Flickr / wildwise studio

Ode aan de outcast

Reis naar het einde van de nachtLouis-Ferndinand Céline1932
Been Down So Long It Looks Like Up to Me Richard Fariña1966
Made in U$AJan Cremer1969

In de maatschappij weegt niet iedere stem even zwaar. De outcast, die in een maatschappij leeft zonder zich naar de standaarden te voegen, wordt in het publieke debat doorgaans minder serieus genomen dan iemand die wel aan de eisen van de maatschappij voldoet. Het woord outcast, ontleend aan het Indiase kastensysteem, duidt een individu aan dat buiten de groep valt die de dienst uitmaakt, de groep met het recht op spreken. Deze afwijkende persoon heeft geen plaats tussen de meerderheid en wordt soms zelfs consequent geweerd. Het marginaliseren of monddood maken van mensen met een afwijkende levenswijze is op veel momenten in de geschiedenis van de westerse democratie aan de orde. Niet alleen was de sociale status van vagebond, werkeloos en/of dakloos zijn in Europese landen voor een groot deel van de geschiedenis strafbaar. Zulke exclusie toont zich breder bezien ook in constructies als het censuskiesrecht en de verplichting ingeschreven te staan op een vaste verblijfplaats.

Schrijvers en literaire personages zijn juist bij uitstek buitenstaanders. De literaire traditie kent talloze outsiders, met Raskolnikov en Meursault als klassieke voorbeelden, die zich in de marges van hun samenleving bevinden. Via zo’n personage verkent de lezer vaak een vreemde klasse of psychologie. Maar het effect van de outsider kan ook groter zijn. In verschillende (semi-)autobiografische teksten van en over buitenstaanders weerklinkt een unieke kritische stem. Deze literatuur vertolkt scherpe observaties vanuit de marge, harde maatschappijkritiek vanuit onverwachte hoeken.

De monddode outsider weerklinkt in de literatuur juist als kritische stem

Een ander prototype kritische outcast is Ferdinand Bardamu, hoofdpersoon uit Reis naar het einde van de nacht van Louis-Ferdinand Céline. Het boek is een schelmenroman, een verhaal over een ongebonden zwerver die zich tegen wil en dank in allerlei avonturen en problemen stort. Bardamu begeeft zich uit wanhoop en door gebrek aan alternatieven op allerlei (oorlogs)fronten in de vroege twintigste eeuw en doet van die ervaringen tierend verslag. Apathisch door zijn uitzichtloze bestaan als sloeber meldt hij zich aan bij het Franse leger en maakt zo de misdaden en bloedbaden van de Eerste Wereldoorlog mee. Als die voorbij is, emigreert hij naar Chicago om bij autofabrikant Ford te gaan werken. Wanneer hij ontslagen en als buitenlander uitgekotst wordt, begeeft hij zich naar een Franse kolonie in Afrika. Een treurige en pijnlijke reis voert Bardamu dus langs ontwikkelingen die verschillende sociale bevolkingslagen ondergaan in verschillenden landen.

Bardamu constateert overal de uitbuiting van de onderklasse, algemene menselijke gruwelijkheid en opportunisme. Het personage begint in armoede en wordt de wereld over gedreven door het verlangen aan zijn sociale misère te ontkomen. Iedere keer is er het op macht beluste systeem, gecontroleerd door de opportunistische meerderheid, dat hem dwarsboomt. Hij ziet een zinloze oorlog waarin vooral de zwakkeren ingezet en vernietigd worden, hij ziet een nieuw industrieel kapitalisme opkomen waarin het subject tot een onbeduidend radertje van een machine is gereduceerd en uitgeput wordt, hij ervaart het arrogante kolonialisme in al zijn ontgoochelende zinloosheid. Bardamu sleurt zich hardop kankerend overal doorheen.

Céline fileert dus, aan de hand van een volstrekte buitenstaander, kwalijke sociale ontwikkelingen aan de hand van scheldtirades, zwarte humor en de angstige psychologie van de vagebond. De Reis is het verslag van de outsider door wie algemene concepties van de geschiedenis aan de tand worden gevoeld. Bardamu ontmaskert vanuit de frontlinie elke vorm van heldhaftigheid rondom de eerste wereldoorlog, hij toont de verderfelijkheid van het kolonialisme vanuit Afrika zelf en constateert de uitbuiting vanuit de fabriek. Hij formuleert perspectieven die voor de lezer in de realiteit misschien onbereikbaar, maar voor de buitenstaander in diezelfde realiteit wel degelijk voelbaar waren.

Bardamu sleurt zich hardop kankerend overal doorheen

Dat ook schrijvers outcasts kunnen zijn, bewijst Richard Fariña. Fariña was een drifter pur sang; hij zat een tijd in het leger, studeerde zonder diploma te behalen een paar jaar aan Cornell waar hij joints rookte met Thomas Pynchon, colleges van Nabokov volgde en een massaal protest organiseerde. In New York werd hij al musicerende goede vrienden met Bob Dylan, toerde hij vervolgens als singer-songwriter over de hele wereld, en schreef ondertussen een roman. Op de tweede dag van de publiciteitstoer eindigde zijn turbulente leven met een motorongeluk. De enige roman die hij naliet, Been Down So Long It Seems Like Up To Me, blijft nog altijd relevant als een treffend voorbeeld van historische maatschappijkritiek van een outsider.

Gnossos Papadopoulis, de losjes op Fariña gebaseerde held van het verhaal, baant zich als een wilde personificatie van de jaren zestig door het conservatieve Amerikaanse universiteitsleven. De blowende en feestende Gnossos zet het naar Cornell gemodelleerde ‘Mentor College’ op zijn kop: hij dwarsboomt de conservatieve rector en docenten, pest de saaie studentenverenigingen en gaat dwars tegen de rigide seksuele moraal in. Wanneer hij erachter komt dat er voor studentes een avondklok is, jut hij zijn medestudenten op om de ouderwetse gebruiken omver te werpen. Hij krijgt massaal studenten op de been die de conservatieve Christelijke moraal verwerpen en een opmars naar vrije seksualiteit willen maken.

Been Down is een hilarische in slang geschreven Odyssee, die eindigt met een massaal protest waarbij de ouderwetse universiteit door ruimdenkende jongeren overgenomen wordt, Fariña zingt lof op de vrijheid en het ontembare. De drifter ziet de overweldigende verschillen in de wereld en komt vervolgens aan in een bekrompen stuk geschiedenis. De studenten weten niet dat er andere mogelijkheden zijn, het is aan de outsider om die aan het licht te brengen. Fariña voert de outcast op als een gids: door zijn ervaring en ongebonden houding weet outcast Gnossos hoe het ideaal eruit ziet en schuwt hij de tentoonspreiding ervan niet. Hij schudt mensen wakker en stuurt ze aan in hun verzet.

Fariña voert de outsider op als gids die mensen wakker schudt

De bekendste jaren zestig-outcast van het Nederlandse taalgebied is Jan Cremer. Als schilder, schrijver en sociaal fenomeen kenmerken narcisme en vulgariteit hem: bij Cremer denken mensen eerder aan egodocumenten gevuld met seksualiteit en platheid dan aan maatschappijkritiek. Toch kent het werk van Cremer ook deze laatste kant. Zijn debuutroman Ik, Jan Cremer bevat weliswaar voornamelijk geweld en grollen, maar ook een bijna visionair hoofdstuk over de ontwikkelingen van de vroege bio-industrie, die hij in al zijn weerzinwekkendheid beschrijft.

De schaarse maar rake maatschappijkritiek die Cremer in zijn debuut verwerkt, komt in later werk duidelijker naar voren. In het markante Made in U$A begeeft hoofdpersonage Jan Cremer zich in Amerika, waar hij als jonge kunstenaar achter de Amerikaanse droom aan jaagt. Zijn reis leidt echter eerder tot een ontmaskering van de droom.

Persiflages van sensationele Amerikaanse berichtgeving, meer dan dertig pagina’s bestaande uit foto’s van ontblote borsten en een bespottelijke vormgeving die al het problematische en kitscherige van het Amerikaanse kapitalisme verbeeldt: Made in U$A doet niet onder voor een belichaming van de Amerikaanse massacultuur. Vervuiling en wegwerping, afstomping en de verkoop van seks, racisme en geweld en het fetisjheren van geld en bezit: niets lijkt de schrijver te ontgaan. De outcast observeert hier nauwkeurig, wijst alle beurse plekken aan en formuleert op ironische wijze al zijn kritiek in de vorm die het bekritiseerde systeem handhaaft. Jan Cremer produceert een boek dat als object het absurde van Amerikaans massakapitalisme vertegenwoordigt, terwijl de telegramstijl, afgewisseld met sensationele nieuwsfragmenten en reclames, verwijst naar de opkomende massamedia. Door zijn ongebondenheid kan Cremer zich in de onbekende Amerikaanse maatschappij werpen, is hij in staat om met een andere blik te analyseren. De outcast brengt hiervan verslag uit: de lezer krijgt inzicht in een wereld die ver van hem af lijkt te staan, maar met rasse schreden blijkt te naderen.

Zijn ongebondenheid maakt dat Cremer Amerika met een andere blik kan analyseren

Door Célines, Fariña’s en Cremers tekst bewegen zich outcasts die afkomstig zijn uit de marge van de westerse samenleving en juist die marge benutten om kritisch naar de grote verhalen of dominante mores te kunnen kijken. Hun boeken zijn aanklachten, verslagen vanuit de wildernis die de lezer vanuit zijn eigen positie er middenin niet als zodanig herkent. ‘I like songs about drifters/books about the same/They both seem to make me feel a little less insane,’ luidt een zin uit de tekst van het nummer ‘The World At Large’ van Modest Mouse, en zou het algemene sentiment van een lezer ten opzichte van het verslag van de outcast moeten weerspiegelen. Juist de buitenstaanders laten treffend zien waar het in de maatschappij schuurt, zij ervaren de ruwe kanten van een systeem directer, wat hen in staat stelt problemen die elke burger aangaan actief onder de aandacht te brengen. Deze literatuur is niet alleen apart of vreemd, zij heeft bovenal een politiek belang. De literaire vagebond ontmaskert en analyseert, richt zijn spottende blik op alles dat vanzelfsprekend lijkt en doet er op verrassende wijze verslag van. Het literaire perspectief van de buitenstaander is essentieel om kritisch te kunnen reflecteren op alle lagen van een maatschappij en om een vruchtbare discussie – die zonder tegenstem immers niet kan bestaan – mogelijk te maken. De stem van de outcast klinkt vanuit de marge en vibreert langs de randen van het publieke debat. Het is aan de lezer om die stem binnen te laten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • janet poldermn,

    Zeer afwijkende levenswijze wijs administratie af.
    Wil mens blijven en een administratiewijze over een mens is nu eenmaal geen mens. Voorbeeld:
    U bent een mens en u heeft een naam, bent u een naam ?
    Nee
    U bent een mens en u heeft een beroep, bent u een beroep ?
    Nee
    U bent een mens en u heeft een nationaliteit, bent u een nationaliteit ?
    Nee
    U bent een mens en u heeft een geloofsovertuiging, bent u een geloofsovertuiging ?
    Nee
    Ik ben dus niet Janet Polderman, geen hulpverleenster, geen Nederlandse en geen Christen.
    Tegen identificatieplicht kan immers alleen aantonen dat ik een mens ben, en daar wordt geen genoegen mee genomen.
    Mens betekent -men is- oftewel -het denkend wezen bestaat-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven