Wikimedia Commons

Nederland waterland?

De Nederlandse drinkwatervoorziening is een van de beste ter wereld qua kwaliteit, kosten, techniek en onderhoud. Deze positie kan onder druk komen te staan door de nieuwe Europese concessierichtlijn. Na een eeuwenlang gevecht tegen water lijkt een gevecht aan te vangen vóór ons water.

Nieuwsuur, Harry van Bommel (SP) en Rob Wijnberg hebben hun zorgen al geuit over de gevolgen van de nieuwe Europese concessierichtlijn. Deze richtlijn is een initiatief van Michel Barnier, de Franse eurocommissaris interne markt. Een concessie is een aanbesteding, dus een tijdelijke vergunning van de overheid aan een bedrijf om, in dit geval, voor de drinkwatervoorziening te mogen zorgen. In Nederland werken bijvoorbeeld de spoorwegen al volgens een concessiesysteem (na een weer niet bepaald succesvolle winterperiode is de claim dat een dergelijke vorm van privatisering leidt tot meer betrouwbare en betaalbare dienstverlening inmiddels echt  twijfelachtig te noemen). Op grond van de nieuwe concessierichtlijn mogen alle Europese ondernemingen meedingen naar overheidsaanbestedingen in de vervoer-, energie-, post- en waterbranche.

Na een eeuwenlang gevecht tegen water lijkt een gevecht aan te vangen vóór ons water.

Hoe ongunstig privatisering van iets essentieels als water kan uitpakken is in verschillende gemeentes in Portugal en Griekenland al pijnlijk duidelijk. Deze landen moesten in ruil voor noodsteun van de Trojka (de EU, het IMF en de ECB) hun publiek beheerde drinkwatervoorzieningen in de verkoop zetten. Op de geliberaliseerde watermarkt zijn prijzen tot wel 400 procent gestegen en is de waterkwaliteit sterk verminderd. Wie niet op tijd betaalt wordt afgesloten of voor de rechter gedaagd door het waterbedrijf..Dit is overigens niet alleen in de noodlijdende zuidelijke Europese landen in crisistijd het geval. Ook in Berlijn is in 1999 met waterprivatisering geëxperimenteerd. Hier stegen de prijzen tot zulke hoogtes dat de staat een deel van de aandelen terug moest kopen.

Na deze ervaringen is een waakzame houding tegenover de concessierichtlijn op zijn plaats. De vraag is hoe realistisch het is dat het Nederlandse drinkwater door toedoen van de nieuwe concessierichtlijn geprivatiseerd wordt.

Momenteel wordt de drinkwatervoorziening geregeld in de Drinkwaterwet. Hierin worden zowel inhoudelijke als formele zaken geregeld. Inhoudelijk waarborgt de wet de kwaliteit en betrouwbaarheid van de drinkwaterlevering (bijvoorbeeld door normen voor het gehalte micro-organismen en chemische stoffen te stellen). Het afsluiten van de gebruiker is aan strenge voorwaarden gebonden. Als iemand kan aantonen dat er gezondheidsrisico's zijn (wanneer iemand bijvoorbeeld op geen andere manier aan schoon drinkwater kan komen) is het zelfs verboden.

Het belangrijkste formele voorschrift is dat de drinkwatervoorziening in overheidshanden moet zijn. Bij het opstellen van de wet vond de Tweede Kamer namelijk dat de sector beschermd moest worden tegen de grillen van marktwerking. Het betreft immers een nutstaak. Op deze manier is het drinkwater dus buiten de markt gehouden. Daar verandert de concessierichtlijn in beginsel niets aan, want die is van toepassing op die vervoer-, energie-, post- en waterbranches waar private spelers al meedoen, ofwel daar waar die markten al geprivatiseerd zijn.

Maar toch zal er iets behoorlijk veranderd zijn in het Europa van de concessierichtlijn. Grote spelers zoals de Franse multinationals Véolia en Suez, kunnen veel bieden voor de kwalitatief hoogwaardige Nederlandse waterinfrastructuur. De staatskas puilt vandaag de dag niet bepaald uit en iedere overheid die geld nodig heeft, flirt met het idee van privatisering. Hoe meer zoiets in potentie oplevert, hoe groter de verleiding.

Maar zoals we gezien hebben moet daarvoor wel de Drinkwaterwet worden omzeild. Hoe waterdicht is de bescherming van de Drinkwaterwet in het Europa van de concessierichtlijn?

De Drinkwaterwet verbiedt dat een drinkwatervoorziening in andere handen komt dan die van een 'gekwalificeerd rechtspersoon'. 'Gekwalificeerd' wordt gedefinieerd als een publieke rechtspersoon. Maar ergens anders in de wet staat dat de minister bedrijven kan aanwijzen als drinkwaterbedrijf.  Deze twee wetsbepalingen bijten elkaar in de staart. Alleen een overheidsbedrijf is gekwalificeerd, maar een gewoon bedrijf mag aangewezen worden als overheidsbedrijf. Hier lijkt een verontrustende opening te bestaan.

Het is uiteindelijk aan de rechter om de boel zo te interpreteren dat de wetsbepalingen met elkaar rijmen. De rechter moet over het algemeen conform het EU-recht interpreteren. Omdat het EU-recht de privatisering van de watermarkt straks stimuleert, is het zomaar mogelijk dat de interpretatie gunstig richting 'gewone bedrijven' als gekwalificeerde rechtspersonen uitvalt

De Drinkwaterwet biedt dus geen sluitende garantie tegen waterprivatisering. Het Europa van de concessierichtlijn wordt zo een temptation island voor de Nederlandse bestuurders. Dat zij steeds minder goed opgewassen zijn tegen deze neoliberale verleiding blijkt al uit het antwoord van minister Dijsselbloem op de Kamervragen van Harry van Bommel over de situatie in Griekenland en Portugal: "het kabinet is van mening dat de privatisering van openbare nutsbedrijven, met inbegrip van bedrijven ten aanzien van de watervoorziening, voordelen kan opleveren voor de gehele samenleving."

Nederland heeft alle nodige waterexpertise, kundigheid en efficiëntie in eigen huis.

Dat waterprivatisering de kwaliteit en toegankelijkheid van drinkwater onder druk zet is na de ontwikkelingen in Griekenland, Portugal en Duitsland glashelder. De huidige regionale Nederlandse drinkwaterbedrijven zullen in de strijd om een concessieperiode een David zijn tegenover grote multinationale waterbedrijven zoals Véolia en Suez. De gebruiker zal uiteindelijk de prijs betalen van deze concurrentiestrijd, uit zijn portemonnee of met zijn gezondheid.

Nederland heeft alle nodige waterexpertise, kundigheid en efficiëntie in eigen huis. Het vormt niet alleen een belangrijk deel van de geschiedenis, maar het ligt ook aan de basis van een goede volksgezondheid. Terwijl de Europese Unie opgericht is om de waarden en het welzijn van haar bevolking te bevorderen, wordt een van de meest essentiële basisbehoeften met de concessierichtlijn omgedoopt tot handelswaar. De Drinkwaterwet blijkt hiertegen geen waterdichte bescherming te bieden. Het is uiteindelijk afhankelijk van de onwrikbaarheid van onze bestuurders in een Europa met een nieuwe neoliberale verleiding. Als onze bestuurders niet de ogen openen voor de consequenties van regelgeving zoals de nieuwe concessierichtlijn vindt het Europese project zijn Waterloo.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven