Flickr // Diego Sideburns

Liever geluk dan winnaarsmentaliteit

Deze sportzomer zal de conventionele wijsheid weer uit de kast gehaald worden dat een winnaarsmentaliteit ervoor zorgt dat iemand op het beslissende moment boven zichzelf uitstijgt. Let vooral op onze oosterburen, bij wie die mentaliteit ervoor zou zorgen dat ze ‘op z’n Duits’, in de laatste minuut, winnen. Maar wat hebben we buiten de sport aan een winnaarsmentaliteit?

Dorstig naar succes vragen we winnaars hoe we hun mentaliteit kunnen kopiëren. Zij vertellen dat we ons volledig moeten richten op het positieve resultaat – je moet ‘jezelf kampioen denken’. Het logische gevolg is dat je geen enkele rekening houdt met een negatief resultaat. Zo vertelt schaatser en ‘echte winnaar’ Sven Kramer dat hij ‘het niet trekt’ dat het Nederlands elftal wordt gehuldigd voor een tweede plaats op een WK. Duitse voetbaltrainers wordt zelfs voorgehouden dat het vieren van iets minder dan de eerste plaats een slecht signaal is naar de jeugd, die juist een winnaarsmentaliteit bijgebracht moet worden.

Je moet jezelf kampioen denken

De vraag dient zich aan: zorgt een winnaarsmentaliteit ervoor dat iemand iets extra’s kan op het beslissende moment? Uitgerekend het sportveld blijkt de perfecte plek om de illusie door te prikken dat iemand boven zichzelf kan uitstijgen – al dan niet dankzij zijn winnaarsmentaliteit. Basketballers, honkballers en golfers worden niet consistent beter op momenten dat de spanning toeneemt, zo blijkt uit onderzoeken van Amerikaanse statistici. En de Duitse mentaliteit, zo vaak geroemd door trainers en deskundigen, blijkt ook iets anders in elkaar te zitten. Het Duitse team doet het op sommige vlakken beter in de laatste minuten van een wedstrijd, maar daarin is het zeker niet uniek. Sterker nog, op alle onderzochte vlakken doet het Nederlands elftal niet onder voor Duitsland – of doet het zelfs beter, want ze krijgen minder doelpunten tegen in de laatste minuten.

Toch zorgen deze onderzoeken er niet voor dat we makkelijk afscheid nemen van een winnaarsmentaliteit, NRC kopte bijvoorbeeld boven het artikel dat het onderzoek naar de prestaties van de voetballanden besprak: ‘Duitsland scoort vaak in de laatste minuut’. Sterker nog, de adviezen voor een winnaarsmentaliteit vinden ook navolging buiten de sport dankzij de ‘sportificering’ van de samenleving, zoals filosoof René Gude de invloed van sport op de maatschappij doopte. Overal doemen er wedstrijden op, van de Citoscores voor leerlingen tot de peilingen voor politici, en met die wedstrijden mogelijkheden om boven onszelf uit te stijgen.

Ook ziekte is een wedstrijd. Wielrenner Lance Armstrong raadde kankerpatiënten bijvoorbeeld aan om hun ziekte te zien als een strijd, waarbij ze zich volledig op de overwinning moesten richten. Die mentaliteit had hem immers ook geholpen om kanker te ‘overwinnen’ en boven zichzelf uit te stijgen op de zwaarste momenten in wielerwedstrijden. Later bleek dat hij niet zozeer beter werd door zijn winnaarsmentaliteit, maar door doping, politieke spelletjes en chantagepraktijken. En ja, dat waren de gevolgen van zijn ‘win at all costs’ mentaliteit, zo vertelde hij aan Oprah.

Maar de suggestie om de ziekte als een wedstrijd of gevecht te zien en daarbij vooral aan de positieve uitkomst te denken – vaak verpakt in goedbedoelde adviezen als ‘wel blijven vechten’, ‘positief blijven’ en ‘zet hem op’ – bezorgt lotgenoten van Armstrong irritatie en extra druk. De winnaarsmentaliteit zorgt er zelfs voor dat sommige kankerpatiënten zich in eenzaamheid dood vechten, omdat afscheid nemen van hun naasten een heel andere mentaliteit vergt. Die begint met onder ogen komen dat het misschien niet goed afloopt. Het belangrijkste advies op een congres in Utrecht over zorg in de laatste levensfase was dan ook: artsen moeten met terminale patiënten vaker en eerder over het naderende levenseinde praten.

Verliezen is geen optie, waarmee iedereen wordt afgeschreven die niet wint

Verliezen is geen optie, vertellen echte winnaars ons, waarmee iedereen wordt afgeschreven die niet wint. En dat zijn er nogal wat, zo schreef Gude: ‘De aantallen verliezers lopen op. Een kleine miljoen Nederlanders wordt langzaamaan heel onzeker over de eigen excellence en heeft farmaceutische stemmingmakers nodig bij alle zelfverwerkelijking, een niet gering deel daarvan bestaat uit schoolkinderen. En is sprake van een trend: depressie is in 2020 volksziekte nummer één.’ Dit leert ons dat er een einde is aan het maakbare ideaal van sporters: hoe goed je ook je best doet en hoe vaak je ook aan winnen denkt, dit kan er nog steeds voor zorgen dat je niet wint. Je kunt talent missen. Of gewoon pech hebben.

Alleen is dat een boodschap die niet lekker klinkt uit de mond van iemand die heeft verloren. ‘Pech’ of ‘gewoon niet goed genoeg’ zijn immers woorden die worden toegeschreven aan een typische verliezer met een gebrek aan winnaarsmentaliteit. Die wil niet genoeg winnen. Daarmee is degene op de hoogste trede de persoon bij uitstek om de illusie door te prikken dat een winnaarsmentaliteit de doorslag heeft gegeven. Bijvoorbeeld door rekenschap te geven aan de omstandigheden die hebben meegezeten. De winnaar die op die manier ook het leven van de verliezers wat draaglijker maakt, is pas echt een winnaar.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven