Flickr / cod_gabriel

Leven we in een totalitaire democratie?

Begin april kondigde de extreemrechtse organisatie Identitair Verzet (IV) aan te willen demonstreren bij de Vluchtkerk in Amsterdam West. Het IV schreef in het persbericht met deze actie te willen ‘ijveren voor het vastzetten in vreemdelingenbewaring van de daar aanwezige illegalen tot ze uitgezet kunnen worden naar het land van herkomst.’

De opruiende teksten en soms antidemocratisch getinte standpunten die staan te lezen op de website van het IV, veroorzaakten flink wat protest. Vanuit links-activistische hoek klonk een duidelijke roep om tegendemonstraties.

Uiteindelijk besloot het IV de actie op te schorten, uit angst voor escalatie:
'De eerste prioriteit van onze organisatie is de veiligheid van de deelnemers. Wij kunnen mensen die onderweg zijn niet (laten) beschermen', aldus het IV.

Het IV is een politieke organisatie die een minderheidsopinie binnen de Nederlandse democratie voorstaat. Het IV ageert fel tegen immigratie(beleid) en islamisering, daarbij voorbijgaand aan (democratische) waarden zoals vrijheid en gelijkheid. Ook linkse activisten vertegenwoordigen een minderheidsopinie.

Zoals iedereen weet geldt de demonstratie als legaal pressiemiddel om een standpunt publiek te maken en kracht bij te zetten. De aankondigingen van het Identitair Verzet, als ook die van tegendemonstraties, waren volkomen geoorloofd. Ze waren zelfs gewild.

Idealiter hadden we op 21 april jl de democratie volop in actie kunnen zien. John Stuart Mill had zich van plezier vele malen omgedraaid in zijn graf. Immers, volgens Mill zou elke opinie het licht van het publieke debat moeten zien. Ook al is die opinie antidemocratisch: als overtuigd democraat weerleg je een anti-democraat het best in discussie.
Maar: het gebeurde niet.

In hoeverre de ‘dreiging op escalatie’ serieus te nemen was, valt moeilijk te achterhalen. Echter, als het IV daadwerkelijk op grond van intimidatie is weggebleven, wijst dat op een bepaalde trend in ons democratisch denken. We zouden mogen concluderen dat het als problematisch ervaren wordt dat groeperingen met antidemocratische standpunten publiekelijk hun mening verkondigen. Dat zou vervolgens betekenen dat we in een totalitaire democratie leven.

Het is mogelijk dat de democratie zichzelf om zeep helpt.

Wat betekent ‘democratie’ nog? Democratie is een begrip dat soms bijna lukraak en op zeer associatieve wijze wordt gebruikt. Zo leggen we intuïtief de link tussen democratie en rechtsstaat, democratie en vrijheid. ‘Making the world safe for democracy’ is niet voor niets nog steeds een van de belangrijkste export-producten van het Westen.

Toch lijkt het bijna onmogelijk eens hapklaar te definiëren wat we eronder verstaan.

Hier kan de politieke filosofie ons op weg helpen aan de hand van twee concepten: procedureel en substantief. Beide concepten wijzen op twee benaderingen van democratie.

Puur procedureel benaderd is democratie niets anders dan het raamwerk waarbinnen besluitvorming op legitieme wijze tot stand kan komen. Binnen dit raamwerk kan, mag en moet iedereen meedoen ongeacht welke opvatting hij of zij over het goede leven heeft. Zelfs als deze opvatting antidemocratisch is. Er is slechts een mits: iedereen houdt zich aan de democratische regels.

Het proces van besluitvorming is legitiem omdat er legitieme democratische procedures gevolgd worden. De uitkomst, daadwerkelijke besluiten, worden derhalve getoetst op hun legitimiteit door te kijken of ze via die procedures tot stand zijn gekomen. Om het kort te zeggen: de democratische procedures zijn doel op zichzelf, geen middel tot het verwezenlijken van de democratie.

Een substantieve benadering van democratie omvat meer dan enkel procedures. Binnen deze benadering is het precies omgekeerd: de procedures zijn het middel tot een doel. De legitimiteit van besluitvorming wordt niet alleen getoetst aan het democratisch gehalte van de gevolgde procedures, het uiteindelijke besluit mag niet in strijd zijn met kardinale democratische waarden zoals gelijkheid en vrijheid.

De substantieve opvatting van democratie stelt dus meer eisen. Het is niet zo dat iedereen mag, kan en moet meedoen aan het debat, anti-democraten mogen dat bijvoorbeeld niet.

Binnen beide benaderingen van democratie kunnen problemen worden aangewezen.

Ter bescherming van de democratie wordt van sommigen hun democratische rechten afgenomen.

Als we enkel letten op de procedure is het mogelijk dat de democratie zichzelf om zeep helpt. Met een hypothetisch voorbeeld: een politieke partij met antidemocratische waarden en standpunten zou in principe op legitieme wijze de grootste kunnen worden om na verkiezing vervolgens een eind te maken aan het democratisch raamwerk van besluitvorming. Binnen de procedurele opvatting wordt dit risico bewust genomen. In lijn met John Stuart Mill wordt de nadruk gelegd op de waarde van het debat en de vrijheid van meningsuiting.

Het probleem met de substantieve opvatting van democratie ligt in het feit dat, ter bescherming van de democratie, van sommigen hun democratische rechten worden afgenomen. De substantieve benadering verankert kardinale waarden zoals: een democratische mening, vrijheid en gelijkheid. Precies daar zit een kiem van totalitarisme.

De publieke opinie lijkt te neigen naar een sterk substantieve opvatting van democratie. In het geval van het IV wordt dat, op zeer kleine schaal, al duidelijk. Het wordt met moeite, grenzend aan niet, geaccepteerd dat groeperingen met antidemocratische standpunten zich publiekelijk uiten.

We zouden dus kunnen zeggen dat het huidige discours neigt naar een totalitaire vorm van democratie.

Is dat erg? Maakt het uit? Misschien is koestering en bescherming door middel van het verankeren van kardinale waarden precies wat iets fragiels als de democratie nodig heeft. Misschien echter, zet het risico op de opheffing van democratie dat we binnen de procedurele benadering lopen, de zaken meer op scherp, wordt het debat levendiger.

Het blijft kiezen. Aan de ene kant: dynamisch en volledig vrij met het risico op de ondergang van de democratie, aan de andere kant: veilig en zeker met een geaccepteerde foutmarge van mini-totalitarisme.

In het licht van de geschiedenis is het niet zo gek dat we de democratie willen verankeren, haar kostte wat het kost willen behouden. Misschien is de huidige democratie niet ideaal maar ze komt wellicht het dichtst in de buurt van een ideaal.

Echter: zelfs de democratie moet geen dogma worden, ook ten opzichte van de democratie blijft een kritische houding noodzakelijk.

Gerelateerde artikelen
Reacties
6 Reacties
  • Anna van Gijssel,

     
    Goed stuk! Interessant voor deze discussie is de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak van Refah Partisi (de Welvaartspartij) versus Turkije uit 2003. Hierin beslist het Europese Hof dat het Turkse constitutionele Hof een politieke partij met een antidemocratisch programma (namelijk voor de invoering van de Sharia) mag ontbinden. Onder andere omdat de betreffende partij bij de landelijke verkiezingen een dusdanige meerderheid had verkregen dat het niet gedwongen zou zijn een coalitie met andere partijen aan te gaan, vormde de partij volgens het Hof een voldoende dreiging voor de democratie om de partij op te mogen heffen. (zie hier voor een samenvatting van de uitspraak)
     

  • Clara Stokhof Clara Stokhof,

    Anna! Dank voor deze toevoeging!

  • Super sterk stuk! Er zijn natuurlijk nog vele invullingen te geven aan democratie, waarin je de procedurele benadering meer ruimte geeft, binnen een kader van vastgestelde kardinale waarden.

  • Matthijs G.,

    Interessante overdenking en deze doet ook in Nederland stof opwaaien. Daarbij zou ik willen verwijzen naar de uitspraak van Donner in 2011 dat de sharia zou moeten kunnen worden ingevoerd als de meerderheid dat wil (dat leidde tot kritiek, vanuit het perspectief dat sharia als ondemocratisch wordt ervaren).

    Ook het vraagstuk over het verbod op de politieke partij Martijn, die pedofilie verheerlijkt, schurkt tegen de vraag aan of we in een democratisch land zouden leven als deze partij verboden wordt. Eerder bepaalde de rechtbank in Assen dat de doelen ingaan tegen de rechten van het kind, maar daarmee zou je kunnen stellen dat er een democratische deadlock ontstaan is. Eens hebben democratische instituties onderschreven wat de rechten van het kind zijn, en de démarche van Martijn om op democratische wijze deze publieke wil te veranderen werd feitelijk ontmogelijk gemaakt.

  • Ik ben zelf geen filosoof, dus excuses voor het gebrek aan achtergrondkennis. Maar ik vraag me af of politiek filosofen niet teveel in de 18e/19e eeuw blijven hangen. Een ideële opvatting (of hier 2 opvattingen) van democratie die uit de 19e eeuw stamt doet volgens mij geen recht aan de problemen waar burgers in de 21e eeuw mee geconfronteerd worden. Een door-en-door corporatistische overheid die eclectisch winkelt in meer en meer commercieel gefinancierd en gestuurd wetenschappelijk onderzoek en dit objectivistisch gebruikt om politieke beslissingen te rechtvaardigen die daarmee boven elk politiek debat verheven blijven. Een overheid die externe gebeurtenissen (terrorisme, crisis) gebruikt (of volgens sommigen zelf produceert) om on-democratisch beleid te rechtvaardigen.

    Kortom, een heel goed stuk over de spanning tussen democratische procedure en democratische resultante, maar voor mijn gevoel te weinig verband met de 21e eeuwse praktijk.

  • Tja, wat moet een mens daar nou op zeggen. Uw stuk is natuurlijk wel al 2 jaar oud...

     

    We glijden af naar een totalitaire samenleving. Natuurlijk, dankzij de overheid, maar ook en vooral dankzij een groepje nerds uit Silicon Valley met hun lofzang op "transparantie".
    Daarbij geholpen door een onwetende, ongeïnteresseerde en volstrekt onverschillige massa die lekker blijft facebooken, tweeten en whatsappen.

     

    Niet Orwell maar Huxley dus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven