Manifest voor de Geesteswetenschappen

Een golf van reorganisaties overspoelt de geesteswetenschappen. Aan veel Nederlandse universiteiten worden opleidingen afgeschaft of samengevoegd, wordt steeds verder bezuinigd op wetenschappelijk personeel en zetten maatregelen om het studierendement te verhogen de kwaliteit van onderwijs onder druk. Ook aan de UvA moeten de geesteswetenschappen het nu ontgelden: eind vorig jaar zijn er drastische bezuinigingen aangekondigd en inmiddels worden er plannen geschreven om de gestelde financiële doelen te bereiken. Wij, studenten en medewerkers van de Faculteit der Geesteswetenschappen, vrezen voor het voortbestaan van hoogwaardig geesteswetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Verenigd in Humanities Rally strijden wij voor beleid waarin niet financiële normen, maar academische waarden de leidraad vormen. De volgende principes zouden daarom aan de basis moeten liggen van de herinrichting van onze faculteit:

Verkies specialisatie boven veralgemenisering

De geesteswetenschappen bestaan uit een grote hoeveelheid van zeer verschillende vakgebieden, met binnen elk vakgebied ook weer een grote verscheidenheid aan onderzoeksmethoden. Juist deze diversiteit komt in het geding wanneer opleidingen worden afgeschaft of samengevoegd, waarbij de ene universiteit vaak het voorbeeld van de andere universiteit volgt. Hierdoor moeten steeds dezelfde opleidingen en onderzoeksgebieden het ontgelden, waardoor uiteindelijk alle universiteiten ongeveer hetzelfde aanbieden. Ook op de UvA klinkt nu de roep om verbreding, waarbij studenten de eerste studiejaren vooral algemene kennis en academische vaardigheden onderwezen krijgen, omdat specialisatie pas in een later stadium of überhaupt niet van belang zou zijn. Maar juist vanwege de grote diversiteit in vakgebieden en onderzoeksmethoden lenen de geesteswetenschappen zich moeilijk voor dergelijk onderwijs. Het is voor zowel studenten als docenten inspirerender om studenten van begin af aan vertrouwd te maken met de expertise uit hun eigen discipline.  Met gedegen kennis van een bepaald vakgebied kan een student dan vervolgens bruggen slaan naar andere vakgebieden. Interdisciplinariteit moet in de eerste plaats een uitwisseling tussen verschillende specialismen zijn, geen synoniem voor oppervlakkigheid.

Diversiteit op de universiteit: behoud de kleine opleidingen

Juist de kleine opleidingen (de kleine talen, maar ook opleidingen als muziekwetenschap of  religiestudies), waarvan er veel alleen nog aan de UvA worden aangeboden, geven onze faculteit een duidelijk profiel. Het opheffen of samenvoegen van deze opleidingen betekent een grote verarming van het onderwijsaanbod en het verlies van een grote hoeveelheid zorgvuldig opgebouwde onderzoeksexpertise. Juist een divers aanbod van specialistische kennis (punt 1) is een voorwaarde voor inspirerend onderwijs. Het argument dat zulke opleidingen niet rendabel genoeg zijn, mag op zichzelf nooit een reden vormen om kleine opleidingen op te heffen, al helemaal niet wanneer deze opleidingen de enige in Nederland zijn. In plaats daarvan moet met de hele academische gemeenschap samengewerkt worden om een zo divers mogelijk aanbod van disciplines in Nederland te behouden.

Geef docenten en studenten de zeggenschap over hun eigen onderwijs

Vaste, van bovenaf opgelegde formats voor de inrichting van hele opleidingen (8-8-4) of afzonderlijke modules (verplichte hoeveelheid toetsmomenten, tussentijdse tentamens, uniforme herkansings-voorwaarden) stellen steeds verdere beperkingen aan de vrijheid van docenten om een onderwijsvorm te vinden die het beste bij hun specifieke lesstof past. Ook de inhoud van een vak, vooral wanneer het een verplichte module betreft, wordt steeds vaker van hogerhand opgelegd. Hierdoor hebben steeds minder docenten de mogelijkheid om onderwijs te geven over hun eigen specialismen en hebben studenten steeds minder vrijheid om zelf de onderwerpen voor hun onderzoek te kiezen. Maar juist deze (traditionele) koppeling van onderwijs en onderzoek zorgt voor geïnspireerde docenten en geïnteresseerde studenten.

Zet in op zoveel mogelijk zelfstandige onderzoekers

Steeds meer wetenschappelijk onderzoek wordt gefinancierd vanuit de zogeheten tweede en derde geldstroom, dat wil zeggen middels subsidies van de NWO, de KNAW, de EU of de private sector. Net als veel andere universiteiten gebruikt de UvA ook nog eens een aanzienlijk deel van de eerste geldstroom (het budget dat rechtstreeks afkomstig is van het Rijk) om faculteiten te belonen voor het binnenhalen van externe fondsen (zogeheten ‘matching’). Voor de geesteswetenschappen is dit bijzonder nadelig: allereerst omdat het, in een wetenschappelijk klimaat bepaald door ‘topsectorenbeleid’ en direct maatschappelijk nut, voor geesteswetenschappers doorgaans moeilijker is om externe fondsen te vinden dan voor andere disciplines. Ten tweede omdat de focus op het binnenhalen van extern onderzoeksgeld ten koste gaat van zelfstandige onderzoekers die voor veel geesteswetenschappen kenmerkend zijn. In plaats van in te zetten op grote, tijdelijke onderzoeksprojecten moeten er voor de geesteswetenschappen juist zoveel mogelijk vaste onderzoeksaanstellingen en zelfstandige promotieplaatsen gecreëerd worden.

Waarborg continuïteit: maak financieel beleid minder afhankelijk van fluctuerende cijfers

De onderwijs- en onderzoeksbudgetten van de verschillende faculteiten en opleidingen worden steeds afhankelijker gemaakt van sterk fluctuerende cijfers: studentenaantallen, ‘op tijd’ behaalde diploma’s, studiepunten en wetenschappelijke publicaties en, opnieuw, externe financiering. Deze zogeheten outputfinanciering zet de continuïteit van het onderwijsaanbod en de onderzoeksexpertise steeds verder onder druk. Voor opleidingen en faculteiten is het met een dergelijk model moeilijk om op de lange termijn beleid te ontwikkelen: studies of zelfs hele faculteiten die het ene jaar goed presteren, dreigen het jaar daarop drastisch te worden gekort – zo ook de geesteswetenschappen aan de UvA. In plaats van de interne financiering steeds verder afhankelijk te maken van rendementscijfers, zou de UvA de variabele component in haar ‘allocatiemodel’ moeten reduceren en financieel beleid in de eerste plaats moeten baseren op inhoudelijke academische keuzes.

Vermijd perverse prikkels: beoordeel op kwaliteit in plaats van op kwantiteit

Het huidige systeem van outputfinanciering bedreigt niet alleen de continuïteit, maar ook de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Opleidingen worden beloond als hun studenten zo snel mogelijk afstuderen, docenten worden beoordeeld op de hoeveelheid studiepunten die hun vakken genereren en onderzoekers worden geselecteerd op basis van het aantal publicaties dat ze schrijven en het aantal referenties die ze krijgen. Zulke kwantitatieve indicatoren zeggen niet alleen zeer weinig over de kwaliteit van de geleverde prestaties, maar hebben zelfs een negatieve invloed op deze kwaliteit: beleid wordt steeds meer gericht op het zo efficiënt mogelijk genereren van grote hoeveelheden studiepunten, diploma’s en publicaties, terwijl de kwalitatieve normen voor wetenschappelijk werk steeds verder naar beneden worden bijgesteld. Daarom zijn nieuwe beoordelings- en financieringsmodellen nodig, gericht op het stimuleren van kwaliteit in plaats van het genereren van kwantiteit.

Decentraliseer en democratiseer universitaire bestuursstructuren

Universiteiten worden steeds meer van bovenaf bestuurd: zo zag de UvA de afgelopen jaren de invoering van een nieuwe, uniforme semesterindeling (8-8-4), de invoering van het bindend studie advies (BSA) in het eerste jaar en de invoering van een nieuw besturingsmodel, waarbij de zeggenschap over de invulling van de afzonderlijke opleidingen overgedragen werd naar een hogere bestuurslaag. Steeds bestond er voor deze maatregelen weinig draagvlak onder studenten en medewerkers, maar steeds werden de adviezen van de medezeggenschap terzijde geschoven. Laat daarom de afzonderlijke afdelingen weer zoveel mogelijk zelf beslissen over onderwijs en onderzoek: zo kunnen zij adequater inspelen op de ontwikkelingen in hun vakgebied, kunnen besluiten rekenen op meer draagvlak en scheelt het bovendien een hoop overheadkosten. Daarnaast moeten medezeggenschapsorganen veranderd worden in daadwerkelijke zeggenschapsorganen.

Zoals veel van deze uitgangspunten laten zien is een duurzame oplossing voor de geesteswetenschappen niet denkbaar zonder structurele veranderingen binnen de universitaire cultuur. Omgekeerd beperken de geschetste problemen zich niet tot de geesteswetenschappen alleen. De kloof tussen beleidsmakers enerzijds en studenten en wetenschappelijk personeel anderzijds wordt steeds groter. Steeds vaker luiden academici de noodklok over het gevoerde beleid, door de overheid of aan hun eigen universiteit; steeds vaker worden deze noodkreten genegeerd. Om de genoemde problemen het hoofd te kunnen bieden, moet de academische gemeenschap als geheel in actie komen. Laat ons samen strijden op verschillende fronten en verschillende bestuurlijke niveaus. Laat ons samen vorm geven aan de toekomst van de universiteit, in Amsterdam, in Nederland en daarbuiten.

Humanities, rally! – Academies, rally!

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven