Myrmi/Flickr

Moeder

Moeder, je ligt al twee dagen boven, kom alsjeblieft naar beneden. Ik weet nog steeds niet wat ik moet doen, het huis voelt leeg zonder jou. De takken werpen enge schaduwen in de woonkamer. Als het hard waait, lijkt het alsof ze alles overhoop willen gooien. Het spijt me dat ik niet eerder heb gekeken, moeder. Mijn besluiteloosheid heeft jou voorheen tot wanhoop gedreven.
‘Ga eens naar buiten,’ zei je.

Een wildeman die te stompzinnig is om in een grot te schuilen als het regent

Wie moet ik opzoeken, moeder? De vriendjes van vroeger zijn er niet meer, die zijn allang vertrokken en hebben elders hun leven opgebouwd. Net als vader. Je bent altijd lief voor mij geweest. Je bent de goedheid zelve, daarom ben ik thuisgebleven. Veertig jaar lang hebben wij het samen gered. Elke dag heb jij alles voor mij gedaan. Dat is mij duur komen te staan, ik weet niet hoe het is om volwassen te zijn, om zaken te regelen. Ik heb de rekeningen voor je slaapkamerdeur gelegd. De oude kranten liggen in de papierbak. Koken kan ik niet. Vandaag heb ik haring in tomatensaus uit blik gegeten. Ik voel me een restant uit vervlogen tijden, een wildeman die nooit het vuur zal ontdekken en te stompzinnig is om in een grot te schuilen als het regent. Er ligt nog een half bruin in de keukenkast, maar ik zie schimmel en durf het niet meer te eten. Morgen zal ik boodschappen doen en de lekkerste kokosmakronen voor je meenemen. Wil je dan zeggen dat je het niet erg vindt, moeder? Dat je het me vergeeft? Ik ben bang en ik slaap slecht, ik durf ook niet te bellen, ik weet niet wat ik moet vertellen aan de telefoniste. Ik heb iets op papier geschreven, zodat ik niet in de war raak. Nog nooit is een openingszin zo lastig geweest. Misschien blijf ik stil totdat de telefoniste iets zegt.

‘Een goedemiddag.’
‘Goedemiddag, mevrouw. Is dit de alarmcentrale?’
‘Zeer zeker, meneer.’
‘Gelukkig, mijn moeder ligt boven en ik weet niet wat ik moet doen.’
‘Waarom ligt je moeder boven?’
‘Ik ben haar zoon, Hessel.’
‘Hessel, waarom ligt je moeder boven?
‘Dat weet ik niet. Ze ligt daar al twee dagen. Ze heeft niet geleden.’
‘Je laat je moeder toch niet twee dagen boven liggen?’
‘Wat moet ik hierop zeggen?’
‘Waar is je vader? Zal ik de politie bellen?’
‘Nee, mijn vader is er niet. Waar moet ik dan heen? Ik kan niet tegen verandering.’

Het spijt me dat ik zo’n teleurstelling ben

Ik zal dan in paniek ophangen. Voor de zekerheid heb ik de telefoon uitgezet en de achterdeur op slot gedaan. Mijn doorgekraste aantekeningen liggen in de papierbak. De stilte is zo aangenaam. Zo kan niemand mij veroordelen. Ik stel me soms voor dat je even weg bent, maar dan word ik meteen weer verdrietig. Er is nog geen collega van je langsgekomen, wanneer merken ze dat je weg bent?
Het spijt me dat ik zo’n teleurstelling ben. Ik durf je niet op bed neer te leggen, zodat je eindelijk kan rusten. Je bent een kleine vrouw, maar de last is ondraaglijk en de stank is niet te harden. Het is niet dat jij stinkt, moeder. Ik weet niet waar de lucht vandaan komt, het slaapkamerraam staat al een tijdje open, maar de frisse wind weigert hier te waaien, ik heb een deken over je heen gelegd.
Ik hoor het geroffel van de vuilnisbakken buiten. De buren zetten hun vuilnis op straat. Wat voor soort afval ben ik? Waar zou men mij dumpen?
Voor de gelegenheid heb ik mijn zondagse pak aangetrokken en wel een uur voor de spiegel gestaan om mijn haar te fatsoeneren. Ik voel de veroordelende blikken van de mensen achter de vensters. Ze doorzien me, moeder. Ik loop langzaam naar de voordeur, sluit hem achter me en begin aan de wekelijkse wandeling. Het is wennen zonder jou aan mijn zijde. Je hebt mij geleerd hoe ik me buiten moet gedragen, zonder jouw correcties gaat het niet. Maar ik houd me staande. Ik heb met de buurman gepraat. Hij vroeg of jij weer folders voor de braderie wilt uitdelen, maar ik ben vergeten te vragen welke folders.
Ik wil dat je blijft, moeder. Ik zag dat de vriezers in de aanbieding zijn. Als je bevroren blijft kun je in betere tijden terugkomen. De wetenschap staat voor niets! Alleen snap ik niets van de maten. Waarom heeft de fabrikant het over liters? Hoeveel liter ben jij, moeder? Ik kan je niet in water veranderen en je gewicht heb ik nooit gevraagd. Zoiets hoor je niet aan een dame te vragen. Ik zal de grootste en beste vriezer bestellen, ik verlaat je niet. Het huis blijft van jou, sociale huur of niet. Ik zal mijn best doen en alles draaiende houden. Ik plak op de deur een briefje met het verzoek aan de omwonenden om ons met rust te laten.

Wat er ook gebeurt, verander niet

Je zult nooit naast vader liggen, dat beloof ik. Ik blijf voor altijd aan je zijde staan. Ik zal alles voor je doen. Alsjeblieft, moeder. Wat er ook gebeurt, verander niet.

Meer Verhalen
Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Reacties zijn gesloten.

Naar boven