Flickr / Soket Chup

Met 130 km/u door de logica

Donderdag 1 december was er bij Pauw & Witteman aan tafel een discussie tussen VVD-kamerlid Charlie Aptroot en ambassadeur van Veilig Verkeer Nederland mr. Frank Visser, beter bekend als de Rijdende Rechter.[1] De eerste is voor de invoering van de 130 km/u-zones, waar de laatste tegen is. Goede ingrediënten voor een goede discussie zullen ze op de redactie hebben gedacht, maar deze kwam, zoals wel vaker bij de discussies aan tafel in het late nightprogramma, niet goed uit de verf. Aptroot schiet van drogredenring naar drogredenering, zonder dat de gastheren Jeroen Pauw en Paul Witteman ingrijpen. Een korte analyse:

Aptroot krijgt als eerste het woord. Zijn belangrijkste argument voor de invoering, namelijk het argument waar hij mee begint en een kwartier later mee afsluit, is er één die vaker te horen is de laatste jaren. De burger wil harder rijden; 75 tot 80% van de bevolking zegt dat 130 km/u een goed idee is. Dit is een drogredenering van, zoals ik het noem, extreem directe democratie. Het volk wil het, dus het volk mag het. Als een verwend kind dat in de supermarkt graag een pak koekjes wilt, en als het dat niet krijgt de hele winkel bij elkaar dreigt te gaan krijsen. Politici zijn hier blijkbaar gevoelig voor. Sterker nog: het lijkt de belangrijkste reden voor een wetswijziging. Het is echter aan moeder Volksvertegenwoordiging om ook af en toe te weten wat wel en niet goed is voor het volk. Bovendien blijkt uit onderzoek van Psychologie Magazine dat geen van de ondervraagde mannen denkt dat ze minder goed rijden dan de meeste andere bestuurders – een statistische onmogelijkheid die wijst op zelfoverschatting.

"De tendens is naar beneden, maar dat komt ook door de betere kwaliteit van de auto's" is een drogredenering.

Aptroot over het steeds lagere aantal verkeersdoden: "De tendens is naar beneden, maar dat komt ook door de betere kwaliteit van de auto's". Wederom een drogredenering van de VVD’er; het is weliswaar waarschijnlijk waar wat hij stelt, maar dit kan geen reden zijn om harder te gaan rijden, en al helemaal geen reden dat het veiliger is om harder te gaan rijden. Er zit ook het argument onder dat het heel veilig is in Nederland, en dus dat we een marge hebben waarin onveiliger kan, zonder dat het extreem onveilig wordt.

Op dit moment, wanneer het interessant lijkt te worden, onderbreekt Jeroen Pauw de discussie om “de stemming aan tafel” te peilen. Dit levert wel een interessant punt op, opgegooid door hoofd COC Nederland Vera Bergkamp. Zij stelt vraagtekens bij de invloed op het milieu. Aptroot komt met wéér een drogreden. Hij stelt dat het ietsje meer uitstoot zal opleveren, maar dat het binnen de Europese regels blijft. Hij zegt dat het niet slechter voor het milieu is, omdat we binnen de regels blijven.

Eén drogredenering van extreem directe democratie, één over de verslechtering van de veiligheid, en één over de verslechtering van het milieu, en Jeroen Pauw en Paul Witteman gaan hier niet op in. Heb ik de ad hominem van Aptroot dat Visser niet weet waar hij het over heeft omdat hij zelf niet rijdt nog niet eens genoemd (6:45). Deze werd overigens goed gepareerd door Visser, wat leidde tot smakelijk gelach van publiek en gastheren.

Wanneer het interessant lijkt te worden, onderbreekt Jeroen Pauw de discussie.

Het lukt Visser nog één andere maal om Aptroot op een drogredenering te betrappen. Aptroot stelt dat het veiliger wordt met de hogere maximum snelheid plus flankerende maatregelen (langere invoegstroken etc.). Visser stelt daar tegenover dat met deze flankerende maatregelen alleen, zonder verhoging maximum snelheid het nog veiliger zal worden. Aptroot moet een repliek schuldig blijven.[2]

Het zou Aptroot sieren als hij zou zeggen dat het weliswaar onveiliger wordt, en slechter voor het milieu, maar dat dit beide wel mee zou vallen, en dat het volgens hem en de VVD aanvaardbaar is ten opzichte van de economische winst die te behalen valt met de invoering. De economische winst die Veilig Verkeer Nederland waarschijnlijk weinig kan schelen, maar waar, mits er voor gestaan wordt, iets voor te zeggen valt. Maar Aptroot ontkent de verlaging van verkeersveiligheid en luchtkwaliteit met behulp van drogredenen. In zekere zin is een politicus toegestaan handig te redeneren zoals het hem uitkomt, en dus is het allicht nog erger dat de nestors van de interviewtelevisie Pauw en Witteman er niet in slagen deze drogredeneringen te benoemen.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.


[1] Jawel, de Rijdende Rechter als ambassadeur van het veilige verkeer. Het bewijs van humor bij VVN.

[2] Moet gezegd dat ook de argumentatie van Visser te wensen over laat. Zijn garantie dat mensen 150 km/u gaan rijden is daar het beste voorbeeld van. Er zit geen verwijzing bij deze ‘garantie’ en lijkt volledig gebaseerd op gevoel van Visser.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Komt nog iets bij. Het kabinet wil meer veiligheid voor de burgers, strengere- en minimumstraffen, blauw op straat(ook voor dieren), minder koffieshops etc.
    En kiest hier voor meer verkeersdoden, kortere levens van velen door de gevolgen van fijnstof.
    Dan spreken we niet over vermijdbare slachtoffers door liberalisering van het rookbeleid door de minister van tabaksindustrie.
    Overigens vind ik 150 rijden nog fijner rijden.

  • excuus, ik lees dit artikel nu pas. maar extreem directe democratie om iets in te voeren dat 80% van de mensen wil?

    mijn enige bezwaar tegen de geciteerde redenering is de macht van de meerderheid. maar directe democratie een bezwaar? dat vind ik bijzonder, ik heb mensen horen zeggen dat directe democratie lastig uit te voeren is, maar onwenselijk als zodanig? als het gezegd zou kunnen worden dat 'het volk' iets wil, lijkt het me evident dat dat uitgevoerd zou moeten worden. niet als een 'verwend kind', aangezien 'het volk' geen kind is en de politiek 'geen ouder', maar als basis van de autoriteit van besluitvorming. de volksvertegenwoordiging is geen moeder, geen ouder, maar een uitvoerende, een waarnemer, of evidenter, een vertegenwoordiger. het idee achter representatieve democratie is dat verschillende partijen verschillende stemmen uit de bevolking horen en er samen uit komen. als al die segmenten (ik zeg niet dat dat zo is, maar ) achter een bepaalde beslissing staan, zou die ook uitgevoerd moeten worden.

    ik vind niet dat politici een soort juridische verplichting hebben om altijd te doen wat het volk wil. zo is onze politiek duidelijk niet vorm gegeven. als politici niet het beleid voeren waar de vertegenwoordigen om vragen, kunnen zij verwachten daarop afgerekend worden. het gevoel dat politici niet hun kiezers vertegenwoordigen is een veelgehoord bezwaar, mijns inziens terecht, en is direct het enige bestaansrecht (praktisch en normatief) van het populisme.

    waar ik me feitelijk aan stoor is de elitaire houding die gangbaar is in het populaire discours, van zowel links als rechts. deze redenering vindt uiteindelijk zijn grond in technocratie, aristocratie of andersoortig radicaal intellectualisme. politiek gaat niet om het vinden van de objectief juiste beslissing vanuit wetenschappelijk of specialistisch kader. politiek gaat om het accomoderen van verschillende stemmen in de maatschappij. hoe dat precies gedaan moet worden is een interessante vraag, maar technocratie is een uiteindelijk bijzonder ondemocratisch antwoord daarop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven