Flickr / Taku

Ode aan het vreemde

NEXUS 73

Dit is de winnende bijdrage van de essay-wedstrijd die deFusie samen met Nexus Connect uitschreef over 'vluchtelingen, ballingen en emigrés'. De papieren versie verscheen deze maand in NEXUS, nummer 73: 'Maar er was geen plaats in de herberg'.

Siamo rifugiati, non terroristi.’ Mijn Italiaans is niet goed genoeg om de strekking van deze vier eenvoudige woorden te begrijpen. Gelukkig komt er een jongeman mijn kant op gelopen. ‘Wat staat daar?’ vraag ik hem. Hij kijkt over zijn schouder, alsof het niet vanzelfsprekend is dat ik doel op het immense spandoek dat de gevel bedekt van het oude postkantoor waar hij zojuist uit is komen lopen. Zodra hij begrijpt wat ik bedoel kijkt hij me lachend aan: ‘Wij zijn vluchtelingen, geen terroristen’.

Zijn naam ben ik -- als ik eerlijk ben -- vergeten. Als ik het mij goed herinner begon het met een ‘N’, dus laat ik hem N. noemen. N. komt uit Eritrea; nu bewoont hij samen met andere vluchtelingen een leegstaand kantoorgebouw in Rome. Zulke ‘bezettingen’ zijn vandaag de dag niet zeldzaam in de buitenwijken van de stad; in het centrum van de Eeuwige Stad zult u N. echter niet zien. Althans, u zult op straat misschien wel langs hem lopen en uw ogen zullen zijn aanwezigheid onbewust registreren, maar echt zien zult u hem niet; voor u zal N. altijd onopgemerkt blijven. Daar is een reden voor.

Rome is voor N. een wereld vol wanhoop en chaos

De tweeëndertigjarige N. stelt voor samen een espresso te drinken. Hij vertelt over zijn verleden; zijn keuze om Eritrea te ontvluchten vanwege de oorlog met Ethiopië, hoe hij via Libië op Sicilië kwam, daar werd opgepakt en werd overgebracht naar het vasteland. Omdat hij toen zijn vingerafdrukken heeft moeten afgeven, is hij voorgoed aan deze plek gebonden geraakt. Hoe graag hij het ook zou willen, hier weggaan kan hij niet. Dat beangstigt hem. Het Rome dat hij kent is niet het icoon van de beschaving dat toeristen zien wanneer zij de hoogtepunten van de stad bezoeken, maar een wereld vol wanhoop en chaos die onder een vernislaagje schuilt. Het waarnemen van die wereld vergt een andere manier van kijken. Toen N. dit eenmaal inzag, ging het hem beter af. Hij leerde dat hij niet moest proberen de mensen het ware gezicht van de stad te tonen. Integendeel, om te overleven moest hij het beeld dat mensen van de stad hebben juist in stand houden.

N. werkt daarom als kok in een restaurant genaamd Antica Trattoria Al Gallinaccio, gelegen nabij de Trevifontein, een van de bekendere toeristische trekpleisters. Het restaurant speelt in op de wensen en verwachtingen van de toerist door zich voor te doen als een authentieke Italiaanse eetgelegenheid. N. heeft zich de traditionele maaltijden daarom snel eigen moeten maken. Liever zou hij recepten uit zijn eigen land bereiden, maar dat is onmogelijk; daar is in Rome geen vraag naar. Antica Trattoria Al Gallinaccio krijgt goede recensies; dat maak ik op uit de reacties van bezoekers op de website van TripAdvisor. Velen van hen prijzen de ‘Authentic taste of Italy’. Ene Fabio L. schrijft bijvoorbeeld: ‘you can enjoy the original Italian and Roman taste and not a fake one as sometimes you may expect dining in a touristic surround.’ Toeristisch staat hierbij gelijk aan onecht, niet authentiek. Hoeveel bezoekers zullen hebben geweten dat het een immigrant uit Eritrea was die hun ‘Italiaanse’ maaltijd heeft verzorgd? Dat het authentieke beeld van Rome eigenlijk in handen ligt van een vluchteling die uit noodzaak in een lokaal restaurant is komen te werken? Liever geloven de toeristen in het oude, authentieke Rome, maar dat bestaat allang niet meer. De stad heeft zich allang aangepast aan de omstandigheden van de hedendaagse wereld. De Europeaanse toeristen lopen achter. De oude wereld waar ze zich krampachtig aan vastklampen is niets meer dan een waanbeeld van een verloren tijd; een anachronisme.

Vluchtelingen dreigen het toeristische beeld van Rome in duigen te doen vallen

Daar waar N. zich vooral beweegt achter de schermen van de illusie van Rome -- als bakermat van de Europese beschaving -- om haar zodoende in stand te houden, is er nog een andere groep Afrikaanse vluchtelingen die een alternatieve strategie toepast. Deze groep kiest er niet voor buiten beeld te blijven. Integendeel, deze -- voornamelijk Ethiopische -- vluchtelingen dringen zich juist op aan de westerse toeristen en dreigen het beeld dat zij van de stad hebben daarmee in duigen te laten vallen. Wie onlangs in Rome is geweest zal het ongetwijfeld zelf hebben ondervonden. In de toeristische gebieden van de stad wordt men constant aangesproken door Afrikaanse mannen die contact proberen te leggen met toeristen door te veronderstellen dat ze deze nog kennen uit Afrika. ‘You from Africa?’ vragen ze, om vervolgens opgetogen met de toerist mee te lopen en hem de hand te schudden. Zelf vragen ze hierbij nadrukkelijk niet om geld; in plaats daarvan drukken ze de toerist juist gratis prulletjes in de hand. Ze blijven net zolang aan de toerist hangen en hem gratis armbandjes en olifantjes toestoppen, totdat de ongemakkelijkheid voor de toerist ondraaglijk wordt en deze besluit hun geld te geven om vooral uit zijn buurt te blijven.

Hun methoden mogen misschien lijnrecht tegenover elkaar staan, toch handelen zowel N. als de Ethiopische vluchtelingen vanuit dezelfde gedachte: de Europeaan doet niets liever dan blijven geloven in het comfortabele wereldbeeld dat hij door de jaren heen voor zichzelf heeft opgebouwd. N. verdient zijn geld door de tradities van de oude, authentieke Europese wereld in stand te houden, terwijl de Ethiopiërs op hun beurt geld krijgen door dit beeld aan te vallen. De Europeanen betalen liever om de ‘bedelaars’ weg te houden, dan dat ze worden geconfronteerd met een andere werkelijkheid: dat de wereld waarin ze geloven allang niet meer bestaat.

Dit onvermogen van de Europeaan om zich aan te passen aan een veranderende wereld is een kwalijke zaak. En dat dit uitgerekend in Rome zo pijnlijk voelbaar is, is wellicht nog veel kwalijker. Rome, de Eeuwige Stad, was ooit het voorbeeld van aanpassingsvermogen en flexibiliteit. Zo typeerde Goethe de stad eens als een palimpsest, een blad dat door de tijd heen steeds op een nieuwe manier beschreven werd. Wie vandaag de dag door de stad loopt ziet van dat aanpassingsvermogen van toen nog steeds de gevolgen. Verlaat men de Via del Corso om westwaarts richting de Tiber te dwalen, dan raakt men verstrikt in het temporele doolhof dat verschillende, opeenvolgende Romeinse generaties hebben achtergelaten. Iedere tijd heeft geprobeerd zijn eigen stempel op het straatbeeld van Rome te drukken. Oude gebouwen werden daarbij weggevaagd, soms veranderde enkel hun functie, op andere momenten werden hun stenen gebruikt om nieuwe dingen te bouwen, nieuwe vormen te creëren.

Europa was ooit flexibel

De geschiedenis van de menselijke, of in ieder geval de Europese beschaving is -- net als de geschiedenis van Rome -- een verhaal over inspanningen en bouwwerken die voortdurend aan verandering onderhevig waren en aangepast werden aan de nieuwe stromen van het leven. Het is een verhaal van oude muren die overstegen werden, die omgebouwd werden tot nieuwe vormen. De grootste kracht van de Europese beschaving is nooit haar vermogen geweest om een eenduidig karakter aan de wereld op te dringen. In plaats daarvan bleek zij steeds weer in staat de tegenstrijdige elementen waarmee zij werd geconfronteerd naast elkaar te laten bestaan. Zij was flexibel, niet bang zich aan te passen aan de eisen die de tijd haar stelde.

Tegenwoordig ligt dit anders. Er is geen ruimte meer voor nieuwe dingen. Net zoals Rome vandaag de dag niets meer is dan de schaduw van zijn eigen verleden, zo is ook de beschaving van Europa inmiddels gekristalliseerd: het vertrouwde wordt gekoesterd, of zelfs vereerd, en er wordt alles aan gedaan om de bestaande tradities te kunnen behouden.

Verschillende culturen vloeien niet langer geleidelijk in elkaar over; zij worden in plaats daarvan strikt gescheiden gehouden. Sterker nog, steeds meer Europeanen lijken te geloven dat het idee van de Europese ‘beschaving’ enkel werkelijkheid kan worden in zoverre alles en iedereen aan de door hen gewenste omstandigheden gehoorzaamt. Voor het naast elkaar bestaan van meerdere culturele groeperingen die ieder op hun eigen manier uiting willen geven aan hun idee van cultuur is daarin geen ruimte.

Wij Europeanen moeten veel geld neertellen voor onze beschavingswaan

In de praktijk komt dit erop neer dat wij als Europeanen veel geld moeten neertellen om in deze beschavingswaan te kunnen blijven leven. Zo betaalt de Europese Unie honderden miljoenen euro’s aan Afrikaanse landen om de vluchtelingenstromen tegen te houden. Onder het mom van een ‘ontwikkelingsbijdrage om de wortels van de migratie aan te pakken’ beloont de EU dictators en dubieuze regimes die voor vele vluchtelingen juist de reden zijn om Afrika te verlaten. Het regime in Soedan bijvoorbeeld -- waarvan de politiek leider door het Internationaal Strafhof wordt vervolgd voor misdaden tegen de menselijkheid -- krijgt geld en materieel om mensen tegen te houden die de dictatuur willen ontvluchten.

Wat in Rome in het klein gebeurt, gebeurt in Europa dus op grote schaal, want de EU begaat dezelfde fout als de toerist die de Ethiopiër geld geeft om bij hem vandaan te blijven. Net zoals de Ethiopiër in Rome weet dat hij geld ontvangt door het beeld dat de toerist van zijn bestemming heeft in gevaar te brengen, zo weten de dictaturen ook dat het voor hen financieel gunstig is de onrust in hun eigen land in stand te houden om zodoende het beeld dat Europa van zichzelf heeft te kunnen doen wankelen. Europa blijkt dan bereid groot geld te betalen om de ongemakkelijkheid af te kopen. Dat het daarmee grove schendingen van de mensenrechten in de hand speelt, lijkt niet te deren.

Europa is bezig de architect te worden van de eigen achteruitgang

Europa wordt zodoende de architect van zijn eigen achteruitgang. Gedreven door een verlangen om een homogene, ‘beschaafde’ omgeving voor zichzelf te creëren -- een omgeving waarin geen ruimte is voor de Fremdkörper die wijzen op een werkelijkheid die niet in het Europese zelfbeeld past -- speelt het de onbeschaafdheid in de hand. Dit terwijl de toe-eigening van dat wat als vreemd wordt gezien juist het belangrijkste kenmerk is waarmee de Europese cultuur zich van andere culturen onderscheidt, zo stelt de Franse filosoof en historicus Rémi Brague in zijn Europa, de Romeinse weg. Het typisch Romeinse element van de Europese cultuur waar Brague op doelt, toont zich in haar bereidheid om elementen van andere culturen over te nemen en zich zodoende niet in zichzelf op te sluiten.

Die bereidheid is aan het afnemen, waardoor het vreemde zijn plaats in de Europese cultuur aan het verliezen is. Dat wil zeggen, het wordt buiten die cultuur geplaatst in plaats van erin te worden opgenomen. Men is vooral op zoek naar de bevestiging van het bekende. Dat zien we bij de toeristen in Rome die de waarde van de stad in zijn verleden plaatsen en daardoor het heden over het hoofd zien, maar net zo goed in Europa als geheel, waar de mensen zich beroepen op de normen en waarden ‘waar onze voorouders zo hard voor hebben gevochten’ om het onbeschaafde handelen van nu goed te praten. ‘Ik ken geen cultuur zo vrij als de onze. Dat wil ik graag zo houden’, is daarbij een vaak gehoorde uitspraak. Zij is echter gebaseerd op een vertekend beeld van de Europese cultuur; het schildert haar als een stilstaand idee dat vaststaat in de tijd, terwijl juist haar beweging en aanpassingsvermogen haar maakten tot wat zij is, was of kan zijn. Koppig vastklampen aan het bekende beeld dat we van onszelf hebben zal er niet toe bijdragen dit beeld in stand te houden. Integendeel, door ons af te sluiten van de wereld die zich buiten dit beeld ontvouwt, vervreemden wij ons juist van onze Europese identiteit. Enkel door het vreemde te accepteren en het een plaats te geven, zal Europa nog Europees blijven.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Kees Wedman,

    Dag Jildert, ik begrijp je verhaal maar de vergelijking in dit verband met het oude Rome (in navolging van Brague) lijkt mij wat ongelukkig. De meeste 'vreemden' uuit andere culturen, die daar destijds eeuwenlang rondliepen waren immers merendeels slaven en beroepssoldaten. Ook je opmerking dat culturen niet meer in elkaar vervloeien lijkt mij bezijden de waarheid. In Europa en niet alleen hier, verdwijnen en veranderen op dit moment culturen (talen, gebruiken, normen en waarden) in een tempo zoals dat nog nooit eerder heeft plaatsgevonden. Daar hebben burgers het al moeilijk genoeg mee, deze versmelting (integratie) tot één Grijze Brij. Dat parallel daar aan ook nog eens een vluchtelingenstroom op gang komt vanuit islamitische landen richting Europa, Is voor veel Europeanen qua aanpassingsvermogen niet meet bij te benen.

  • Jilt Jorritsma,

    Beste Kees, dank voor je reactie. De versmelting tot één homogene, Grijze Brij waar je van spreekt, is echter juist niet wat ik voor ogen heb. Vreemde elementen zouden onder één noemer naast elkaar moeten kunnen bestaan, zonder dat het eigene van een specifieke groep in het geding raakt -- zoals dit ook het geval was in de grensgebieden van het Romeinse Rijk. 'Beschaafd' zijn betekent in dat geval niet enkel het verdedigen van de eigen beschaving, maar eerder het open staan voor elementen van buitenaf zonder bang te hoeven zijn het eigene te verliezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven