Flickr / Danielle Schouten

Misdaad zonder schuld

Het zijn de bankdirecteurs, de grote bazen, de dikke mannen die al whisky drinkend en sigaren rokend achterover leunen in fluwelen fauteuils. Het zijn de snelle jongens, de risicojagers, de op winst beluste geldhandelaren. Zakkenvullers zijn het. Profiteurs, woekeraars en geldduivels. Zij zijn omgesprongen met grote bedragen alsof het Monopolygeld was, hebben onzekere financiële producten verkocht en goud verdiend over de ruggen van onwetende burgers.

Of zijn het juist die burgers? De immer meer verlangende, hongerige consumenten, de rupsjes-nooit-genoeg. Deelnemers aan een systeem dat gebaseerd is op de illusie van oneindigheid in een realiteit van schaarste. Inwoners van het kapitalistische luchtkasteel. Misschien had Boele Staal, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, wel gelijk toen hij zei dat de fundamentele oorzaak van de financiële misère ligt bij de samenleving die altijd maar meer wil.

Als de financiële wereld een begrensde ruimte zou zijn, dan zouden de krullende letters boven haar poorten te kennen geven dat zij die daar binnentreden, alle moraliteit achter zich laten.

Nu we de hamerslagen van de crisis om ons heen neer zien komen of er zelf door geraakt worden, zijn we op zoek naar een schuldige. We willen niet gelaten de tegenspoed ondergaan, maar actief de oorzaak ervan leren kennen. Als we de bron van het onheil eenmaal hebben ontmaskerd en het kwaad een gezicht heeft gekregen, roepen we diegene ter verantwoording. Dus wie de schuldige ook is, hij moet boeten voor zijn daden. Het is een typisch menselijke reactie om gerechtigheid te eisen als we onrecht zien. We kunnen de tijd niet terugdraaien, en dus ook de gebeurtenis die het onrecht veroorzaakt heeft niet ongedaan maken. Maar we kunnen het onrecht zelf wel proberen te vereffenen door de dader aan gerechtigheid te onderwerpen. Het lijkt alsof het gedane kwaad dragelijker wordt, als iemand er boete voor doet.

Thans treedt binnen: het morele probleem. Of eigenlijk, de afwezigheid van moraliteit. Daders en gedupeerden, schuldigen en schuldeisers bestaan alleen in een wereld waar goed en kwaad het leven begeleiden zoals dag en nacht. Wat betreft de financiële gebeurtenissen, bevinden we ons echter in een moreel vacuüm. Als de financiële wereld een begrensde ruimte zou zijn, dan zouden de krullende letters boven haar poorten te kennen geven dat zij die daar binnentreden, alle moraliteit achter zich laten.

Toch is het niet zo, dat niets er meer toe doet. Iemand die de financiële bodem betreedt, zal al snel merken dat haar bewoners leven volgens één gebod: winstmaximalisatie. Het bekende morele spectrum is vervangen door een nieuw kleurenschema. De kleuren lopen er niet meer van het diepzwart van kwaad naar het maagdelijk wit van goed, maar van het schreeuwerig rood van schuld naar het optimistische blauw van winst. De effectenhandelaar die miljoenen voor zijn bedrijf weet binnen te slepen wordt gehuldigd, hij die ze verliest wordt verguisd. Men doet dus het goede door zoveel mogelijk geld binnen te halen. En hoe dat geld dan precies wordt verdiend? Dat maakt niet uit. Gewetenloosheid en trouweloosheid zijn handige eigenschappen als je de financiële top wil bereiken, want in een hyper-competitieve omgeving moet je gigantische risico’s durven nemen.

Misschien is de financiële wereld dus niet amoreel, maar zijn onze definities van goed en kwaad er niet op van toepassing. Het financiële goede is niet te vatten in termen als eerlijkheid, billijkheid of rechtvaardigheid, maar laat zich enkel definiëren als winst. Voor het goede zoals een mens dat buiten enkele financiële context zou omschrijven, is geen plek op de handelsvloer. Eerst het geld, dan de moraal? Nee, het geld is de moraal.

Zolang de bubbel van financiële oneindigheid bleef groeien, was dat geen probleem. Want zolang er geld is, doet men niet moeilijk. Maakt geld gemakzuchtig? Dan is de rechtopstaande mens na een eindeloos lange evolutie in korte tijd in elkaar gezakt tot een homo desidiosus: de luie mens. Maar nu de hypotheken en leningen ergens van betaald moeten worden en het geld ineens op is, staan we allemaal op hoge poten. Vanuit moreel perspectief lijkt de crisis iemands fout te moeten zijn, en wordt het als onrechtvaardig ervaren dat anderen daarvan de dupe zijn. Maar zoeken we naar iets of iemand die verantwoordelijkheid draagt voor de crisis, dan verkeren we in de illusoire veronderstelling dat ons ethische vocabulaire de financiële wereld kan beschrijven. ‘Schuld’ en ‘verantwoordelijkheid’ zoals we die termen ethisch definiëren, zijn niet van toepassing in deze context. Proberen we toch een schuldige aan te wijzen, dan leggen we onze morele blauwdruk op een probleem dat daardoorheen niet bezien kan worden. Het is alsof je een heel dik jongetje een heel strak pakje aan wil trekken. Dat kan gewoon niet, zonder scheuren.

Laten we onze tijd dan ook niet verdoen met holle beschuldigingen, maar besteden aan de ontwikkeling en cultivering van een ethisch geweten dat elk aspect van ons leven richting biedt.

Er bestaat een kloof tussen werkelijke moraliteit en de financiële definitie daarvan. We moeten deze definitie vervangen door werkelijke moraliteit, in plaats van ze naar elkaar te willen vertalen. Pas als gedeelde morele overtuigingen het fundament vormen van de financiële wereld, kunnen we haar daadwerkelijk bekijken vanuit moreel perspectief. Laten we onze tijd dan ook niet verdoen met holle beschuldigingen, maar besteden aan een waarachtig morele opvoeding van degenen die het grote geld beheren, en aan de ontwikkeling en cultivering van een ethisch geweten dat elk aspect van ons leven richting biedt. In plaats van dat moraliteit gehoorzaamt aan het financiële spel, zal het financiële denken  dan worden vormgegeven vanuit morele overwegingen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven