Paintingzebra's / unknown

Maak het verschil en tel de 13 neushoorns... voor Afrika!

De laatste decennia zien we een enorme toename van internationaal vrijwilligerswerk: het helpen van de nooddruftige medemens in 'achtergestelde' delen van de wereld. Wat kan daar nou mis mee zijn? Behoorlijk veel meer dan je in eerste instantie zou denken.

Vrijwilligerswerk bestaat in allerlei soorten en maten. Het lijkt in alle gevallen geboren uit idealisme en de wens om aan een betere wereld te werken. In de praktijk blijken de verschillende modellen van bedrijfsvoering daar maar gedeeltelijk in te slagen.

Niet de aanwezigheid van de vrijwilliger wordt de toegevoegde waarde, maar zijn financiële bijdrage.

Er zijn twee belangrijke gebieden waar weging plaats kan vinden: de financiële huishouding van vrijwilligersorganisaties en de effectiviteit van het vrijwilligerswerk. Beide gebieden ontlopen elkaar nauwelijks in schimmige en scheutige voorbeelden.

De meest financieel verantwoorde opereert als stichting en keert slechts een magere onkostenvergoeding aan een enkele directeur-cum-regelneef uit. De rest van het geld gaat naar de projecten. Aangezien de bevlogen weldoener aan het hoofd niet op een bak geld hoeft te rekenen is hem er alles aan gelegen om  de projecten nuttig te laten zijn. Maar nut blijkt niet voor iedereen het belangrijkste. Dergelijke non-profitorganisaties worden qua grootte en reikwijdte overschaduwd door commerciële vrijwilligersbedrijven die jaarlijks soms tienduizenden vrijwilligerstoeristen de behoeftige wereld in sturen.

Maar niet alleen in aantallen is het commerciële vrijwilligerswerk dominant. Ook de vorm van vrijwilligerswerk waarbij vrijwilligers flinke sommen neertellen om volledig verzorgd op pad te gaan is gemeengoed: wanneer je “vrijwilligerswerk Afrika” intikt op Google, is pas onderaan de eerste zoekpagina een organisatie zònder winstoogmerk te vinden, en zelfs daar is de bijdrage die de vrijwilliger mag inleveren dermate hoog dat er hier en daar een aardig salaris kan worden uitgekeerd aan de managementkant van de charitasindustrie. Vrijwilligersorganisaties waar de Westerling enkel om zijn werk wordt gewaardeerd - en niet om zijn knikkers -  zijn behoorlijk zeldzaam.

Nu zou je kunnen stellen dat het betalen van een bedrag de deelnemer aan de gemiddelde markteconomie niet zou hoeven afschrikken. Want, zo luidt een vaker gehoord argument, het is toch niet erg om hier in het rijke Westen iets te betalen voor goede hulp? Toch zit er een addertje onder het gras.  Het is namelijk nog maar de vraag of het verdienmodel van vrijwilligersbedrijven hen in staat stelt effectieve hulp te leveren. Ik ben van mening dat áls er goede hulp plaatsvindt, dit ondanks en niet dankzij de commerciële grondslag is.

De betaling van de vrijwilliger introduceert namelijk een perverse prikkel: niet zijn aanwezigheid wordt de toevoegde waarde, maar in zijn financiële bijdrage schuilt zijn aantrekkingskracht. Wat hij met zijn arbeid doet en of dit een plaatselijk verwoord belang dient is in dit verdienmodel in principe irrelevant: zolang de vrijwilliger dat gevoel maar krijgt betaalt hij graag. Zo worden school of weeshuis in feite vergoed voor de aanwezigheid van de vrijwilliger. Deze kan namelijk contraproductief werken: tijd die de staff kwijt is aan het begeleiden en amuseren van de vrijwilligers kan elders beter besteed worden. Ook is de wezen- en gezondheidszorg misschien niet de beste plek om een ongetrainde jongere werkervaring op te laten doen.

Want de premisse dat het verblijf van een nauwelijks opgeleide jongere an sich een wereldverbetering tot stand brengt, is in de meeste gevallen volledig onhoudbaar. Geholpen door het wijdverbreide arrogante denkbeeld dat een Westerse middelbare schoolopleiding voldoende ammunitie oplevert om een probleem van wereldformaat op te lossen, kwijten de wereldvreemde weldoeners zich van een vagelijk verwoorde taak, niet tegengehouden door enige kennis van lokale taal, cultuur, en wensen van de mensen die in eerste instantie als hulpbehoevend zijn neergezet.

Voorbeelden van overenthousiaste confessionals in de websfeer - waarin de jongedames hun belevingen in multicolor verhalen als ware zijzelf ‘de verandering die je in de wereld wilt zien’ zijn moeiteloos te plaatsen tegenover voorbeelden waarin het nut van de vrijwilligersactiviteit slechts in het absurde gevonden kan worden.

Those are the volunteers. Today they're counting the 13 rhinos again.

Zo antwoordde een plaatselijke figuur in Swaziland op mijn vraag wie er zojuist voor ons een wildpark in waren gereden: “Those are the volunteers. Today they're counting the 13 rhinos again.” En geef vrijwilligersorganisaties eens ongelijk; op een dergelijke wijze wordt er in ieder geval door de feestende pubers geen schade  berokkend. Want met hetzelfde gemak wordt een cordon 16- tot 19-jarigen zonder enige kennis van didactiek op een school in India gedropt, terwijl de plaatselijke docenten vlug het hazenpad kiezen. In zo'n geval kun je in alle redelijkheid niet volhouden dat er op een acceptabele wijze aan de scholing van de derde wereld wordt gewerkt.

Nu kun je besluiten je naïviteit in te ruilen voor een kritische houding en op zoek gaan naar het meest verantwoorde project dat je online kunt vinden. Maar ik heb een ander voorstel: doneer voor goede hulp aan het Rode Kruis of Terre des Hommes, reis met het niet uitgegeven geld door de wereld, praat met mensen, leer je verplaatsen in anderen en kijk dan eens of je ergens een handje uit de mouwen kan steken. Waarschijnlijk heb je naderhand ook nog eens je gevoel van eigenwaarde voordeliger aangeschaft.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven