Flickr / ringo134

Mo Yan: uitbundig schrijver met een kritisch randje

Dit jaar ging er voor de tweede keer in een tijdsbestek van drie jaar een Nobelprijs naar een Chinees. In 2010 kreeg Liu Xiaobo de Nobelprijs voor de Vrede uitgereikt voor zijn langdurig pleidooi voor meer democratie en mensenrechten in China. De Chinese overheid reageerde als door een wesp gestoken en sprak er schande van. Noorse producten werden zelfs gedurende korte tijd geweerd. Hoe anders was de reactie begin oktober toen bekend werd dat de Nobelprijs voor de Literatuur 2012 naar Mo Yan ging: het werd uitbundig gevierd. De uitreiking werd breed uitgemeten in de pers en wordt gezien als een erkenning van de Chinese kunsten. Ditmaal klonk er echter vanuit de internationale hoek kritiek.

Hoezeer de Zweedse Academie die de Nobelprijs voor de Literatuur uitreikt ook probeert om de prijs los te koppelen van politieke motieven en de winnaar louter te beoordelen op zijn of haar merites, zij lijkt hierin maar zelden te slagen. Zo valt op dat ten tijde van de Koude Oorlog deze Nobelprijs vaak ging naar politiek geëngageerde schrijvers uit Rusland en het voormalig Oostblok. Ook later ging de prijs dikwijls naar auteurs die als dissidenten tegen een communistisch regime vielen te beschouwen. In dat licht bezien is de keuze van de Academie dit jaar dan ook een vreemde: Mo Yan stelt zich niet hard op tegen de overheid. Integendeel, hij is vicevoorzitter van de Chinese Schrijversbond, die van oudsher een naam heeft in het in de gaten houden en censureren van schrijvers. Ook heeft hij laatst meegewerkt aan het uitschrijven van een speech van Mao. Daarnaast woont hij nog altijd in een compound van het Bevrijdingsleger, niet ver van de Verboden Stad. Mo Yan heeft op deze punten kritiek de laatste jaren kritiek te verwerken gehad.

Mo Yan is een pseudoniem en betekent “spreek niet” in het Chinees.

De vraag rijst in hoeverre het uitmaakt of een schrijver zich al dan niet kritisch opstelt om deze prijs te mogen verdienen. De track record van de Nobelprijs voor de Literatuur ten spijt probeert de Academie duidelijk te maken dat Mo Yan de prijs uitsluitend verdiend heeft op basis van zijn schrijfkunsten: “Na een halve pagina lezen weet je zeker dat het van Mo Yan is” en “door een mix van fantasie and werkelijkheid, historische en sociale perspectieven creëert Mo Yan een wereld vergelijkbaar met die van William Faulkner en Gabriel Garcia Márquez, terwijl hij tegelijkertijd in de Chinese literatuur zijn basis kent”.

Mo Yan is een pseudoniem en betekent “spreek niet” in het Chinees. Guan Moye, zoals zijn echte naam luidt, groeide op in landelijk Shandong in de jaren vijftig tijdens de heerschappij van Mao Zedong en zijn ouders geboden hem meermaals om zich niet uit te spreken; dat was veiliger, zeker ten tijde van de Culturele Revolutie. In zijn romans en korte verhalen gebruikt hij het ruige en arme platteland van China vaak als plaats van handeling. Het komt de echtheid van zijn personages ten goede. Hij beschrijft hun ruwheden, frustraties en perikelen met een zekere afstand en vaak met een zweem van humor. Ook schroomt hij niet uitbundig te werk te gaan: de vertellers in zijn roman Leven en dood putten me uit zijn dieren. Zijn verhalen vertonen surrealistische en sprookjesachtige kenmerken. Verhaallijnen zijn van ondergeschikt belang; het zijn meer de aankleding en kadans van terugkerende motieven die ertoe doen.

Wie verder kijkt dan de opmaak en thematiek van zijn verhalen merkt dat Mo Yan wel degelijk maatschappijkritisch is, al dan niet op satirische wijze. Zijn roman Grote borsten, brede heupen is in het begin verboden geweest en niet alleen vanwege de seksuele inhoud.  Toegegeven, de dwangmatige obsessie met borsten van de hoofdpersoon viel niet in goede aarde, maar met name de sluimerende kritiek op de Chinese politiek die daarachter schuilging trof doel. Het boek is zeven jaar later stilletjes weer op de markt gebracht en is nu gewoon in China verkrijgbaar.

Wie verder kijkt dan de opmaak en thematiek van zijn verhalen merkt dat Mo Yan wel degelijk maatschappijkritisch is, al dan niet op satirische wijze.

De Academie beschrijft Mo Yans positie als volgt: “... hij is zeer kritisch over de Chinese geschiedenis en over het moderne China, maar hij is geen politiek dissident (...) hij heeft meer kritiek op het systeem, terwijl hij daar zelf deel van uitmaakt.” Mo Yan lijkt zich daar wel in te kunnen vinden. Hij kiest de weg van de genuanceerde aanpak. Zo moet een schrijver zich ook opstellen, vindt hij: “sommigen voelen de behoefte op straat luidkeels [hun kritiek] te verkondigen, maar we moeten juist diegenen tolereren die zich in hun kamers schuilhouden en literatuur gebruiken om hun mening kenbaar te maken.”

Die andere grote exponent van de Chinese kunstwereld, Ai Weiwei, denkt daar anders over. In navolging van Herta Muller, voormalig winnares van de Nobelprijs voor de Literatuur, noemde hij de verkiezing van Mo Yan een schande en een degradatie van de prijs. Het zal de goede man Mo worst wezen. Laat ze maar roepen, zal hij denken, terwijl ik hier weggestopt op de legerbasis met een krasse pen ter hand mijn verhaal doe. Niemand zal ooit nog kunnen zeggen dat het niet werkt.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven