Flickr / Chase Alias :)(:

Mijn leven is geen kunstwerk

“Hoe doe je het goed?” Ik lees de vraag voor een tweede en een derde keer. Hoe vaker ik de vraag lees, hoe meer de onbepaaldheid ervan me overvalt. Er is een onbepaalde manier waarop, ‘hoe’, een onbepaalde activiteit, ‘doen’, door een onbepaald iemand, ‘je’, gedaan kan worden. Op een goede manier, dat wel. Maar wat die goede manier precies is, blijft vooralsnog ook onbepaald.

Nu is een bepaalde vaagheid de filosofie niet vreemd. Voor sommigen is het zelfs het kenmerk van de filosofie. Deze vraag heeft echter iets extra’s: ‘hoe doe je het goed?’. Enerzijds lijkt deze vraag ontzettend vaag, abstract en onbepaald. Anderzijds is het ook een van de meest concrete, praktische vragen die je jezelf kan stellen. Deze vraag riekt aan alle kanten naar levenskunst, een praktische ethiek van het zelf. Deze praktische ethiek stelt vragen over het vormgeven van het goede leven. Een goed leven dat tot stand komt door contemplatieve vragen te stellen over wat er voor jou écht toe doet en de praktijk van het maken van goede levensbepalende keuzes. Deze levenskunst vindt haar oorsprong bij de oude Griekse filosofen in de techne tou biou, de techniek van het leven, en vindt haar heropleving in het late werk van Foucault die het heeft over de technieken van het zelf.

Michel Foucault, een Franse filosoof uit de twintigste eeuw, stelt zich in zijn bespreking van de Griekse levenskunst de vraag waarom kunst iets is geworden dat met voorwerpen te maken heeft en niet met mensen of het leven. Prachtige vragen wat mij betreft. Het is de daar op volgende denkstap die mijn argwaan wekt. Hij vraagt: ‘Maar waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken? Waarom is die lamp, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?’

Hij maakt hierin een opmerkelijke stap van ‘de kunst van leven’ naar een leven opgevat als kunstwerk. Het leven wordt een product, een ding naast een huis en een lamp. Iets dat je op je tenen kan laten vallen. Een kunstwerk. Dit heeft het opmerkelijke gevolg dat de hedendaagse levenskunst niet alleen de vraag stelt ‘hoe doe ik het goed?’ maar tegelijkertijd ook het antwoord geeft: ‘door van je leven een kunstwerk te maken.’

Waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken?

Kunstwerken zijn gekke dingen. Een kunstwerk is in zichzelf nooit kunstwerk. Ik kan een tekeningetje maken en aan de muur hangen, maar dat maakt het geen kunstwerk. De omgekeerde pisbak van Duchamp, de oranje man met een trechter in zijn strot langs de A27 en het soepblik van Warhol zijn dit wel. Er moet werk verricht worden om van een kunstwerk een kunstwerk te maken. Het soepblik van Andy Warhol heeft zichzelf niet tot kunstwerk verklaard. Een kunstwerk werkt pas in relatie tot iets of iemand buiten het kunstwerk. Het werkt pas in relatie tot de kunstenaar, de toeschouwer, de context. De kunstenaar produceert een kunstwerk, de toeschouwer interpreteert en beoordeelt het kunstwerk. Ook de context schept voorwaarden voor het kunstwerk om kunstwerk te kunnen zijn. Bijvoorbeeld door zich te vervreemden van de alledaagse omgeving of juist door zich tussen een rij andere kunstwerken te begeven krijgt het kunstwerk betekenis als kunstwerk.

Het vreemde van levenskunst is nu dat er in ‘het leven als kunstwerk’ geen onderscheid gemaakt kan worden tussen het kunstwerk, kunst en kunstenaar. Ik ben mijn leven en heb een leven. Waar de kunstenaar gewoonlijk afstand moet doen van zijn kunstwerk om het kunstwerk tot object te laten worden, kan ik nu juist geen afstand nemen van mijn leven. Leven is een activiteit van continue creatie in een continu veranderende omgeving.

Neem nu een gemiddelde relatie met je geliefde, je vrienden, je directe collega’s of desnoods je schoonmoeder. Dat is hard werken. Bovendien schreeuwen relaties als deze continu om creatieve oplossingen. Vooral omdat ze voornamelijk bestaan in keelklanken als “huh” en “hoe bedoel je?”. Ze zijn een hele kunst, maar ondanks veel leven in de brouwerij moeilijk kunstwerken te noemen.

Vitalisten als Friedrich Nietzsche, Henri Bergson en Gilles Deleuze leren ons dat leven de kunst van schepping is. Een onafgebroken dynamische schepping die tijdelijke knooppunten kent maar geen universele waarheden, waarden of ethische principes.
Vaststaande waarden worden bevraagd en waarheden brokkelen af door het stellen van verwonderde en kritische vragen. In deze zoekende verhouding ontvouwt het leven zich als een continue vernieuwing waarin zowel verschil als herhaling opgenomen zijn.

De omgekeerde pisbak van Duchamp, de oranje man met een trechter in zijn strot langs de A27 en het soepblik van Warhol zijn wel kunst.

De hedendaagse levenskunst komt met haar idee van het leven als kunstwerk in het verweer tegen wat zij postmodern relativisme noemen. Vaststaande waarden en principes zijn daarbij van het grootste belang. Je moet ergens voor gaan staan. Maar wie ergens voor gaat staan, kan niet meebewegen met de continue dynamiek en veranderlijkheid van het leven. Die kan niet erkennen dat het goede doen altijd weer anders is en steeds weer opnieuw uitgevonden moet worden. Het goede doen kent geen wetmatigheden. Telkens weer opnieuw bepalen hoe je het goed doet, daarin zit voor mij de creatieve kracht en het ethische moment van een postmoderne attitude.

Deze kracht staat niet in het teken van moreel verval maar in het teken van een zoektocht naar nieuwe wegen en andere manieren van omgang met problematieken van vandaag de dag. Een ethiek van vitale en creatieve omgang met het hedendaagse leven in nieuwe familieomstandigheden, nieuwe vormen van organisatie, technologische ontwikkelingen, en een nieuw politiek landschap. Daarin staat niet het kunstwerk, maar de deconstructieve werking van kunst centraal. Een ethiek van uitvinden in plaats van vinden.

Leven als creatie heeft geen vaststaande bepaling en kan dus nooit écht een kunstwerk als kunstwerk worden. Zodra het leven als kunstwerk af zou zijn, is het niet meer. Het leven vastleggen, tot kunstwerk maken, is haar vermoorden. Leven is onderweg zijn; uitzoeken, op je bek gaan en verder zoeken. Daarmee is het even onbepaald, open en creatief als de zin waarmee we gestart zijn.

Hoe doe je het goed? Door jezelf deze vraag te blijven stellen, andere vragen te stellen, anderen vragen te stellen. Door leven onbepaald te laten en blijvend vorm te geven in relatie tot andere kunstenaars en kunstwerken. Door je te verhouden tot toeschouwers die zullen zeggen ‘je doet het goed’ of ‘je doet het slecht’ en door je te verhouden tot veranderende contexten die voorwaarden scheppen voor de goedheid van het goede. Laten we stoppen met de poging van ons leven een kunstwerk te maken, laat ons leven werken als kunst.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • “Laat ons leven werken als kunst” Ik lees de zin voor een tweede en een derde keer. Hoe vaker ik de zin lees, hoe meer de onbepaaldheid ervan me overvalt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven