Flickr / Joan Mitchell - Ladybug (1957)

Lijst van eindeloze lijsten

Kan niet vernietigd wordenTonnus Oosterhoff1996
Dood werkMaarten van der Graaff2015
BluetsMaggie Nelson2009

Het verhaal ‘Naar het oppervlak’ van Tonnus Oosterhoff begint met een missie: ‘Nu zou ik graag (op dit onmogelijke punt in mijn tijd) opsommingen maken. Alles wat aan de zintuigen verschijnt in lange rijen opnoemen.’ Het is niet geheel duidelijk wie, of wat, er in dit verhaal, dat werd opgenomen in de bundel Kan niet vernietigd worden (1996), precies aan het vertellen is. Wel weet de lezer wat er in het verhaal opgesomd moet worden, want de tekst doet een opzichtige poging om alles vast te leggen wat er tijdens een dag op camping De Hullekamp op de zintuigen van de verteller wordt afgevuurd. ‘Naar het oppervlak’ wil een lijst zijn van alles wat er gezien, gehoord en gevoeld kan worden, een rigoureuze vereeuwiging van een snipper wereldgeschiedenis in tekst.

Voor zijn onbescheiden project wendt Oosterhoff een specifieke vorm aan: de lijst. Over het algemeen genomen vormt de lijst, de gestructureerde enumeratie van kenmerken of gebeurtenissen, een genre dat uit is op overzicht scheppen. De lijst dient - denk aan een boodschappenlijstje - snel en compleet zijn: het biedt een blik op een volledigheid die tot losse punten is teruggebracht, een geheel dat zelfs voor de vluchtige blik toegankelijk is. Een perfecte vorm om de wereld als geheel in te vatten, zou je denken. Als er al een manier is om alle mogelijke sensaties en gebeurtenissen in tekst te vatten, dan zal het niet de meticuleuze registratie van Marcel Proust of de time-lapsevertelling van Dimitri Verhulst zijn, maar de onwrikbare, allesomvattende lijst.

Een kleinburgerlijk vakantieparadijs wordt omgevormd tot een aaneenschakeling van rijke sensaties

Oosterhoff heeft het geweten. Zijn poging resulteert in een weelderig impressionistisch verhaal, waarin de verteller zijn gevoelig oog als een zoeklicht over de camping laat gaan en alle mogelijke schijnbare trivialiteiten vastlegt. Zo ziet hij de smerige toiletten, de voetballende kinderen en een schriftelijke uitnodiging tot bridgen - niet om geld, maar voor de gezelligheid - en het opstijgen van een roomkleurige luchtballon. Er gebeurt praktisch niets noemenswaardigs, maar Oosterhoffs kwieke taalgebruik lijkt alles desondanks een mysterieuze tint te geven. Zoals Daniël Rovers in een bijzonder aandachtig essay in Bunzing al stelde, lijkt het alsof Oosterhoff de onttoverde banale werkelijkheid van de camping met zo’n uitzonderlijke nauwkeurigheid en speelsheid benadert dat de magie van het onbekende haar herintrede in het dagelijks leven weet te maken. ‘Naar het oppervlak’ vormt een kleinburgerlijk vakantieparadijs om tot een aaneenschakeling van minuscule maar rijke sensaties, die als een lome golf voorbijtrekt. In een zintuigelijke overspoeling worden zo nu en dan de silhouetten van de oorspronkelijke camping getoond.

De lijst leent zich hier dus eerder voor een omvorming dan een vastlegging van de werkelijkheid. Gelukkig erkent Oosterhoff zelf de onmogelijkheid van zijn project al vrij vroeg in het verhaal: ‘Zelfs aan een lijst van lege lijsten komt geen einde, dat zie ik wel. Uitputtend opsommen strijdt met de logica, geen tekst kan de wereld zijn.’ De schrijver komt tot de conclusie dat geen beschrijvende lijst eindig is, dat er altijd fenomenen zijn die zich onttrekken aan het papier. De wereld is te groot, er is simpelweg te veel om naar tekst teruggebracht te kunnen worden. Maar wanneer de megalomane ambitie om de gehele werkelijkheid te beschrijven losgelaten wordt, blijft de lijst toch interessant. Het verhaal van Oosterhoff laat in zijn mislukking namelijk iets anders zien: de lijst openbaart zich als een eigen universum, een afgeleide van de wereld waarin nieuwe verbanden en relaties kunnen worden gelegd. Oosterhoff geeft geen afdruk van de werkelijkheid, maar schildert een weergave die zintuigen en tijdsbeleving dwingt tot herconfiguratie, en daarmee nieuwe connecties en kortsluitingen biedt.

Ook in 'Dood werk' staat kortsluiting centraal

In Dood werk (2015), de veelgeprezen tweede dichtbundel van Maarten van der Graaff, staat ook kortsluiting centraal. Het is een verzameling harde gedichten, waarin een murw geslagen stem vanuit de vroege eenentwintigste eeuw verhaal doet van de vervreemding van het individu in een verhardende maatschappij, waarbinnen productiviteit en consumentisme centraal staan. De bundel is opgedeeld in twee afdelingen, die qua vorm het streven naar overzichtelijkheid en stroomlijning weerspiegelen: lijsten en geklokte gedichten.

In deze eerste afdeling, bestaande uit gedichten in lijstvorm, lijkt de bouw van de gedichten op een archetype gebaseerd te zijn. ‘Lijst met kalmerende activiteiten’ bestaat uit tijdens groepstherapie genoemde handelingen die mogelijk angstaanvallen tegen kunnen gaan:

fietsen
met de bus gaan
swingen
op een paard rijden
geld uitgeven
douchen
in de zon zitten

Et cetera. Hier blijkt al snel dat de activiteiten, die het gevoel van verbrokkeling zouden moeten wegnemen, geenszins aanvullingen op elkaar zijn. Sterker nog, veel van de activiteiten sluiten elkaar uit: of fietsen of met de bus gaan, of douchen of paardrijden. Deze lijst lijkt uit te drukken dat wanneer je eigen grip op een versplinterende wereld afneemt, er geen gemeenschappelijk tegengif bestaat: opnieuw blijft het particuliere, dat vaak tegenstrijdig aan dat van anderen, de enige houdbare positie.

Deze constatering resoneert door heel Dood werk. De dichter probeert in de lijsten een vorm van gemeenschap te vinden, maar stuit steeds op afwijking en incompleetheid. Zo wordt in ‘Lijst met mensen op de koude steen’ een gemeenschap van zzp’ers voorgesteld, die verbonden is door het ploeteren voor liefde en vrije kunst. Vijf lijsten later heet diezelfde dichtersgemeenschap weer gesegregeerd, ongastvrij. Van der Graaff zoekt naar vastheid in de ‘kruimelige feitelijkheid’ van dit moment en wil alles wat steekhoudt in overzichtelijke lijsten stoppen. Juist deze lijsten laten de futiliteit hiervan, en daarmee ook de crisis van de situatie zien. De lijsten zijn nooit compleet, niet gestructureerd, niet overzichtelijk. In zekere zin zijn het anti-lijsten. Ze blijven bestaan uit fragmentarische aantekeningen, sensaties en opgesomde affecten, die niet bijdragen aan een uniform beeld, maar de gespletenheid van de verteller laten zien.

De dichter legt eerst het huidig moment vast, stopt de tijd, en vraagt dan: “En wat nu?”

Ook Van der Graaff grijpt de lijst aan om een weerspiegeling van de wereld te maken, maar laat de ondermijnende fragmentatie van de eenentwintigste eeuw zelfs in de gedichten de dienst uitmaken. De lijsten lijken te willen ontsnappen aan de uitzichtloosheid van een individualiserende maatschappij, maar geraken zelf niet voorbij de omstandigheden die beschreven worden. Ze blijven opsommingen van de talige afscheidingen van de dichter, die in hun incompleetheid het aanhouden van de status quo spiegelen. Van der Graaff zoekt naar een stap voorbij de verstikkende werkelijkheid en hoopt dat de toekomst zich nog van het nu zal weten te onderscheiden. Het laatste gedicht sluit de onuitputtelijke lijsten dan ook af met een ontwapenende poging om het verbrokkelde residu van het heden achter te laten. De dichter legt eerst het huidig moment vast, stopt de tijd, vraagt ons ten slotte: “En wat nu?”

Essayist en wetenschapper Maggie Nelson gebruikt de lijst weer voor een heel ander project. Haar boek Bluets (2009) is een lijst met 240 herinneringen, feiten en gedachten, verzameld over een periode van 3 jaar. Waarom gebruikt ze hier de lijstvorm? Nelson legt het uit aan de hand van een bekentenis: ‘Suppose I were to begin by saying that I had fallen in love with a color. […] In this case, the color blue - as if falling under a spell.’ Uit deze onverklaarbare liefde vloeit een manie voort; een obsessie met de kleur blauw. De smoorverliefde Nelson besteedt jaren aan liefdes- annex veldwerk, waarin ze honderden objecten en aforismen verzamelt, alles met elkaar verbonden door hun kleur of onderwerp: blauw.

De lijst die Bluets wil zijn weet nooit een definitieve vorm van de kleur blauw te bereiken

Bluets is een collage van de opbrengsten van die verzameldrift. Het is een prachtige associatieve opsomming van fragmenten uit de kleurtheorieën van Wittgenstein, Goethe en Merleau-Ponty, bespiegelingen op studies en schilderijen van Joan Mitchell en Yves Klein, aaneengeregen door flarden muziek van Billie Holliday en Leonard Cohen. Het boek biedt een neerslag van een onderzoek dat volgens Nelson had moeten leiden tot een nieuwe encyclopedie van de kleur blauw. Dit mislukt. Nelson weet niet tot een essentie te komen. Met iedere aantekening lijkt zij een nieuw aspect van de kleur aan te stippen, een andere manifestatie van blauw - ultramarijn, azuur - te tonen. De lijst die Bluets wil zijn weet dan ook nooit een definitieve vorm van de kleur blauw te bereiken. In plaats daarvan brengt Nelson eindeloos nieuwe lagen blauw aan, die met ieder citaat simultaan distinctiever en helderder worden. De lijst biedt 240 uitwerkingen en nuanceringen, maar had er nog honderden kunnen bevatten. Bluets erkent dat er niet zoiets is als volledigheid, slechts een eindeloze veelzijdigheid. Nelson lijkt een blauwe edelsteen 240 maal in ander licht te houden, waardoor zij steeds weer nieuwe kleuren en perspectieven weet te creëren.

De lijst van Bluets vormt, geheel in lijn van Oosterhoff, een nieuw, blauw universum, waar betekenis accumuleert zonder einddoel. De aantekeningen van Nelson geven de lezer nieuwe vrijheid: Bluets biedt honderden fragmenten die steeds als nieuwe beginpunten kunnen worden genomen. Iedere gedachte ontspruit uit dezelfde obsessie met het blauw, maar leent zich om verweven te worden in nieuwe associaties en gedachtegangen over liefde, kunst, eenzaamheid en verlangen. Bluets is een enerverende zoektocht zonder einde, een voortdurende verfijning en bewieroking van een kleur, een weergaloze studie die Nelson uiteindelijk meesterlijk weet te sturen met een dromerig persoonlijk verhaal.

Bij wijze van conclusie:

  1. De lijst wil volledig zijn, maar blijft altijd incompleet
  2. In haar gebrekkigheid biedt de lijst een alternatieve vorm van wat zij vast wil leggen
  3. Deze nieuwe structuur staat een andere, associatieve manier van lezen toe, die niet los van de wereld hoeft te staan
  4. Deze opsomming is naar wens uit te breiden en te herschrijven
  5. QED.
Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven