Wikimedia Commons

Nivellering in de democratie

Als de recente heisa rond de zorgpremiecrisis één ding laat zien, dan is het een verwatering van de parlementaire democratie. De onrust ontstond toen de VVD achterban erachter kwam dat het met veel vrolijk gekir gepresenteerde regeerakkoord een voor hen pijnlijke maatregel bevatte. Via een inkomensafhankelijke zorgpremie zou er genivelleerd gaan worden. Na veel boze reacties, onstuimige ledenbijeenkomsten en een campagne van de Telegraaf kwamen Samsom en Rutte tot een nieuw compromis. Nu het VVD ledencongres zich zaterdag weer achter de premier heeft geschaard lijkt daarmee de kous af. De oproer was voornamelijk gericht op premier Rutte, volgens sommigen een opportunistische machtspoliticus. Nadere beschouwing leert echter dat in het licht van ons parlementair stelsel de rol van de overige VVD-parlementariërs veel problematischer was.

Rutte toonde leiderschap door voortvarend en met verve een ambitieus regeerakkoord te smeden. Hij stak zijn nek uit, niet uit machtswellust, maar vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel voor het landsbelang. Daarbij weegt het principe van compromissen sluiten minstens even zwaar als partijprincipes. Dat dit proces gepaard gaat met een zekere mate van tunnelvisie is welhaast onvermijdelijk wanneer je met zes man de problemen van een heel land wil oplossen. Dit hoeft niet erg te zijn. Waar gehakt wordt vallen spaanders. Bovendien zijn de overige Kamerleden van de VVD en PvdA gekozen om hun leiders scherp te houden. Dit lieten zij echter na, zoals straks aan de orde komt.

Eenzelfde onafhankelijkheid als Rutte liet zien zou moeten gelden voor elke parlementariër.

Ook na het ontstaan van de ophef toonde Rutte leiderschap. Hij gaf ruiterlijk toe een verkeerde politieke inschatting gemaakt te hebben, maar verdedigde op het genoemde congres vol zelfvertrouwen het uiteindelijke compromis en zelfs het verkleinen van de inkomensverschillen in het licht van bezuinigingen: “Dat begrijpt iedere liberaal, want iedere liberaal heeft een sociaal hart.'' Eenzelfde onafhankelijkheid als Rutte liet zien zou moeten gelden voor elke parlementariër. De fractieleden namen echter genoegen met een ochtend om het ingewikkelde regeerakkoord te bestuderen en hun fiat te verlenen. Van kritische controle kon zo geen sprake zijn: VVD-fractie heeft, ongetwijfeld onder druk van de snelheid van de onderhandelaars, haar onafhankelijke taak verzaakt.

Een parlementariër is geen jaknikker. Haar onafhankelijkheid is op meerdere manieren geprobeerd te waarborgen in de Nederlandse grondwet. Zo bepaalt artikel 50 van de Grondwet: “De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk.” Dit is meer dan een aanmoediging voor het parlement om beslissingen in naam van dat hele volk te nemen, in plaats van namens delen daarvan. Verder staat in artikel 67 lid 3 van de Grondwet de belangrijke bepaling dat de Leden zonder last stemmen. Ook hun hoge salaris en de omstreden wachtgeldregeling dienen ditzelfde belang. Met andere woorden, de (Grond)wetgever heeft duidelijk een democratie beoogd met parlementariërs die onafhankelijk van hun eigen achterban, partij en politiek leider durven te opereren als dat nodig is.

Onafhankelijkheid hangt echter van meer af dan van instituties en regelingen alleen. De demos/de burgers/gewoon wijzelf moeten dit vaker beseffen. In zijn beroemde rede aan de burgers van Bristol zei Edmund Burke dan ook streng: “Your representative owes you, not his industry only, but his judgment; and he betrays, instead of serving you, if he sacrifices it to your opinion.” Vrij vertaald: een parlementariër moet zijn energie steevast in dienst stellen van zijn achterban, maar mag daarbij nooit zijn eigen oordeel (en het landsbelang) verloochenen. Naast de burgers dienen de media, wiens bereik en vuurkracht sinds Burke aanzienlijk is toegenomen, eenzelfde bewustzijn te hebben. Zonder volwassen media en burgers is autonomie voor politici geen makkelijke opgave.

De Nederlandse politiek lijkt zogezegd een constitutioneel besef te missen.

Kortom, de fractieleden hadden moeten opkomen voor hun eigen verantwoordelijkheid als Tweede Kamerlid. Tunnelvisie van de onderhandelaars was te verwachten. Juist hier had de fractie moeten corrigeren. Vervolgens hadden de Kamerleden volledig achter hun besluit kunnen gaan staan en dat beter en zelfbewuster kunnen uitleggen aan de achterban.

De geschiedenis laat zien dat parlementariërs in Nederland het vaker het niet zo nauw nemen met de constitutionele bedoelingen. Dit heeft waarschijnlijk deels te maken met een gebrek aan achting voor die constitutie. In de Nederlandse politiek lijkt zogezegd een constitutioneel besef te missen. Parlementariërs lijken niet te beseffen niet dat zij hun constitutionele bestaansrecht als het ware ontlenen aan het beoordelen van regeerakkoorden, maar laten zich veeleer leiden door de politieke praktijk. In die praktijk danken zij hun Kamerlidmaatschap vooral aan hun partij en politiek leider, die van hen dus niet veel te duchten hebben.

Pas als parlementariërs weer hun eigen onafhankelijkheid claimen, komt het democratische bestel in balans. Deze onafhankelijkheid geldt zowel tegenover de regering, als tegenover de achterban. Dan zal onze democratie beter in staat zijn om noodzakelijke maar pijnlijke maatregelen te nemen, ook als die pas op de lange termijn voordeel opleveren. Dan komt er een einde aan het credo (in de woorden van de Luxemburgse premier en voorzitter van de Eurogroep Claude Juncker): "We weten wat we moeten doen, maar we weten niet hoe we herkozen moeten worden als we dat gedaan hebben".

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Nik de Boer,

    Mooi stuk en ik ben het eens met jullie pleidooi voor de onafhankelijke parlementariër. Toch denk ik dat jullie ook iets kritischer over Rutte hadden mogen zijn. Jullie prijzen zijn snelle handelen en verantwoordelijkheid en contrasteren die met de niet-onafhankelijke opstelling van de fractie. Echter, had Rutte zelf niet meer respect moeten tonen voor zijn fractie? Er rust een verantwoordelijkheid op individuele parlementariërs, maar er rust ook een verantwoordelijkheid bij een partij en haar leiding. Is er bij de samenstelling van kieslijsten bijvoorbeeld voldoende ruimte voor een kritisch geluid?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven