealen als je het thuis comfortabel hebt? Studentenprotesten in Nederland stellen niet veel meer voor in vergelijking met een aantal decennia geleden.

Materiële overvloed is niet het enige dat de jongeren in Less Than Zero zo geestelijk afstompt, de overvloed aan mediacultuur speelt ook een grote rol. Niet voor niets speelt het verhaal zich in Los Angeles af, de fabriek van Westers amusement. Op bijna elke pagina staat MTV (het Facebook van de jaren '80) aan op de achtergrond. Een mooie zin omschrijft dit metaforisch: “I sat in my room […] watching a television show. There would be about a hundred teenagers dancing in front of a huge screen on which the videos were played; the images dwarfing the teenagers.”

MTV zorgde er enerzijds voor dat mediabeelden steeds sneller en flitsender gemonteerd werden om jongeren nog enigszins te prikkelen en hun aandacht vast te houden. Anderzijds zorgde het voor een onrealistische, perfectionistische en constante beeldenstroom. Deze twee kenmerken zijn anno nu geaccelereerd in media als YouTube en Facebook waarin een zeer korte aandachtsspanne en jongerencultuur centraal staan.

Waarom zou je nog de straat op gaan om te strijden voor idealen als je het thuis comfortabel hebt?

Door de overvloed aan welvaart en mediacultuur is het voor de jongeren in het boek lastig om nog geprikkeld te worden. Zij grijpen daarom naar externe middelen waar flink voor betaald wordt: cocaïne, een tafel in een club of een snuffmovie à 15.000 dollar. Zoals het werkt met dalend cultuurgoed hebben de verwende twintigers van nu ook steeds extreme externe prikkels nodig om gestimuleerd te raken. Het enige verschil is dat zij hier nu (vergeleken met de jaren tachtig) veel goedkoper en makkelijker toegang tot hebben: een pilletje op een festival kost een paar euro,  een extreem seks- of geweldfilmpje is in een paar muisklikken te vinden

Met de meeste jongeren in het boek loopt het niet goed af. Ze lopen psychologen af, raken verslaafd aan drugs en eindigen dood of in een kliniek. De externe prikkels die twintigers uit de huidige middenklasse gebruiken zijn gelukkig niet zo extreem. Toch willen jongeren hier, in een van de meest veilige en welvarende landen ter wereld, blijkbaar een Project X in Haren in plaats van een politieke demonstratie.

In Less Than Zero wordt de welvaart van de hoofdpersonen niet beïnvloed door de crises in de jaren '80. In het Nederland van nu worden de verwende twintigers uit de middenklasse hier wel mee geconfronteerd. Als een tegenreactie op de rijkdom van een aantal jaar geleden hebben we nu populaire bio-markten en tweedehandszaken en is excessieve welvaart not done geworden. In deze trends schemert een hernieuwd maatschappelijk engagement door en een afwijzing van extreme externe prikkels. Als straks weer de jaren van overvloed komen is het belangrijk dat dit idealisme niet wordt vergeten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven