Flickr / -JvL-

Links als de pest!

Dan ben je dus in principe een VVD’er en dan studeer je sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Misschien geen voor de hand liggende combinatie, want het gros van je medestudenten stemt in het meest gunstige geval D66 en in schrikbarend veel gevallen GroenLinks. Hoe is dit mogelijk?

Nu is het zo dat de hele UvA hier last van heeft. In 2010 bleek uit onderzoek van de ASVA Studentenunie dat D66 en GroenLinks veruit de grootste partijen zijn binnen mijn alma mater. Op de vraag waar men zichzelf op het politieke spectrum plaatst, antwoordde 61,6% van de studenten ‘links van het midden’. De enige faculteiten die wat rechtser georiënteerd bleken te zijn, zijn die van Rechtsgeleerdheid en Economie & Bedrijfskunde (ASVA 2010, De Student Stemt). Feit is overigens wel dat de FdR en de FEB slechts een kwart van de respondenten leverden en Geesteswetenschappen en Maatschappij- & Gedragswetenschappen ruim de helft, dus enige vertekening in de resultaten is mogelijk.

Daar sta je dan, met je blauw-oranje das.

Wanneer men kijkt naar het docentencorps van sociologie, ziet men in haar gelederen een oud-Kamerlid voor GroenLinks (Evelien Tonkens) en Jan Willem Duyvendak (jawel, de ‘broer van’). Tussen de studenten ook nog een GroenLinks gemeenteraadslid (voor Amstelveen), Axel Boomgaars, dus daar sta je dan met je blauw-oranje das. Maar is het niet wat vreemd, dat er een overeenkomst lijkt te zijn tussen politieke overtuiging en studierichting? Wat hebben die twee met elkaar te maken, als dat al het geval is?

Het zou kunnen dat een achterliggende factor van invloed is op zowel keuze van de studierichting als politieke voorkeur. Vind iemand bijvoorbeeld het individu interessanter, of schenkt men meer aandacht aan het functioneren van het collectief? Is de staat hoofdverantwoordelijke voor maatschappelijke problemen, of is ieder mens de meester van zijn eigenlijk lot? Hoort de maatschappij ondernemerschap en risico nemen te belonen, of moeten we een breed vangnet hebben dat iedereen ondersteunt, los van inzet of talenten? Handelen mensen op basis van rationele overwegingen, of is het een subtielere afweging? Dit zijn vragen die je aan studenten van de Faculteit Economie & Bedrijfskunde enerzijds en studenten van de Faculteit Maatschappij- & Gedragswetenschappen kunt voorleggen. Ik zou me dan wel willen wagen aan een kleine voorspelling van de resultaten. Men kan ze ook voorleggen aan leden van bijvoorbeeld de VVD en de PvdA. Ook hier durf ik een voorspelling te doen over de algemene richting van de resultaten.

Misschien is het verband het duidelijkst wanneer men kijkt naar dergelijke overtuigingen en de keuze voor een bepaalde politieke partij. Maar is dit verband net zo aannemelijk in het geval van gekozen studierichting? Het is waarschijnlijk geen waterdicht idee, maar ik vind het tot op zekere hoogte wel plausibel. Ik doe daarbij onder andere beroep op het begrip ‘cognitieve dissonantie’. Dit is een psychologisch verschijnsel dat onaangename gevoelens oproept in mensen wanneer zij feiten waarnemen die strijdig zijn met hun innerlijke overtuigingen. Nu bestaan daar uiteraard milde en extreme en vele tussenliggende gradaties van, maar waarom zou men zich op een studiegebied toeleggen dat cognitieve dissonantie oproept? Er zijn natuurlijk wel andere redenen dan pure interesse om een bepaalde studie te kiezen, bijvoorbeeld druk uit de sociale omgeving of gepercipieerde baankansen, maar in de meeste gevallen acht ik het onwaarschijnlijk dat iemand die een geharde voorstander is van bijvoorbeeld de nachtwakerstaat, de keuze zou maken voor een studie als sociologie. Op dezelfde manier verwacht ik ook weinig overtuigde Marxisten tegen te komen in een studie als bedrijfskunde.

...onwaarschijnlijk dat iemand die een geharde voorstander is van bijvoorbeeld de nachtwakerstaat, de keuze zou maken voor een studie als sociologie.

Wellicht speelt enige politisering van de studiekeuze ook een rol, althans wanneer men het ASVA onderzoek op dit moment zou herhalen. “Vage” studies zoals taalkunde of geschiedenis staan in de politiek op de tocht. Alleen een gek gaat nu nog kunstgeschiedenis studeren en met een krimpende overheid is mijn baanperspectief ook minder rooskleurig geworden. Sectoren als de zorg of techniek daarentegen staan wagenwijd open en worden als essentieel gezien voor een solide toekomst van Nederland. De High Tech Campus in Eindhoven is een goed voorbeeld. Ik kan mij dus voorstellen dat studenten slavistiek of Nederlandse letterkunde de VVD slecht gezind zijn. Natuurkundigen en chemici zijn misschien wel enorm rechts geworden. Jammer genoeg is hier weinig over te zeggen, in afwezigheid van een herhalend onderzoek, dus moeten we verder zoeken naar mogelijke verklaringen.

Eén hiervan is afkomstig van twee wetenschappers uit Canada, die onderzoek deden naar het psychologische verband tussen cognitieve vermogens en vooroordelen. Hun conclusie is dat zo´n verband wel degelijk bestaat en dat minder cognitief vaardigen sterker geneigd zijn tot vooroordelen, sociaal-conservatisme en rechts autoritarisme. Dit zou komen doordat conservatief-rechtse ideologieën een eenvoudige duiding van de werkelijkheid bieden. Liberaal-progressieve wereldbeelden zijn complexer en vereisen meer mentale flexibiliteit (Hodson&Busseri 2011, BrightMindsand Dark Attitudes). Maar wat is precies de link tussen dit onderzoek en studiekeuze? Op de universiteit lopen naar ik aanneem alleen maar mensen met behoorlijk grote cognitieve vaardigheid rond. Interessant genoeg betekent dit niet dat iedereen aan de universiteit automatisch op links stemt, al zou dit wel verklaren waarom die 61,6% van de respondenten uit het ASVA onderzoek zichzelf aan de linkerkant van het politieke midden situeerde.

Wat zou dan een cognitief verschil kunnen zijn tussen mensen die allemaal behoorlijk intelligent zijn? Ik denk dat dit verschil loopt over de grens tussen bèta enerzijds en alfa/gamma anderzijds. Waarom? Omdat exacte studies vaak werken met complexe, maar wel heldere en voorspelbare systemen. Daarmee wil ik niet zeggen dat deze vakgebieden makkelijk zijn, verre van! Maar wat wel zo is, is dat er in de denkbeelden van de bèta daardoor aanzienlijk minder ruimte is voor onzekerheid, “vaagheid” en flexibiliteit. Alfa- of gamma-theorieën lijken (en zijn) misschien heel vaag, maar dergelijke (goede) theorieën van de grond aan af opbouwen kost veel creativiteit. Creativiteit is niet-systematisch en “vaag”, hoewel sociale wetenschappen en de humaniora natuurlijk wel methodologische procedures hebben om deze processen in wetenschappelijke banen te leiden. Echter opnieuw de vraag: wat is het verband met de psychologie? Nu heeft onderzoek uitgewezen dat conservatieve stemmers een relatief grotere amygdala hebben, het gebied in de hersenen dat gerelateerd is aan angst. Hierdoor hebben zij een grotere afkeer van onzekerheid. Progressieve stemmers hebben een grotere anterieure cingulate cortex, wat hen in staat stelt om beter om te gaan met onzekerheid en veranderingen.

Het is misschien zo dat bèta-studenten in het bezit zijn van een grotere amygdala en daarom zowel in de politiek als in hun studie kiezen voor duidelijke systemen waarin zo min mogelijk onzekerheid voorkomt. Alfa en gamma studenten, indien deze een grotere anterieure cingulate cortex bezitten, zullen daardoor beter omgaan met veranderingen en kunnen daardoor misschien beter omgaan met zowel progressieve denkbeelden als met “vage” studies. Maar dan zitten we nog steeds met de faculteit FNWI, waar een linkse partij volgens de ASVA de grootste zou zijn geworden, dus deze optie rammelt een beetje.

Een andere mogelijkheid is dat studenten aan een bepaalde faculteit afkomstig zijn uit een sociaal milieu dat positiever staat tegenover deze of gene politieke stroming. Ik meen mij een academisch artikel te herinneren waaruit bleek dat studenten die als eerste in hun familie gaan studeren, vaker kiezen voor statusrijke vakgebieden waar men veel geld in kan verdienen, zoals de geneeskunde, economie of rechten. Als men Wilders mag geloven, dan is de hele elite in Nederland links als de pest, dus dat zou wel verklaren waarom “vage” studies, waar je toch nooit een droge boterham mee gaat verdienen, wat linkser georiënteerde studenten aantrekken. Maar de VVD was toch (ondanks dat het een volkspartij is), “voor de welgestelde Nederlanders”?

Dit zou komen doordat conservatief-rechtse ideologieën een eenvoudige duiding van de werkelijkheid bieden. Liberaal-progressieve wereldbeelden zijn complexer en vereisen meer mentale flexibiliteit.

Ten slotte kan men de causaliteit nog omdraaien: de achtergrond van de student speelt geen rol, maar de studiestof is de schuldige en zet studenten aan om links of rechts te zijn. Het is vaak zo dat mensen pas echt politiek bewust worden op de leeftijd dat men naar de universiteit gaat. In deze kwetsbare “overgangsfase” zou het niet ondenkbaar zijn dat de studie, die dan toch een vrij grote rol in je leven speelt, ook van grote invloed is op je politieke denkbeelden. Ik grijp hier weer even terug op het begrip cognitieve dissonantie. Je studie is heel belangrijk voor je, hier succes in hebben is een centraal doel voor de meeste studenten, dus dan is het lastig als bepaalde ideeën die je koestert in strijd zijn met zo iets belangrijks. Het probleem is echter dat dit wederom het beste opgaat voor studies die als belangrijk onderwerp ‘de maatschappij’ hebben. Voor de wiskunde of Nederlandse literatuur heeft dit zo op het eerste gezicht nauwelijks relevantie.

Hoe langer men hier over nadenkt, hoe meer men verstrikt raakt in een ongrijpbaar web van mogelijkheden. Het is een beetje een (typisch sociaalwetenschappelijke) dooddoener, maar de oorzaken zijn ongetwijfeld complex en niet naar een of twee factoren te herleiden (onzekerheid!). Men voelt dat er in grote lijnen wel een zeker verband mogelijk is tussen politieke kleur en studiekeuze, maar om daar nou een vinger op te leggen is uiterst moeilijk. Het zal ergens liggen op de kruising tussen cognitief ingegeven inclinaties, sociaaleconomische achtergrond, sociale omgeving en soms puur toeval. Wat naar mijn idee zeker zo zal zijn, is dat het verband duidelijker is tussen in het algemeen ‘links’ of ‘rechts’ zijn dan tussen bepaalde politieke partijen en studiekeuze. Ook zal het verband duidelijker zijn naarmate de maatschappij een grotere rol speelt in een studie.

Het zou makkelijker zijn iets te zeggen over studiekeuze en politieke oriëntatie als er op meerdere universiteiten een onderzoek zou worden uitgevoerd zoals de ASVA aan de UvA heeft verricht. Ik kan ook nog wel een paar interessante extra variabelen bedenken, zoals: wat voor oriëntaties koesteren de docenten aan een opleiding, maakt het uit of studenten lid zijn van een vereniging, wat is hun precieze vakgebied en wat stemmen hun ouders? En denken mensen zelf dat er een verband is tussen de twee gegevens is? Maar mocht iemand in de tussentijd een goede verklaring hebben, vertel mij alstublieft waarom ik in de collegezaal nou nooit eens een lekker gesprek kan voeren over liberalisering of marktwerking!

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven