Flickr / Minister-President

Leve de kiezer!

Na de verkiezingsuitslag van 12 september jongsleden kraaiden de politieke commentaren vrijwel in unisono: het populisme is dood, leve de kiezer! Met de dubbeloverwinning van VVD en PvdA zou de kiezer het politieke midden en haar consensus verkiezen boven de polarisatie van de flanken. Volgens de commentaren was hiermee na tien tumultueuze jaren de Fortuynrevolte verworden tot louter historisch voer – interessant, maar zonder structurele betekenis. Op deFusie werd door Pieter Koning (08-10, ‘Tijd voor Neo-Paars’) een soortgelijk betoog uiteengezet. Dit is zowel een reactie op zijn stuk als een indirect schotschrift tegen al die ondoordachte analyses.

Konings redeneertrant volgt dit al te rechte pad: de flankpartijen PVV en SP hebben minder zetels gehaald dan vooraf werd gedacht, terwijl hun grote (half)broers, respectievelijk de VVD en de PvdA juist onverwacht groot zijn geworden. Volgens hem is dit een teken dat de PVV en de SP ‘zich deerlijk vergissen in de intelligentie van de gemiddelde kiezer’ en dat enkel ‘het meest vastgeroeste deel van het electoraat’ nog haar stem op deze partijen uitbrengt.

Die wel intelligente kiezers, volgens Koning ‘murw gebeukt’ in de ‘ideologische strijd tussen links en rechts’, zouden nu een nieuwe periode van ‘pacificatiepolitiek’ inluiden. Niet alleen hebben zij massaal op de middenpartijen VVD en PvdA gestemd, tevens blijkt uit een peiling van De Hond van na de verkiezingen dat de meeste Nederlanders een VVD/PvdA-kabinet ‘het meest acceptabel’ vinden.

De kiezer koos niet voor het midden.

Op al te gemakzuchtige wijze, à la Ad Melkert, schrijft Koning de SP- en PVV-kiezer af. Hij vergeet bijvoorbeeld dat zeker drievijfde van de door hem zo intelligent bevonden PvdA-kiezers, wederom volgens de heilige peilingen, drie weken eerder nog ‘vastgeroest’ aan de SP zaten. Nu is elitisme mij geenszins vreemd, maar een eerste voorwaarde daarvoor is enige slimheid. En wat Koning beweert oogt pedant en is enkel kortzichtig.

Sowieso zijn al zijn gevolgtrekkingen ongefundeerd. Als gesteld leidt zijn argumentatie hem naar de stelling dat de 40 zetels voor de VVD en de 38 zetels voor de PvdA bewijzen dat de polarisatie is ingeruild voor de goede oude consensuspolitiek. Volgens Arend Lijphart werd deze politiek gekenmerkt door de gedeelde acceptatie van een aantal ‘informele spelregels’, van ondermeer ‘zakelijke politiek’ en ‘depolitisering’. Het is me dan ook een raadsel hoe je kan beginnen over Lijpharts consensusdemocratie, zonder zijn informele spelregels te noemen..

Om de stelling verder te ontkrachten meng ik mij graag in het populaire wedstrijdje zetelverhoudingen analyseren: tot aan het jaar van de grote politieke waterscheiding, 2002, behaalden de drie grote middenpartijen VVD, CDA en PvdA gezamenlijk nooit minder dan 102, en vaak gemakkelijk 125 zetels. Uitgezonderd 1994 was een tweepartijenkabinet altijd mogelijk.

Een beetje paars met een beetje Fortuyn.

Al die tijd was het exceptioneel als een partij links van de PvdA of rechts van de VVD meer dan een zetel of 5 bezat – GroenLinks (ach Groenlinks) had er 11 in 1998. Sinds 2002 is dit structureel anders. Ook nu bezitten de flankpartijen SP en PVV allebei 15 zetels. Deze 20% van het stemmentotaal is minder dan verwacht, zeker, maar geenszins verwaarloosbaar.

Daarbij is het allerminst ondenkbaar dat het nieuwe kabinet binnen een jaar valt, en we na nieuwe verkiezingen aankijken tegen een nieuwe Grote Versnippering; met een partij of vijf van ieder 20-25 zetels. Of misschien bubbelt de economie in elkaar en accepteren we binnen een decennium een technocratische dictatuur. (Weten wij veel). Ik wil maar zeggen dat enige terughoudendheid de politiek-commentator zou sieren, in deze era van de veranderlijkheid. Er is in ieder geval geen enkele reden om aan te nemen dat de Nederlandse politiek een nieuwe periode is binnengegaan.

Dan nog iets: SP-senator Tiny Kox stelt dat Nederland een rechts ofwel links kabinet wenst. Anders dan Koning beweert, kan deze stelling niet door de uitkomst van een trendgevoelige, post-electorale peiling van De Hond van tafel geveegd worden. Want met deze gepeilde voorkeur voor een PvdA/VVD-kabinet laat De Hond enkel zien dat de gemiddelde Nederlander enige realiteitszin bezit: gegeven de verkiezingsuitslag is dit simpelweg de naar verwachting best realiseerbare oplossing.

Misschien bubbelt de economie in elkaar en accepteren we binnen een decennium een technocratische dictatuur.

Maar dit zegt weinig over de coalitievoorkeur van de Nederlandse kiezer voorafgaand aan 12 september! Sterker nog, alle peilingen vóór de verkiezingen wezen er op dat de eerste coalitievoorkeur van, zeg, tweederde van de kiezers een centrum-links dan wel een centrum-rechts kabinet was. De kiezer koos niet voor het midden. De kiezer koos voor de partij die hij aan de rechter- of aan de linkerkant het sterkst achtte: rechts was dat de VVD, links aanvankelijk de SP, en bij nader inzien toch de PvdA.

Bovendien benadrukt de vloed aan stemmen op de VVD en zeker op de PvdA juist de  vruchtbaarheid van beider polariserende verkiezingsstrategieën; van het afzetten van de VVD tegen ‘de socialisten’ en van de PvdA tegen het ‘rechtse rotbeleid’. ‘De kiezer’ ging hierin mee en koos vrij overweldigend ofwel centrum-rechts, ofwel centrum-links. En niet alleen zo bezien heeft de kiezer het aangezicht van Janus. Want hij/zij wilde niet alleen enige polarisatie, maar tegelijkertijd – en dit was zowel deel van Samsoms succes als van de pech van Wilders en Roemer – een redelijke succeskans op een meerderheidskabinet.

Duidelijk is dat de kiezer niet kapseisde naar puur links of rechts, maar evenmin overhelde naar het midden. Zie de tegenvallende 24 zetels van D66 en het CDA samen. Als de kiezer al een boodschap heeft afgegeven, dan is het dat het niet wil golven tussen consensus en conflict, maar graag op hetzelfde moment een beetje van beiden wil zien. Dus een beetje paars met een beetje Fortuyn. Dit is simpelweg politiek: het vinden van een tijdelijke consensus op blijvende verschillen, die weer bij wijlen polemisch uitgesponnen worden.

Nu vind ook ik de kiezer vaak ongeïnformeerd, hypegevoelig en navelstaarderig, maar zo bezien heeft-ie het op 12 september best aardig gedaan. Schoorvoetend zeg ook ik: leve de kiezer.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven