Flickr / intenteffect

Obamacare, Beware

"This is a big fucking deal". Met deze woorden feliciteerde de Amerikaanse vicepresident Joe Biden zijn baas bij de ondertekening van de Affordable Care Act (ACA) op 23 maart 2010. De ontlading was begrijpelijk na een slepend wetgevingsproces waarin de gemoederen hoog waren opgelopen. Na vele tegenslagen was het de regering Obama toch gelukt waar te maken wat een eeuw lang politiek onmogelijk leek: er lag een nieuwe wet die de stijgende zorgkosten zou beteugelen en de toegang tot zorg drastisch kon verhogen. Essentieel onderdeel is ‘the mandate’, een verzekeringsplicht die vanaf 2014 voor de meeste Amerikanen zou gelden. Die verzekeringsplicht ligt nu onder vuur in de rechtbanken.

Op die 23 maart 2010, de dag waarop president Obama de historische wet ondertekende, beloofden de Republikeinen in Washington D.C. alles in het werk te zullen stellen om de wet te herroepen. Dat is niet gelukt, een poging strandde onlangs in de Senaat (47-51 stemmen). Maar tegelijkertijd spanden 27 staten en talloze organisaties rechtszaken aan om de ACA ongrondwettelijk te verklaren. Vijf federale rechters hebben inmiddels uitspraak gedaan. De stand is 3-2: drie (door Bill Clinton benoemde) rechters bevestigden de geldigheid van the mandate, twee (door Republikeinse presidenten aangestelde rechters) haalden er een streep door. Eén rechter, Judge Vinson (Pensacola FL District Court), verklaarde bovendien hele wet ongeldig. Na veel onduidelijkheid hield Judge Vinson begin deze maand zijn eigen uitspraak aan hangende hoger beroep van de regering bij het ‘Court of Appeals for the 11th Circuit’. Daarmee werden de gouverneurs van o.a. Alaska en Florida teruggefloten, die met veel poeha hadden laten weten de uitvoering van ‘Obama care’ per direct te stoppen.

Deze gang van zaken doet voor de Nederlandse jurist op een aantal punten vreemd aan. Hoe kan het dat een wet die na debat en overweging door het Huis, de Senaat en de President is goedgekeurd vervolgens door enkele rechters ongeldig wordt verklaard?

De Amerikaanse grondwet (1787) bevat een streng systeem van checks and balances, maar kent naast deze horizontale ook een expliciet verticale, federale machtenscheiding. De federale overheid beschikt slechts over een beperkt aantal bevoegdheden, specifiek opgesomd in de grondwet. Voorbeelden zijn de bevoegdheid belasting te heffen en een leger te onderhouden. Alle andere macht ligt bij de staten en het volk. De Founding Fathers lieten de deur echter op een kier: verschillende grondwetsbepalingen bieden ruimte voor flexibele interpretatie door de rechter. Zo heeft het federale Congres door de Commerce Clause (Art. I – Sectie 8 ) volgens staande rechtspraak de exclusieve bevoegdheid om ‘activiteiten’ te reguleren die ‘een substantieel effect’ hebben op de handel tussen de federale staten. En bij het uitvoeren van een bevoegdheid is het Congres vrij om alles te doen wat daarvoor ‘noodzakelijk en geoorloofd’ is, zo schrijft de Necessary and Proper Clause voor.

Om de interpretatie van deze begrippen draait het nu. Zo oordeelde Judge Vinson dat onverzekerd rondlopen geen ‘activiteit’ is en dus niet onder de Commerce Clause door het Congres gereguleerd mag worden. Dit argument werd als ‘pure semantiek’ van tafel geveegd door Judge Kessler (D.C. District Court). Volgens haar maakt de burger een bewuste keus die gevolgen heeft voor andere burgers: voor elke onverzekerde vallen de premies van verzekerden hoger uit. Volgens haar heeft dit ‘cost-shifting effect’ een substantieel effect op de handel tussen staten en krijgt het Congres daardoor wetgevende bevoegdheid. Volgens Judge Vinson echter, zou het Congres in deze gedachtengang dan ook de regelmatige consumptie van broccoli mogen verplichten.

Ondanks de ijzersterke precedentwerking in het Amerikaanse rechtssysteem blijken federale rechters in verschillende delen van het land tot verschillende uitkomsten te komen. Het federale rechtssysteem is geografisch onderverdeeld in Circuits (bestaande uit enkele staten) en Districts (bestaande uit een deel van een staat of grote stad). Elk Circuit heeft één hof van beroep. Uitspraken van districtsrechtbanken zijn alleen voor de partijen in het conflict bindend. Uitspraken van een hof van beroep scheppen een bindend precedent voor alle rechtbanken bínnen het betreffende Circuit. Zo kan het voorkomen dat burgers in Florida (11th Circuit) een andere federale rechtspositie hebben dan hun landgenoten in Alaska (9th Circuit). Dit verschijnsel wordt als een belangrijke eigenschap van het Amerikaanse federale rechtssysteem beschouwd. Het Hooggerechtshof, dat de rechtseenheid kan herstellen, is zo namelijk in de gelegenheid de culturele verschillen, theoretische achtergrond én praktische uitwerking van verschillende rechtelijke interpretaties te vergelijken.

In dit geval zijn de zaken aangehouden hangende beroep in drie verschillende Circuits. Voorlopig houdt de ACA dus stand. Ongetwijfeld zal de kwestie uiteindelijk bij het Hooggerechtshof terecht komen. Het Hof kan echter zonder opgaaf van redenen de zaak weigeren aan te nemen (voor aanname moeten vier van de negen rechters voor stemmen). In het verleden heeft het Hooggerechtshof soms geprobeerd verhitte kwesties te laten afkoelen alvorens ze te behandelen. Welke kant de eventuele uitspraak op zal gaan is onzeker gezien de (vernieuwde) politieke samenstelling van het hof. Vijf van de negen rechters zijn door een Republikeinse president benoemd. Hoe dan ook is een finaal oordeel niet binnen een jaar te verwachten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven