Flickr / Eva Rinaldi

Literaire festivaldrang I: identiteitsbevestiging

Een vluchtig onderzoek op het internet toont het immense aanbod van literaire festivals dit jaar: door heel Nederland worden er zo’n vijftig georganiseerd. Dit getal betreft alleen de festivals; leesclubs en traditionele voordrachtavonden niet meegeteld. Ja, dat het festival hip is – of nog liever gezegd, hipster – dat weten we onderhand wel. Maar welke behoefte weerspiegelt deze enorme populariteit onder een groep van jonge en betrokken mensen nou eigenlijk? Het antwoord doet denken aan de literaire salons van weleer.

In de zeventiende en achttiende eeuw kwamen hoogopgeleide Fransen samen in literaire salons om ideeën uit te wisselen over literatuur, kunst en filosofie. Het waren sociaal-literaire bijeenkomsten die wekelijks plaatsvonden bij een gastvrouw thuis, ontstaan uit de behoefte aan verzet van de stedelijke bourgeoisie tegen het adellijke hof. Onderlinge vriendschap was een vereiste. Stel je een rokerige ruimte voor waar goed geklede intellectuelen in leren fauteuils verhit discussiëren over het net voorgedragen werk, en de Franse delicatessen gretig aftrek vinden.

Doordat de grens tussen hoge en lage cultuur steeds meer vervaagt, raakt de discussie over de status van een roman – is dit een commercieel of autonoom kunstwerk? – gedateerd.

De literaire salons hadden kritiek op de regerende adellijke klasse en maakten zich zorgen over de sociale onrust op straat. De salons waren een plek waar democratisch en geëngageerd debat werd aangewakkerd: een plek waar opinies werden gevormd en je stem invloedrijk werd. Zo forceerden de salons de staat om de publieke opinie serieuzer te nemen, schrijft Liana Giorgi, socioloog en schrijver. De sociaal-literaire bijeenkomsten waren een belangrijke begeleider in het ontwikkelen van de publieke politieke sfeer, die op haar beurt weer meehielp aan het proces van democratisering.

Hedendaagse literaire festivals teren op en begunstigen ook een bepaald soort democratie. Doordat de grens tussen hoge en lage cultuur steeds meer vervaagt, raakt de vermoeiende en oeverloze discussie over de status van een roman – is dit een commercieel of autonoom kunstwerk? – gedateerd. Een meer pluralistisch debat komt daarvoor in de plaats: het festival heeft de mogelijkheid om discussies over stijl, taal, kwaliteit en smaak aan te sporen. De internationalisering van de literatuur, die tegelijkertijd het cultureel nationalisme bevestigt én ondermijnt, helpt eveneens mee aan deze democratisering van het literaire debat. Vertalingen zijn een goed voorbeeld van deze twee simultane bewegingen: door een Nederlands boek internationaal te vertalen wordt enerzijds het Nederlandse cultuurgoed benadrukt, terwijl het tegelijkertijd minder belangrijk wordt geacht, juist door de activiteit van het vertalen – een lezer in China zal de Nederlands cultuur in de vertaalde roman minder opvallen. Hierdoor is er meer ruimte voor interpretatie van andere bovengenoemde aspecten: stijl, kwaliteit en smaak. In andere woorden, de internationalisering van de literatuur doet de grenzen tussen hoge en lage cultuur op de achtergrond treden.

Daarnaast is door het vervagen van de grens tussen hoge en lage cultuur het festival laagdrempeliger dan ooit tevoren. Je hoeft als bezoeker niet op de hoogte te zijn van stromingen en wetenschappelijke termen, waardoor in principe Jan en alleman gewoon kan aanschuiven bij het evenement. Bij de leesclub van Adriaan van Dis – gehouden in het kader van het Das Magazin-festival in Amsterdam – zitten twintig jonge mensen rond een tafel, tien procent man, negentig procent vrouw, opvallend gezien de geheel mannelijke samenstelling van de bezoekers van de salons. (Toch werden de salons destijds vaak juist door vrouwen georganiseerd, omdat ze hier (wel) een maatschappelijke functie konden vervullen.) Tijdens het voorstelrondje wordt duidelijk dat de beroepen van de aanwezigen divers zijn: van beleidsadviseur en student antropologie tot cardioloog en eigenaar van een animatiestudio. In principe kan iedereen aanschuiven, in praktijk is de gehele opkomst hoog opgeleid. Er wordt gin-tonic gedronken en de sfeer is open en leuk.

Waar teert het literaire festival nog meer op? Een vragenrondje op Das Magazin-festival leert dat uitdaging het hoofdmotief van de festivalbezoeker is. Nieuwsgierigheid naar de schrijver achter het boek (een zekere schrijversgeilheid is niet te ontkennen) maar vooral naar een ander verhaal dan dat van jezelf.

Het literaire festival is authentiek, interactief, tastbaar, kleinschalig en er heerst een sfeer van gedrevenheid. Precies de zaken waar de (jonge) mens behoefte aan heeft in tijden van crisis waarin de samenleving maar een groot, abstract apparaat lijkt te zijn.

Het literaire festival zorgt, net als wat de salons van weleer deden, voor democratisering.

Wat doet een mens – student, academicus, schrijver of gewoon burger – als hij zich niet meer vertegenwoordigd voelt door een religie, politieke partij of omroep? Dan laat hij zijn eigen kritische stem horen, draagt zichzelf uit, zoekt naar mensen die zijn mening bevestigen. De literaire festivalganger wordt gedreven door enerzijds zijn zoektocht naar bevestiging – een groep toch hoogopgeleide mensen die zich wil onderscheiden van het ‘gewone’ volk– en anderzijds zijn oprechte zoektocht naar uitdaging en betrokkenheid. Het is als de bestellercultuur en het massaal kijken naar het NOS Journaal: we willen als collectief ergens onze identiteit aan ontlenen. Omdat je weet dat anderen ook gaan, wordt de activiteit van gaan (of van lezen en kijken in het geval van een bestseller en het nieuws) een manier van erbij willen horen. Het is gespreksmateriaal voor bij de koffieautomaat op het werk. Tegenwoordig lijken de literaire festivals niet meer alleen te bestaan voor het ontwikkelen van een individuele mening, wat juist mede het doel was van de salons, maar vervullen ze tevens de behoefte bij een onderscheidende en intellectuele subcultuur te horen.

De literaire festivals bieden een identiteitsvervulling aan een groep intellectuele, geëngageerde, nadenkende burgers. ‘Samen denken we na, samen zijn we betrokken’, maar ook: ‘samen drinken we ongedwongen wat na’. Dit aanbod voor deze specifieke groep werd lange tijd niet geboden en wordt nu enthousiast ontvangen. Het literaire festival zorgt, net als wat de salons van weleer deden, voor democratisering: de kritische stem van de bezoeker wordt gestimuleerd en de grens tussen hoge en lage cultuur vervaagt meer en meer.

Dit is deel 1 van een tweeluik. Deel 2 lees je hier

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven