Creative commons

Neutrale quatsch

Wie naar Duitsland verhuist, staat een grote verassing van de Duitse belastingdienst te wachten: een maandelijkse rekening voor de zogenaamde ‘Rundfunkgebühr. Vertaald in ouderwets Nederlands: kijk- en luistergeld. Dat is 18 euro per maand. Ik heb - zonder resultaat - geprobeerd kwijtschelding aan te vragen, hopend dat het ontbreken van een televisie in mijn woning een goede grond zou zijn om niet te hoeven betalen. Zolang je niet aan kunt tonen doof of blind te zijn, is er echter geen ontsnappen aan deze betalingsplicht. Wie overigens denkt commercie-vrije televisie te krijgen komt bedrogen uit. De sportuizendingen worden herhaaldelijk met reclame onderbroken en passen de commercieel beproefde Talpa-techniek toe: beginnen met de minst interessante wedstrijden om de kijkers tot het einde vast te houden.

Het klinkt democratisch – iedereen evenveel laten betalen voor een publieke dienst - maar in de Duitse vorm kan ik het geen ander land aanraden. Het leidt er toe dat zowel kijkers als programmamakers andere eisen stellen aan de publieke omroep dan in Nederland. Waar in Nederland de meeste journalistieke programma’s op de publieke omroep een duidelijk politiek profiel hebben, probeert men in Duitsland krampachtig vast te houden aan hun plaats buiten het politieke debat. Deze neutraliteit is overigens uiterlijke schijn, want de publieke omroepen hebben voor de Duitsers een duidelijk herkenbaar rechts-conservatief profiel. Dit profiel is zo vanzelfsprekend dat men het de ‘normale’ positie is gaan noemen.  De vasthoudendheid aan die zogenaamde neutraliteit leidt er toe dat grenzen zelden worden overschreden en de journalistieke programma’s daarom ernstig op de gaapspieren werken.

Op de zeldzame momenten dat iemand van de omroep over de schreef gaat komen de neutraliteitseisen duidelijk naar voren. Uit een relletje dat vorige week is ontstaan rond het praatprogramma van de presentator Markus Lanz blijkt hoe belangrijk de Duitsers deze ‘neutraliteit’ vinden. In zijn show had Lanz politica Sahra Wagenknecht van de socialistische partij Die Linke te gast. De presentator liet duidelijk merken een andere mening te hebben dan Wagenknecht en liet haar meerdere keren niet uitpraten. Volgens een grote groep Duitse kijkers ging Lanz zijn boekje hiermee ver te buiten. Naar aanleiding van dit interview is onder het motto ‘Raus mit Markuz Lanz aus meinem Rundfunkbeitrag’ een petitie gestart om de presentator Markus Lanz te ontslaan bij de Duitse televisie. Inmiddels is deze door meer dan 200.000 mensen ondertekend. Volgens de verantwoording bij de petitie is niet de rechtse stellingname van de interviewer de reden van het protest, maar dient men zich te keren tegen de ‘tendentieuze discussiecultuur’ die de Duitse publieke omroep begint te domineren. De indieners betogen dat de publieke omroep zijn neutraliteit dient te bewaren en baseren zich op het argument dat de dienst direct door de burgers wordt betaald.

Het rechts-conservatief profiel is zo vanzelfsprekend dat men het de ‘normale’ positie is gaan noemen.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Lanz zijn gesprekspartner minder vaak onderbrak dan een Kockelman, Pauw, of Jinek dat zouden doen bij iedere willekeurige gast en in de reactie toont zich goed het verschil tussen de Nederlandse en Duitse televisiecultuur. Wie herinnert zich niet de discussie over de ‘fatsoenskloof’ tussen de boegbeelden van Powned en de Vara? In Nederland heeft men inmiddels begrepen dat zelfs het woord ‘fatsoen‘ niet politiek neutraal is, maar in Duitsland gelooft men nog steeds in zoiets als het fatsoenlijke, neutrale interview. Zowel links als rechts stoort zich aan publieke televisie die partij kiest, maar uiteindelijk ademt het neutrale fatsoen op tv de politieke agenda van de CDU. ‘Normaliteit’ noemen ze dat in Duitsland; een begrip dat daar inmiddels al een halve eeuw een enorme aantrekkingskracht heeft.

De reacties op het interview van de journaliste Marietta Slomka met de SPD-leider Sigmar Gabriel op Tagesschau, illustreert het probleem van de neutraliteit op een vergelijkbare manier. Slomka vroeg Gabriel tijdens het interview herhaaldelijk of zijn partijraadpleging over het regeerakkoord wel grondwettelijk was en na een paar keer doorvragen was Gabriel zichtbaar geïrriteerd. Vrij vertaald vroeg hij de journaliste of ze even kon ophouden met zeuren (‘lassen wir den Quatsch beenden’) na haar, staatsrechtelijk gezien, toch zeer interessante vragen.

Het interview was in de daaropvolgende dagen/weken hèt gespreksonderwerp in de verschillende kranten. Opvallend genoeg moesten zowel de journaliste, die te lang doorging met kritische vragen stellen, als de politicus, die de woorden ‘Quatsch’ en ‘Blödsinn’ gebruikte, het in de toonaangevende opiniebladen ontgelden. Weinig mensen prezen de provocatieve, maar kritische vragen van de journaliste en/of de no-nonsense houding van Gabriel. Over de zeldzame amusementswaarde van het interview werd ook in alle toonaarden gezwegen. In de reacties werd vrijwel uitsluitend gewaarschuwd voor de ontaarding van het politieke vraaggesprek.

Zowel links als rechts stoort zich aan publieke televisie die partij kiest.

Beide voorbeelden laten zien waar de eis van neutraliteit toe leidt. Het zijn voorbeelden van presentatoren die door de publieke opinie worden afgestraft voor het overtreden van de norm. Deze norm is vanuit Nederlands perspectief pure Quatsch. Een fatsoensnorm zorgt er enkel voor dat politici met fluwelen handschoenen worden aangepakt door niet-kritische journalisten. Dit gaat ten koste van de politieke diepgang en de amusementswaarde van de politieke programma’s. Bovendien is een fatsoensnorm niet neutraal, zeker gezien het conservatisme van de presentatoren.

De publieke omroep is geen neutraal terrein, maar staat midden in de politieke arena.  De neutraliteitsqueeste leidt er in Duitsland enkel toe dat de 18*40 miljoen (huishoudens) per maand (plus reclameopbrengsten) vooral in grote glimmende decors wordt gestoken en er weinig spannende journalistiek op tv te zien is. Wanneer men in Nederland overweegt de publieke omroepen terug te brengen van drie naar twee kanalen, is het te hopen het niet ten koste gaat van het diverse karakter van de omroepen en in ieder geval niet leidt tot een ‘neutralere’ programmering. Als de Duitse televisie het baken van fatsoen is, geef mij dan maar publiek gefinancierde provocatietelevisie.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Ik ben het er helemaal mee eens als beweerd wordt dat politiek debat en scherpe journalistiek niet gemeden moeten worden op televisie. Televisie biedt hier juist een uitstekend podium voor.

    Echter, wat heeft de genoemde Rundfunkgebühr hiermee te maken? Het feit dat iedere burger meebetaalt aan de publieke omroep kan nooit de oorzaak zijn van een gebrek aan politieke discussie en diepgang op televisie. Het is niet het Duitse kijk- en luistergeld  dat leidt tot een collectieve drang naar wegdommelend koetjes-en-kalfjesgeleuter in talkshows. In de meeste landen op aarde is het zo dat het nationale publiek betaalt voor haar eigen nationale publieke omroep, en is het eveneens wenselijk om wél gretige discussies over actualiteiten te laten floreren.

    Neem bijvoorbeeld Nederland. Wij hebben in Nederland geen kijk- en luistergeld. Wel belasting. Wij burgers zijn het dus, net als in Duitsland, die betalen voor de NPO. En toch, ondanks al onze premies, hebben wij Nederlanders het voorrecht om van de ijzersterke interviews van Sven Kockelman en Eva Jinek te genieten. Om nog maar te zwijgen van Jeroen Pauw. Prachttelevisie. De energie spat er vanaf in vergelijking met Duitsland.

    Nee, er in Duitsland echt meer aan de hand. Er is echt meer aan de hand dan enkel een diverse, uiteenlopende Duitse bevolking die alleen in zijn geheel bediend kan worden met oppervlakkige peuterjournalistiek, omdat alleen oppervlakkige peuterjournalistiek de 'middenmoot' zou zijn die het volledige volk bedient.

  • Geef mij maar de Duitse variant, althans de voorbeelden die in de column worden aangehaald.  Zowel Gabriel en Slomka als Lanz en Wagenknecht vond ik zeer de moeite waard. De kennis en bezieling spat er van af.
    De labels oppervlakkige peuterjournalistiek en prachttelevisie zou ik dan ook precies andersom opplakken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven